deredactie.be - ANALYSE

Hoe langer hoe nooiter

29 / 10 / 2011
Aan de rand van de dood is het leven intenser. Dat heb ik dit jaar vaak gedacht toen mijn broer ziek was. Vooral op momenten dat we heel gewone dingen deden die plots, door de zandloper van de resterende tijd die onzichtbaar naast hem liep, buitengewoon werden. Een wandeling in zijn straat, een korte fietstocht in zijn wijk toen zijn lichaam zich heel eventjes herstelde van de verwoestende chemo, een koffietje-met-zon in de tuin van het ziekenhuis, de wind in zijn haardos die hij gelukkig niet kwijt was. Hoelang zou hij nog bij ons zijn? Niet lang dus. De ziekte raasde als een orkaan door zijn lijf en door ons aller leven, de aftakeling ging snel, genadeloos. Hij ademt nog. Hij ademt niet meer. De overgang die voor altijd kippenvel gee

Berichten van de overkant

Ik dool wat rond in één van de grootste en mooiste parken van Brussel. Je kunt hier picknicken als je zou willen, er zijn bankjes in de zon en bankjes in de schaduw, je kunt hier lange wandelingen maken in alle rust. Geen hangjongeren hier. De stedelijke begraafplaats van Brussel is één groot natuurpark. Eekhoorns schieten weg voor mijn voeten, overal hoor ik vogels. Wie weet wat twitteren ze allemaal. Berichten van de overkant. “Ik ben vandaag welgezind opgestaan”. “Ik heb deze week nog niet veel uitgespookt”. Wat doet een dode eigenlijk de hele dag, behalve rusten? Weet mijn broer nu alles? Kan hij het weer voorspellen? De Lotto? De tijd die mij nog rest?

Ik wou dat ik het kon geloven, dat hij over mijn schouder meekijkt, mij volgt en over mij waakt. Ook hier, op een toevallig gekozen kerkhof, dichtbij. Hijzelf woont op een ander kerkhof maar dat is meer dan honderd kilometer ver en soms wil ik gewoon eventjes de krant lezen op een bankje dicht bij de doden. Er zijn mensen die raardere dingen doen. Of ik ga tussen de graven lopen en kijken hoeveel jaren andere doden geleefd hebben. Zijn ze oud geworden? Dat ze in vrede rusten. Zijn ze in het midden van het leven weggerukt van wie hen liefhad? Klotekanker. Teringziektes allemaal. Godverdoms noodlot!

Waarom hij?

Een mens krijgt bepaald onchristelijke gedachten op een kerkhof. Waarom moest hìj sterven en niet mijnheer of mevrouw huppeldepup, om maar iets te zeggen. En ik ken zoveel huppeldepups, u moest es weten hoeveel namen er dan door mijn hoofd schieten. En welke. Waarom moest ik mijn enige broer afstaan, waarom kon dit niet gebeuren bij iemand die nog wat broers op overschot had? Waarom moest het leven van een hardwerkende vader worden afgebroken terwijl gangsters, pedofielen en moordenaars blijven leven? Of nog: terwijl er mensen zijn die door niemand zouden worden gemist? En nu ik toch bezig ben: ik denk ook vaak heel lelijke dingen wanneer ik me op bepaalde plaatsen in de stad een weg baan langs alweer een groepje herrieschoppers, grootstedelijke drenkelingen wellicht, tegen de middag al helemaal beschonken, onstabiel laverend over de stoep, een last voor iedereen. Waarom mogen zij blijven leven en hij niet? Als ik God was, welk leven zou ik sparen en welk zou ik verwoesten? Al goed dat ik het niet ben.

Naar zee gaan

Soms dagdroom ik dat hij terugkomt en dat hij zegt: “Het was maar om te lachen, ik wou maar es testen of jullie wel echt om mij gaven. Jullie zijn allemaal met glans geslaagd. Ik neem jullie allemaal op in mijn testament. En ik beloof het: ik ga nooit meer dood.” Ik vraag me af welke rare hersenkronkels de lotgenoten hebben die ik hier rond me zie, voorovergebogen aan een graf, schipperend tussen wanhoop en troost. Ik weet dat we allemaal opstandig worden van dat onverbiddelijke “nooit meer”. Dat we allemaal denken: “Wat zou ik niet geven om hem/haar nog één keer te zien, één keer maar”. Zelf zou ik het liefst nog één keer met hem naar zee gaan, zoals we de laatste jaren af en toe, veel te weinig, deden. Niets speciaals, gewoon naast elkaar liggen lezen op het strand.

Zwijgend meestal, we hoefden niet per sé te praten, we waren gewoon broer en zus, meer moest dat niet zijn. Maar het zal niet meer gebeuren. Dat “nooit meer” gaat nooit meer weg. Integendeel, het wordt hoe langer hoe nooiter. Je loopt telkens opnieuw met je kop tegen de muur, tot je je neerlegt bij het onherroepelijke wellicht. Hoelang duurt dat?

“Volgende keer beter”

Heb ik iets geleerd behalve dat het leven kan omslaan als een blad aan een boom en dat je niets hebt meegemaakt tot je een naaste voor je ogen hebt zien wegkwijnen terwijl je niets kon doen? De maan! We kunnen naar de maan. Maar kanker genezen, nee, dat kunnen we niet. Relativeren leer je beslist, misschien zelfs teveel. Staat het land op springen? Gaan de banken failliet? Nou nou, wat een opwinding. Wat stelt het voor in vergelijking met een mensenleven? Lukt er iets niet, privé of op het werk? Tant pis, volgende keer beter. Het leven is te kort om je druk te maken om pietluttigheden. Het is mijn lijfspreuk geworden: wie gezond is, moet niet zeuren, wat hij ook meemaakt. En even later sta ik hardop te vloeken omdat de trein weer vertraging heeft. Of omdat het regent op mijn enige vrije dag. Het omgekeerde gebeurt ook. Dat je intens geniet van een etentje met vrienden en ongegeneerd zit te lachen terwijl je dacht dat dat nooit meer zou gebeuren. En dat je je dan geneert. Ik zit me hier te amuseren en mijn broer is dood. Is hij nu verontwaardigd? Nee, want als hij mij ziet lachen, ziet hij ook al de rest. Misschien maar best dat alleen hij het ziet.

De seizoenen wisselen, ik zal mijn bezoekjes aan het mooiste park van Brussel moeten inkorten, het wordt kouder. Met Allerheiligen moet ik misschien toch maar es naar zijn eigen kerkhof gaan. Wie weet is hij er ook. De kans is groot, hij was nogal honkvast. Mijn thuis is waar mijn asse staat. Hij is gestorven in de zomer en verast op een prachtige zonnige dag. Ik heb zijn pantoffels geërfd die ik altijd zelf aantrok toen ik bij hem op bezoek was, en ook één van zijn warme truien. Ik kom de winter wel door, denk ik. Temeer omdat hij meekijkt over mijn schouder en over mij waakt.

Nina Verhaeghe

(De auteur is journaliste bij de VRT-nieuwsdienst)

@Allen:reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

23 Antwoorden op “Hoe langer hoe nooiter”

  1. Michel Zegt:

    Dank u Mevrouw Verhaeghe…Dank u.Voor deze mooie woorden.Woorden en gevoelens die al drie jaar mijn hoofd bezetten.
    Enkele woorden kunnen een mens hart verwarmen.

  2. jeanne hanseeuw Zegt:

    Mevrouw, Hij leeft en waakt over je. Eens zal hij je omhelzen in je dromen. Ze hadden hem ergens anders nodig, er worden nu zoveel
    waardevolle mensen weg geroepen. Er is niets rustgevender dan even kunnen mijmeren op een kerkhof of in een park tussen oude bomen. U wordt nu tegenover de grote levensvragen gesteld. Laat alle aangeleerde pseudowaarheden los en klop aan de deur van de Wijsheid. Dat doe je trouwens al. Eens wordt u opengedaan. Hartelijke herfstgroet en dat je mag glimlachen door je tranen heen. Je broer zal er zich over verheugen.

  3. Sven Zegt:

    Amai, zo schoon en zo eerlijk vooral. Ontroerend…

  4. Roland Jennes Zegt:

    Beste Nina, dit is een ontrzettend mooi artikel. Het doet mij deugd om zulk fijn en gevoelig artikel te lezen. Dank daarvoor.

  5. renaat Zegt:

    hey,

    toen mijn mooiste vriendin stierf, ook aan die lelijke boosdoener, hoopte ik dat ze toch bleef.
    Niet alleen in gedachte en gevoelen, maar in iets tastsbaar, zeg maar in onze poes die er toen nog was.
    En ze af en toe kwam spinnen, een warme gedachte, noem het troost.
    Maar ze is niet gebleven, alhoewel.
    Enkele dagen later, was er heel even een schaduw die mijn naam riep, en dan weer even vlug weer een donker gat.
    Of was het vanuit een diep verlangen, dat ik me die schaduw fantaseerde?
    Ik weet het niet,- zeker, wel weet ik, dat graag zien, het mooiste is wat er bestaat.
    Het kan niet altijd, maar als het er is………wat een schoonheid.
    Soms ben ik verliefd op bomen, of het gras:ik zie je graag
    soms om woorden die gesproken worden door iemand
    Soms op de glimlach van een lief oud vrouwtje
    maar steeds op jou, die er niet meer is, en altijd zal zijn

  6. Rik Van Den Bussche Zegt:

    Beste Nina,
    Je tekst is zo warm, zo ontroerend en zo herkenbaar. Zo’n droevige gebeurtenis brengt via uw woorden en uw beleving heel veel moois teweeg. Dank u wel.

  7. Chris Zegt:

    Mevrouw, met tranen in mijn ogen heb ik uw artikel gelezen. Ik herken zo goed uw gevoelens, want ik heb in juni ook mijn enige broer verloren. Het doet enorm pijn om iemand waar je je hele leven samen veel lief en leed mee gedeeld hebt, zo te zien aftakelen op zo korte tijd.
    Heel dikwijls wil ik nog iets tegen hem vertellen, of herinneringen ophalen. En dan realiseer ik me ineens dat hij er niet meer is …

  8. Dirk Zegt:

    Beste Nina,

    Een zeer herkenbare en eerbare getuigenis. In korte tijd ben ik ook teveel met de relativiteit van het leven geconfronteerd. Het is niet makkelijk om een juist evenwicht te vinden tussen leven en werken na zo’n dramatische gebeurtenissen. Zeker op dagen als deze wordt de confrontatie hernieuwd, uiteindelijk misschien niet zo slecht… Het is een effectief tegengif tegen een steeds dollere ratrace.

    Bedankt voor je artikel.

  9. Bart Zegt:

    Waarom?, is inderdaad de vraag die blijft hangen en dood gaan is inderdaad: voor altijd nooit meer.
    Dat besef drong bij mij door toen mijn dochtertje al langer dood was dan dat ze geleefd had.

    Ze blijft voor altijd 15 maanden jong.
    En ook ik vroeg me af: waarom zij?
    Maar nooit stelde ik me de vraag waarom niet een ander kind, of een andere mens.

    Zij stierf aan rhota.
    Daar gaan 1,2 kinderen aan dood op 100.000 of toch iets van deze orde.
    Althans in onze westerse rijke wereld.
    In de Derde Wereld sterven honderdduizenden kinderen aaan rhota per jaar.
    Gewoon van uitdroging omdat er geen ziekenhuis in de buurt is, of te weinig zuiver water.

    Hier hoeven kindjes niet meer te sterven aan rhota,
    er is inmiddels een vaccin.
    In de Derde Wereld blijven ze dood gaan.
    Waarom?
    En waarom moest mijn dochtertje dood gaan?

  10. Simon De Schepper Zegt:

    Gelukkig dat er nog over mag gepraat worden.
    Toen mijn zus stierf, ze was 32 jaar, deed iedereen alsof er niets aan de hand was.
    Toen mijn vrouw stierf , deed iedereen alsof er niets aan de hand was.
    De dood wordt doodgezwegen in onze samenleving.
    De dood is het laatste waar we tijd voor hebben, waar we aan denken.
    Tot we er zelf mee geconfronteerd worden.
    Een samenleving die de dood verzwijgt, ver weg in een stiriele omgeving, of in een rusthuis, of in een
    kliniek die maar hopeloos probeert te genezen….als je doet of de dood niet bestaat, dan kan je ook nooit
    goed leven. Ik heb vele vaders en moeders ‘alleen’ gezien , wiens kind stierf. Ze moesten 3 dagen nadien
    gaan werken, er werden geen vragen gesteld, geen aandacht, geen troost. Het uitgestelde rouwen.
    Het verdriet was niet te snijden.
    Moge onze samenleving weer aandacht krijgen voor wat ons allemaal te wachten staat, maar laat ons ondertussen
    leven toevoegen aan de levenden, de rouwenden, de vreugdevollen.
    Het is de liefde die uiteindelijk het laatste woord krijgt.

  11. Priscilla Verschueren Zegt:

    Beste Nina, jij kan de gedachten die bij mij alleen verward doorheen mijn hoofd flitsen, zo vloeiend in volzinnen gieten. Bedankt daarvoor! Ik wens je ook veel sterkte bij het verwerken van het verlies van je broer.
    Van harte
    Priscilla

  12. nathalie Zegt:

    prachtige geschreven Nina, zo ontroerend. Bedankt en sterkte, nathalie

  13. Koenraad Zegt:

    Zeer mooi, hartverwarmend. Met dank!

  14. Goovaerts Zegt:

    Voel net hetzelfde, nog steeds na vele jaren. U heeft het erg mooi verwoord. Bedankt daarvoor. Hoe lang het duurt? Het gemis, het hoe langer hoe nooiter? Het gaat nooit over, geloof me.

  15. Guido.D Zegt:

    Dank u voor deze mooie hartverwarmende tekst. Een om bij te houden en te herlezen.Aan allen nog een mooie herfstkleurendag en met dankbaarheid en genegenheid naar de geliefden op het ” Friedhof”

  16. jan wollebrants Zegt:

    Ontroerend mooi… bedankt daarvoor.

    jan

  17. Christiaan Mertens Zegt:

    Beste Nina,

    Je tekst gelezen in de trein naar mijn werk. Ik werd er stil van. Bij het voorbij flitsen van het landschap buiten gaf het me rust. Ontroerend mooi geschreven. Bedankt. Alles draait om de eenvoud!

  18. Kristien Zegt:

    Beste Nina,

    Kan me volkomen vinden in wat je jou “onchristelijke gedachten” noemt. Heb zelf enkele weken terug mijn lieve echtgenoot moeten afgeven aan die verdomde klotekanker die zonder pardon je leven van de ene moment op de andere compleet overhoop haalt. Hoeveel vrienden en familie je ook met al hun liefde omringen, die dagelijkse confrontatie met dat “nooit meer” vind ik het moeilijkste om dragen.
    Bedankt dat jou pen zo fijn en treffend kon verwoorden wat er omgaat in jou lotgenoten. Sterkte!

  19. Romain Zegt:

    Inderdaad, zeer hartverwarmend. Het doet goed deze zinnen te lezen en er een stukje van jezelf in terug te vinden.
    Maar, mag de vraag (opmerking) niet dat Nina gebruik kan maken van dit medium om haar gevoelens aan “anderen” kwijt te kunnen, om ze zo van zich te kunnen afschrijven, daar waar de doorsnee man/vrouw die zich in dezelfde situatie bevindt, alleen met zijn verdriet, tussen zijn 4 muren, hoofd tussen de handen, zelfs verbitterd, zijn eenzaamheid en zijn verdriet uitschreeuwend zonder gehoor, en, je hebt inderdaad gelijk Simon, want in de onmiddelijke omgeving wordt dit alles doodgezwegen en draai je weer volop mee na 3 dagen…
    Op de keper beschouwd heb ik het gevoel dat zulke bijdrage “en publique” niet gepast is en voor zij die het meemaakten, pijnlijk…

  20. Theo Paasschierens Zegt:

    “In het aanschijn van de dood, verliest het leven al zijn angels…”

  21. Anne Zegt:

    Dankje nina

  22. Elke Zegt:

    Beste Nina
    Ik heb deze week mijn vader aan kanker verloren en de woorden in jouw artikel waren zo herkenbaar.
    Ik hoop dat je het niet erg vind dat ik je tekst als inspiratiebron heb gebruikt om iets te schrijven voor de begrafenis van mijn vader.
    Dankjewel
    Elke

  23. nick Zegt:

    het was pas na haar overlijden dat ik vernam van haar strijd tegen kanker.
    Er was al jaren geen contact meer,ook niet met mijn dochter.
    De scheiding had ons uit elkaar gescheurd.
    Maar op een dag zat er een doodsbrief in de bus,en dwong me te doen,wat ik al jaren eerder had moeten doen,ik nam de telefoon,en belde mijn dochter.
    Later vernam ik dat ze gedurende haar laatste dagen nog gevraagd hoe het nu met me ging
    We zijn nu 5 jaar verder,en zitten op 1 november samen rond de tafel, dochter,schoonzoon,kleinkinderen.
    We eten door mijn dochter klaargemaakte “coq au vin”.
    Dat gebeurd sinds onze hereniging telkens op 1 november,”coq au vin”,het eerste gerecht dat mijn kersverse echtgenote destijds, de dag na ons huwelijk klaarmaakte.
    Ter nagedachtenis aan het 17 jarige vrouwtje,dat toen aan haar leven als echtgenote en heel kort daarna als moeder begon.
    We waren 2 kinderen,17 en 19,of beter gezegd,ik was nog een kind,zij was al een vrouw en moeder.
    Nu word er dus Op 1 november kip gegeten op de manier zoals ze het toen klaarmaakte,en die dag word er over haar gepraat,
    En deze traditie zal worden verder gezet heeft mijn 12 jarige kleindochter al beloofd.
    En haar kennende,ben ik zeker dat dit ook zal gebeuren.
    Haar toekomstige levensgezel kan maar beter kip lusten

    nick

Plaats een antwoord op het bericht