Het debat over hoe strikt de Europese aanbevelingen moeten worden nageleefd heeft een hoog déjà vu-gehalte. Exact twintig jaar geleden vond de historische Europese top van Maastricht plaats, waar de intussen wereldberoemde normen inzake begroting en staatsschuld werden afgesproken. De top duurde drie dagen, en aan de uiteindelijke afkondiging van de 3% overheidstekort en de 60% staatsschuld gingen in het Bonnefantenmuseum in Maastricht keiharde discussies vooraf.
De Belgische delegatie, bestaande uit de ontslagnemende premier Wilfried Martens en de even ontslagnemende ministers van financiën Maystadt en van buitenlandse zalen Eyskens, geflankeerd door gouverneur Fons Verplaetse van de nationale bank, probeerden vooral de 60% staatsschuld enigszins te versoepelen. België zweefde toen hoog boven de 100 % grens en dat we binnen de opgelegde periode van minder dan tien jaar die schuld zouden kunnen halveren leek helemaal onmogelijk.
Ontslagnemend maar springlevend
Dat keiharde onderhandelen leidde er uiteindelijk toe dat de zinsnede in het Verdrag waar over de normen werd gesproken enigszins werd aangepast. De staatschuld van de lidstaten moest significant dalen naar een maximum 60 % van het BBP, dat was uiteindelijk het compromis dat uit de bus kwam. ‘Daar kunnen we onze plan wel mee trekken’ was naar verluidt de reactie van gouverneur Fons Verplaetse. Het was het laatste wapenfeit van ontslagnemend premier Martens. Of hoe ontslagnemende regeringen best nog wel historisch belangrijke politieke beslissingen kunnen nemen, maar dit uiteraard geheel terzijde.. De rest is, zoals men dat dan zegt, history. Het waren de daaropvolgende rooms-rode regeringen Dehaene die de Maastricht-beslissingen in politiek België moesten verkocht zien te krijgen.
‘Het moet van Europa’
Wat wonderwel lukte. De toetreding tot de nieuwe Europese munt – de naam zou pas een paar jaar later worden afgekondigd – werd als voorwendsel ingeroepen om een hard economisch saneringsplan uit te voeren, het ‘globaal plan’. Want na de saneringsoperatie van de jaren tachtig onder Martens-Gol- Verhofstadt was de staatsschuld opnieuw aan het stijgen gegaan. Premier Dehaene bleef keer op keer in het parlement herhalen dat de economische ingrepen noodzakelijk waren omdat ons land zich moest klaarmaken voor toetreding tot de Europese economische en monetaire unie (EMU).
Europese paraplu
Later is premier Dehaene de boodschap gaan nuanceren. ’We moeten ons klaarmaken voor de muntunie, maar zelfs zonder muntunie zouden we begrotingsinspanningen moeten leven om (jawel!) de aanstormende vergrijzingsgolf op de vangen. We zaten toen ergens halverwege de jaren negentig. Nog later gaf Dehaene toe dat hij Europa teveel als boeman had gebruikt om bepaalde minder populaire beslissingen door te duwen en dat daardoor Europa het negatieve imago van ‘grote boeman’ kreeg opgespeld.
En nu?
Alle vergelijkingen lopen mank, ook de vergelijking van de huidige situatie met die van 15 tot 20 jaar geleden. Maar ook nu weer wordt Europa als paraplu gebruikt om onpopulaire maatrelen door te drukken. Ook nu weer zou er best luidop mogen worden gezegd dat een gezondmaking van de overheidsfinanciën – als een goede huisvader! – niet iets is wat alleen ter wille van Europa nodig is. Zelfs als het (onwaarschijnlijke) nachtmerriescenario van het uiteenvallen van de muntunie zich zou voordoen staan de lidstaten, dus ook België, er alleen voor. Het uiteenvallen van de muntunie zal de 350 miljard schuld van België niet doen verdampen. Die blijven op de teller staan, ook zonder Europa. Dat varkentje zullen we dus ook zonder Europa moeten wassen.
Guy Janssens
(De auteur is eindredacteur en presentator van De Vrije Markt, het sociaal-economisch magazine.)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de gewijzigde regels - mod






26/11/2011 om 20:35
Weinig nieuws in deze analyse maar wel interessant om weer eens op een rijtje te zien staan.