deredactie.be - ANALYSE

Cabinetards

25 / 01 / 2012

Meer dan twaalf jaar geleden is het alweer dat paars in België aan de macht kwam. Het was een ‘landslide’ van jewelste en ook helemaal nieuw, want het was decennia geleden dat er in België een regering aan de macht was zonder de christendemocraten. In de euforie van de tijd moest veel, zo niet alles op de schop. In één moeite door werd beslist om ’s lands bestuur op een revolutionaire manier te hervormen. Op federaal niveau werd het Copernicus-plan boven de doopvont gehouden, op Vlaams niveau werden dat drie B’s, BBB ofte Beter Bestuurlijk Beleid.

Paars was in onze contreien niet helemaal nieuw. In Nederland was het experiment al een jaar of zeven eerder van start gegaan, onder de politieke tenoren Kok (PvdA) en Bolkestein (VVD). Voor de revolutionaire verandering van onze bestuurlijke cultuur werd ook naar onze noorderburen gekeken. In België kennen wij sinds mensenheugenis het verschijnsel van de politieke kabinetten. Ministers mogen voor de uitoefening van hun functie een schare trouwe medewerkers aanduiden die hen helpt bij de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd. Zo zal een minister van onderwijs, om maar een willekeurig voorbeeld te nemen, mensen in dienst nemen die zijn politieke zienswijzen delen en ook nog eens beslagen zijn in onderwijszaken. Die ‘cabinetards’ – een foeilelijk woord om de ministeriële medewerkers aan te duiden – hebben natuurlijk ook de taak de minister politiek zo goed mogelijk bij te staan, ervoor te zorgen dat hij gunstig overkomt bij de publieke opinie en hem zo in een gunstige positie te brengen voor de volgende verkiezingen.

Weg met de kabinetten?

Zowel de Copernicus-hervorming als het Beter Bestuurlijk beleid wilden hier aanvankelijk verandering in brengen. Want ministers hebben niet alleen persoonlijke medewerkers ter beschikking, ze kunnen, we zouden het bijna vergeten, ook een beroep doen op de ambtenaren van hun ministerie. Deze ambtenaren zijn de ‘permanente’ krachten en hebben de taak het beleid voor te bereiden en vervolgens, als de minister die beleidsplannen heeft goedgekeurd, ze ook uit te voeren. Hoezo, hoor ik u denken, doen die ambtenaren dan hetzelfde als de ‘cabinetards’ of hoe zit dat? Welnu, dat was net de vraag die paars zich destijds ook stelde.

Over naar Nederland

Bij de twee bestuurlijke hervormingen van een decennium geleden werd aandachtig naar het Nederlandse model gekeken. Vooral Vlaanderen wilde zich qua efficiëntie en daadkracht spiegelen aan het Nederlandse bestuurlijke model. Op dat moment was Nederland nog een klein beetje gidsland. En wat men daar leerde was dat in Nederland het systeem van politieke kabinetten een volslagen onbekend verschijnsel is. Ministers besturen met hun administratie. Als een nieuwe minister in Nederland aantreedt begeeft hij zich naar zijn ministerie waar hij vervolgens kennismaakt met de secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar van zijn ministerie. Die zal hem vervolgens de weg tonen in zijn ministerie. De minister gaat vervolgens met zijn administratie aan de slag om het uitgestippelde regeringsbeleid uit te voeren. Persoonlijke medewerkers zijn in geen velden of wegen te bespeuren.

Eventjes dacht men dit Nederlandse model ook naar Vlaanderen of Nederland te exporteren, maar lang heeft die illusie niet geduurd.

Ambtenarenstaat

Wil dat dan meteen zeggen dat Nederlandse ambtenaren politiek volkomen kleurloos zijn? Natuurlijk niet. Vele topambtenaren hebben wel degelijk een politieke kleur. Als er een minister van een andere kleur ten tonele verschijnt zijn er twee mogelijkheden: of de topambtenaar in kwestie voert loyaal het beleid van de minister uit, ondanks het verschil in politieke opvatting (het primaat van de politiek blijft natuurlijk bestaan) of de ambtenaar pakt zijn biezen. No big deal. Carrières, of het nu politieke, ambtelijke of zakelijke carrières zijn, duren in Nederland door de band minder lang dan in België. Er wordt vaker omgeschakeld.

Beter bestuur?

Wil dit nu zeggen dat er in Nederland beter wordt bestuurd dan hij ons? Daarover kan je een stevig colloquium opzetten. De lijnen zijn in ieder geval duidelijker getrokken. Er is minder onduidelijk dan bij ons, met de twee bestuurslagen. Een minister in Nederland moet ook steviger in zijn schoenen staan want hij kan zich niet omringen met een trouwe schare politiek gelijkgezinde volgelingen. Anderzijds hoor je soms zeggen dat dit tot een ‘Yes Minister’-cultuur leidt. Een minister die minder sterk is kan door zijn topambtenaren, die hun ministerie en hun beleidsterrein natuurlijk door en door kennen, van het kastje naar de muur worden gespeeld. Het leidt misschien ook tot stroever beleid.

Het ‘poldermodel’ met zijn eindeloze advies- en inspraakorganen, is niet voor niets een Nederlandse uitvinding.

Inmiddels in Vlaanderen

De macht van de kabinetten in België en Vlaanderen zou kunnen leiden tot een snellere bijsturing van het beleid in de politiek gewenste richting. De tanker is minder log dan in Nederland. Anderzijds is de ambtenarij ondergeschikt aan de politieke kabinetten. Los van de extra kosten die dit meebrengt aan personeel is het ook nog de vraag in welke mate de ‘cabinetards’ bekwamer zijn dan de trouwe ambtenaren die vaak al jaren op post zijn. Als het op het oordeelkundig gebruik van de elektronische media aankomt kan je sommige kabinetten alvast niet van veel oordeelkundigheid verdenken… zullen we hier even een :-) zetten?

Het Beter Bestuurlijk Beleid heeft uiteindelijk niet geleid tot een afschaffing laat staan een vermindering van de kabinetten. Dat was duidelijk een brug te ver. Het is voldoende om op de website van de Vlaamse of federale regering de samenstelling en omvang van de kabinetten even te bekijken.. Hoezeer sommige het Nederlandse model ook hoog in het vaandel voerden, qua bestuurscultuur blijft Vlaanderen veel nauwer aanschurken bij de Belgische traditie.

En tenslotte, voor ik het vergeet, op kabinetten kan je natuurlijk ook de nodige kennis en kundigheid vergaren om later met succes deel te nemen aan bekwaamheidsexamens en assessments voor de administratieve topfuncties. Smiley…!


Guy Janssens

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussiefourms; lees dus de regels - mod

7 Antwoorden op “Cabinetards”

  1. Joseph Zegt:

    Elkaars bestuurssystemen vergelijken is niet eenvoudig.
    Nl heeft 30 % bnp minder rijksschuld dan B en heeft een pensioenfonds waaruit gedurende 10 jaar alle pensioenen kunnen uit betaald worden. B kan uit de reserves 9 maanden lang de pensioenen betalen.Het aantal aangemelde patenten per miljoen inwoners ligt in Nl aanzienlijk hoger dan bij ons en als ik mij niet vergis zelfs hoger dan bij onze oosterburen.
    Kunnen we daaruit besluiten dat Nl beter bestuurd werd en wordt dan B ? Ik denk van wel.

  2. Wilfried Zegt:

    Noem het cabinetards of politieke vriendjes, ze zouden niet nodig hoeven te zijn.
    Iedereen doet het. Ook op internationaal vlak, inclusief Nederland.
    Op alle niveau’s laten topfiguren zich omringen door een “trouwe” persoonlijke achterban. Industrie - sport - cultuur - religie - wetenschap …

    Dat ze blijkbaar wél nodig zijn, om dingen gedaan (of net niet gedaan) te krijgen, getuigd van wantrouwen jegens elkaar.

  3. william Zegt:

    Of je kan de kennis en connecties van het kabinetaard zijn gebruiken om een topjob in de wacht te slepen bij overheidsinstellingen, zoals daar zijn de Vdab en de NMBS. Citaat uit een bio: “Vanaf 1990 was hij actief op verschillende Vlaamse kabinetten van Tewerkstelling. Hij ruilde in 2005 zijn job van kabinetschef Werk bij de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming voor de functie van gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding “.
    ‘t ja met 15 jaar kabinetservaring.

    Uit een andere bio
    –Daarna ging hij aan de slag bij enkele kabinetten van SP/sp.a-ministers. Zo werd hij in 1992 adjunct-kabinetschef bij Louis Tobback, toen minister van Binnenlandse Zaken. De kabinetschef van Tobback was Johan Vande Lanotte. Die laatste volgt in 1994 Tobback op als minister. xxx bleef adjunct-kabinetschef en werd een jaar later kabinetschef van Vande Lanotte. Hij bleef deze rol vervullen in de volgende kabinetten van Vande Lanotte. Hij was voor de sp.a ook betrokken bij enkele regeringsonderhandelingen. In januari 2005 wordt hij door de regering-Verhofstadt II aangeduid als opvolger van Karel Vinck als gedelegeerd bestuurder van de NMBS Holding. Politieke tegenstanders spraken van een politieke benoeming.

    In Nederland zou dit dus niet het geval zijn geweest. Wanneer wordt het Nederlands model in België ingevoerd.

  4. Ives Bruwiers Zegt:

    Men spreekt te vaak van politieke vernieuwing, te pas en te onpas. Laat het nu net een minister van NVA zijn waar het kabinet in opspraak komt, de partij met het hoogste vernieuwingsgehalte. Objectief kan men stellen dat het vernieuwen van onze democratische peilers wat gerommel in de marge is. Net die fundamenten die vernieuwing tegenhouden zorgen er voor dat ons bestel leefbaar is en niet teveel onderhevig is aan grillen van één of andere partij. Dat wekt vaak frustratie op maar geeft ook een gevoel van stabiliteit die mensen willen.
    Dat onze democratie geen ideaal model is al langer duidelijk, maar het is het beste van het slechtste. De grootste vijand van de democratie is het compromis, omdat net dat compromis zorgt voor een gelijke ongelijkheid. Mensen maken beleid, en men heeft mensen met goede en slechte bedoelingen. Dat verander je niet door de etiketten te veranderen, CVP- CD&V, VU-NVA, SP-SPA etc.
    Belgie is verre van ideaal, maar als ik morgen medische zorgen nodig zou hebben zou ik me gelukkig prijzen in Belgie te wonen!

  5. Albrecht Zegt:

    Even nuanceren. Dat een minister enkele “betrouwbare” medewerkers/raadgevers heeft, dat lijkt me niet overdreven. Voorstellen die van de administratie komen, moeten nog bekeken worden én vanuit het regeerakkoord én vanuit de visie van de minister. Die kan dat niet alles alleen aan. En dat kan men ook niet van de administratie verwachten.
    Overdreven is natuurlijk dat de kabinetten groot worden, om sommigen met een gemakkelijke maar vet betaalde job te bedanken en om anderen gewoon partijpolitiek werk te laten doen.

  6. Félicien Manon Zegt:

    Wil dit nu zeggen dat er in Nederland beter wordt bestuurd dan hij ons? Onze staatschuld bedraagt nu 327 miljard euro, zo’n 77000 euro per werkende Belg, oftewel bijna 100% van het Bruto Binnenlands Product. Die van de Nederlanders bedraagt € 406 miljard, of zo’n € 48.350 per werkzame Nederlander en 66% van hun het Bruto Binnenlands Product. Dus?

  7. Guy V Zegt:

    Dat een minister zich laat omringen met deskundigen is evident.
    Een deskundige kan net zo goed een andere basiskleur dan de minister hebben - er zijn heel wat voorbeelden waar dit perfect werkt(e). Een goed uitgebouwde administratie biedt ook garanties inzake continuïteit.
    De administratie werkt beleidsvoorbereidend en beleidsuitvoerend.

    Dat de minister daarnaast nog moet kunnen rekenen op een zeer kleine kring (5à10) persoonlijke medewerkers is ook logisch. Maar nu lijken de kabinetten toch echt te groot. (worden sommige medewerkers in de vele opeenvolgende verkiezingen ook niet ingezet voor de promotiecampagne van de eigen partij of de eigen campagne op vele niveau’s?) Overigens zien we weinig verschil tussen het federale en Vlaamse niveau. Even aan denken in de aankomende besparingsronde?

    (ook in een kabinet kan je verschillende strekkingen hebben als een partij verschillende organisaties uit hun ‘midden’ wil tevreden stellen)

Plaats een antwoord op het bericht