deredactie.be - ANALYSE

Waarom meisjes geen ingenieur of lasser worden

28 / 05 / 2011

‘Ik wou vroeger pastoor worden, maar dat is me niet gelukt, om de bekende redenen’, zei Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek onderwijs, in De Vrije Markt.

Een extreem voorbeeld wellicht van een meisje dat niet kon worden wat ze wilde. Meisjes worden ook nog niet zo vaak ingenieur, of lasser. Hoe komt dat? Omdat het in de perceptie nog altijd typische mannenberoepen zijn. Ze worden nog altijd geassocieerd met fabrieken die vuil en lawaaierig zijn. Al begint die realiteit stilaan toch te vervagen. Fabrieken worden hoe langer hoe meer schone high tech bedrijven waar je van de vloer kan eten. Dus omwille van het smeer op diezelfde vloer hoef je het dus niet meer te laten.

Wiskundige punthoofden

Waaraan ligt het dan? De studies van ingenieur zijn moeilijk, dat staat buiten kijf. Je moet er een wiskundige bolleboos voor zijn. Langzaam maar zeker beginnen er toch meer meisjes zichtbaar te worden op de collegebanken van de faculteiten toegepaste wetenschappen. Ingenieurs (m/v) zijn er toch al tekort, dus is de noodkreet van Agoria om meer meisjes naar de studies te halen begrijpelijk: ook zij kunnen helpen om het algemeen tekort aan ingenieurs te helpen opvullen.

Voor andere technische beroepen, die je aanleert in het technisch of beroepsonderwijs, is het verhaal moeilijker. ‘Vakscholen’ zoals ze vroeger werden genoemd, hadden een stevig macho-imago. De drempel ligt er hoog voor meisjes, en dit is een probleem voor het onderwijs. ‘Meisjes zeggen: we willen met mensen werken. In technische opleidingen gaan ze werken met materialen en niet met mensen. Dat beeld moet doorbroken worden’ zegt Mieke Van Hecke. Leraren in het beroeps- of technisch onderwijs hebben heel vaak nog een ASO-achtergrond en voelen te weinig de leefwereld aan van de leerlingen in de klas waar ze voor staan.

Opleiding

Maar de opleiding is niet allesbepalend. Saskia Van Uffelen, CEO van Bull, een Frans ICT-bedrijf, is zelf geen ingenieur of ICT ’er. Als opleiding heeft ze lichamelijke opleiding gedaan. Geen evidente keuze voor een latere CEO. ‘Maar het helpt wel: om deze job goed te doen heb je een goede fysiek nodig’ zegt Saskia Van Uffelen.

Maar alle gekheid op een stokje: je hoeft niet noodzakelijk ingenieur of zelfs ICT’er te zijn om carrière te kunnen maken in een ICT-bedrijf. ‘We hebben alle soorten van opleidingen aan boord’ zegt Van Uffelen. ‘Belangrijk is dat je een goede basisvorming hebt. In mijn bedrijf heeft de helft geen technische opleiding gehad. Je hebt vele talenten nodig: mensen die een ploeg kunnen aansturen, die sales en marketing doen, en natuurlijk ook mensen die het technologisch deel moeten uitvoeren.

Goed nieuws dus voor de minder wiskundig begaafden onder ons. Geef de hoop niet op: ook voor u is er misschien een mooie carrière in een hoogtechnologisch bedrijf weggelegd. En voor diegenen die het toch voelen kriebelen om zich in het bad te smijten: een ingenieur staat met stip op de eerste plaats van de aantrekkelijkste beroepen: loon, combinatie werk-privé, werkomstandigheden, afwisseling…, het zit bij de ingenieurs allemaal snor, zo blijkt uit een enquête van Randstad. Allen daarheen!

Guy Janssens

(De auteur presenteert het sociaaleconomische magazine De Vrije Markt)

@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod

7 Antwoorden op “Waarom meisjes geen ingenieur of lasser worden”

  1. Rudy Flameng Zegt:

    Waar u aan voorbijgaat, waarde Guy, is het steeds internationalere karakter van de tewerkstelling.

    Ik stel in mijn eigen omgeving, als management consultant, vast dat het hoe langer hoe meer normaal gevonden wordt, noodzakelijk zelfs, dat iemand bereid is af en toe (of zelfs heel geregeld) voor enige dagen, weken, maanden naar het buitenland te gaan in het kader van zijn/haar functie. Dat gaat van hoge managers over technische specialisten tot geschoolde arbeiders, die bijvoorbeeld bij een klant een machine moeten gaan installeren en opstarten. Samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, de holdingstructuur, de specificiteit van de nichespeler, de invulling die aan het begrip dienstverlening aan de klant gegeven wordt, opleidingen geven of krijgen, het zijn allemaal factoren die deze nood tot het aanvaarden van opdrachten ver van huis ingang (hebben) doen vinden. Net zoals de spreekwoordelijke “Poolse loodgieter” bijlange niet zo ver gezocht is, als soms wordt aangenomen, wordt het steeds gewoner voor een werknemer van een Belgisch bedrijf een takenpakket te krijgen waar “reizen” een integraal deel van uitmaakt. De moderne, kraaknette fabrieken, waar u in uw stukje naar verwijst, behoren ongetwijfeld toe aan een netwerk, al dan niet formeel, waarin dit speelt.

    De hoge kost van werknemers, zowel socio-fiscaal, als naar training en opleiding toe, dwingt bedrijven ertoe te trachten hun mensen zo effectief en zinvol mogelijk in te zetten. Waar vroeger op iedere site het volledige complement aan vaardigheden aanwezig was, wordt nu veel meer geredeneerd vanuit de multi-inzetbaarheidsinsteek. Multi-inzetbaarheid betekent ofwel het opleiden van iemand om een palet van taken “goed genoeg” te kunnen uitvoeren, ofwel het creëren van een specialist, die nooit permanent een volledige terwerkstelling kàn hebben op één plaats, maar die gerentabiliseerd wordt door hem of haar van de ene vestiging naar de andere te sturen. Hiervan bestaan extreme gevallen, zoals de duikers, die op boorplatformen worden ingezet, of de waterbouwkundige ingenieurs, die in de Perzische Golf of in Zuid-China havenwerken uitvoeren. Het geldt echter eveneens voor meer banale taken, zoals het fysiek uitbalanceren van een productielijn, het leggen van de cablage voor een besturingssysteem of het geven van opleiding aan de bedienaars van een machine of een sofwarepakket bij een klant.

    Iedereen, die een functie in een productie- of dienstverleningsgerelateerde omgeving aanvaardt, waar ook in de hiërarchie, moet er zich bewust van zijn dat de kans reëel is dat hem of haar gevraagd wordt “een paar dagen naar Jena te gaan om iets te af te stellen bij onze belangrijke klant XYZ” of “cursus te gaan geven in onze vestiging in Clermont-Ferrand i.v.m. het nieuwe besturingspakket dat wij ontwikkeld hebben” of “het sales-team te ondersteunen, bij zijn poging in Buenos Aires een nieuwe markt aan te boren” of “toezicht uit te oefenen op de lokale mensen, die onze machine in gebruik willen stellen, in Mumbai, Guangzhou of Kuala Lumpur of, bij brute pech, Ulan Ude of Ouagadougou”.

    Natuurlijk doet dit fenomeen zich niet voor in àlle sectoren van de economie en in administraties en bij de overheidsdiensten en -bedrijven is het zelfs zeer uitzonderlijk (hoewel… De NMBS bijvoorbeeld commercialiseert haar know-how in het ontwerpen en bouwen van stations internationaal). Echter, in zowat alle takken van de economie, waar “nieuwe dingen” gemaakt worden, producten, processen, software, dienstenpakketten, …, en daar horen ALLE tewerkstellers van ingenieurs bij, is de nood de hort op te gaan reëel, essentieel zelfs.

    Wanneer vrouwen voor de keuze gesteld worden min-of-meer regelmatig voor min-of-meer lange tijd de vertrouwde omgeving te verlaten haken velen af, hetzij omdat zij het zelf liever niet doen, hetzij omdat hun omgeving afkeurend reageert, vooral wanneer er sprake is van een gezin. Ik denk dat deze noodzaak tot reizen voor ingenieurs, om terug te keren naar uw onderwerp, ondertussen al zo lang ingeburgerd is, dat ook in het opleidingstraject hierop gewezen wordt. Los van de factoren die u aanhaalde, maakt dit de studiekeuze ook onaantrekkelijk voor velen, niet alleen jonge vrouwen.

    [Deze honkvastheid is een zeer Belgisch, Vlaams zelfs, fenomeen. Vele Walen, en Wallonië heeft zeer goede technische faculteiten, hebben er geen bezwaar tegen naar het buitenland te gaan, zelfs buiten de zgn. francophonie(°). In Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Nederland is het doodnormaal beroepsmatig te reizen of te verhuizen, daar ligt niemand wakker van.
    De honkvastheid leidt ook tot de eerder paradoxale situatie waarin mensen, die veeltaliger zijn dan de meesten, er voor kiezen deze sterkte niet uit te buiten… Dat dit een impact heeft op het aantal vrouwen in technische sectoren is enkel een versterkende factor.]

    (°) Wallonië kent de laatste jaren een uitstroom die groter is dan de instroom, zo blijkt uit een recent onderzoek van Tendances. De emigranten zijn, hoe kan het ook anders, vooral jong en hoogopgeleid. Frankrijk is , om voor de hand liggende redenen, de eerste bestemming, maar ook het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Afrika trekken vele jonge Walen aan.

  2. FrankV Zegt:

    Waarom wil iedereen zo nodig dat meisjes/vrouwen versterkt voor zogenaamde mannenberoepen gaan?
    Ik bedoel, als die meisjes/vrouwen dat graag willen, zie ik niet in waarom ze het niet zouden doen of kunnen. Maar als ze niet willen, is dat toch ook okay? Dan moet je daar toch geen hele epistels over schrijven?

  3. Wilfried Zegt:

    Laat vrouwen zelf beslissen wat ze willen doen, en waar ze goed in zijn.
    Ze zijn nu éénmaal “menselijker”. En maar goed ook!

    Het is méér dan héél begrijpelijk dat een moeder het niet zo onmiddellijk ziet zitten om haar kroost dagen, weken, maanden niet te zien, zwijg stil er niet voor te kunnen zorgen.
    Er zijn er die dat wel kunnen. Des te beter.
    En dat moet dan maar goed genoeg zijn, ook voor de (exporterende) industrie. Ze moeten lokale mensen kansen geven, en investeren in hun opleiding.
    Ten andere, wie zou dat dan wel voor het gezin moeten doen, als zij weg zijn?
    De “kinderopvang”?
    Stuur de briljant afgestuurde Burkinese ingenieur van Leuven of Gent, terug naar zijn land om hem/haar daar zijn eigen mensen te leiden en op te leiden, ipv van ze bij een of andere westerse multinational onder te brengen, en hun eigen volk leren uit te buiten.

    Het draait tenslotte om het welzijn en geluk van mensen. En iedereen vult dat anders in.

    Zodra de werkende bevolkingen in derde wereldlanden, (vanwege de zogenaamde “loonkosten”) doorhebben dat ze uitgeperst worden, zullen ook zij “levenskwaliteit” eisen ipv de huidige slavenarbeid die ze moeten verrichten voor een korst brood en vervuild water.

  4. Hans Becu Zegt:

    Dat al die vrouwelijke leerkrachten die bij hun vrouwelijke studenten altijd weer latijns griekse en menswetenschappen promoten omdat ze zelf zo georIënteerd zijn eens een mea culpa slaan en zeer overtuigd en bewust toch proberen te verdedigen wat ze zelf niet kennen : wiskunde, techniek, wetenschappen, economie….
    Ik stel met stomme verbazing vast dat we nog altijd onze knapste hum. studenten 10 à 12 uur per week hun tijd laten verliezen met latijn en grieks te studeren, de Vormende Waarde, weet je wel. En over de grieken, en de Romeinse centurions, cohortes en dies meer. Op die manier investeert zo’n knappe kop duizenden uren in dode talen van vergane beschavingen, die overigens voor de Chinezen en de Koreanen vosltrekt irrelevant zijn. Beetje Confucius ipv Plato misschien, kwestie van ons Europacentrisme wat af te zwakken, en volop inzetten op universele toegevoegde waarde die geen grenzen, noch taalkundige en culturele barrières kent : wetenschap, wiskunde, economie en techniek. Het zal hard noidig zijn willen we in We’st europa onze boterham blijven verdienen.
    En de centurions en de Corhortes : dat is vr’ijetijdsbesteding en geen opleiding.

  5. Dick Taselaar Zegt:

    @ Hans Becu: Beste Hans, de centrale vraag is hier wat de waarde van het menszijn uitmaakt. Grieks en Latijn zijn duidelijk geen vrije-tijds bestedingen maar zeer noodzakelijke onderdelen van dat mens-worden en mens zijn, net zoals b.v. klassieke muziek Ikzelf verblijf op het ogenblik in een land, waar de radio en TV geheel gedomineerd worden door de commercie. Wat zie je, alleen telenovelles afgewisseld door rock-concerten e.d. van het laagste allooi. Veel mensen schreeuwen tegen elkaar, ondanks het feit dat ze slechts cm. van elkaar verwijderd zijn, omdat ze doof geworden zijn door het constante lawaai en de darm-crunching beat!

    Het streven naar het hogere in algemene zin (en daar bedoel ik niet meer geld mee) is gebaseerd op een brede opleiding in de klassieken. Wat staat er in Nederland op de afsluitdijk? “Een mens die zijn verleden kent, werkt aan zijn toekomst”! De kennis van het verleden en de geschiedenis der mensen en haar culturele rijkdom is dus wel degelijk van belang om een gelukkig mens te worden. Je wordt niet gelukkig onder de Duitse spreuk: “Schaff und erwirb, zahl Steuer und stirb”!

    Facit: Het menszijn is echt wel wat meer als alleen kennis, welke in geld kan worden vertaald. Het is ondermeer de vreugde van het objectief kunnen afwegen van heden, verleden en toekomst, gebaseerd op een wijde algemene kennis, welke laatste men zoals gezegd vindt bij de klassieken, de goede muziek (wat nog echt muziek is i.p.v. alleen een door rauw geschreeuw begeleide hartverscheurende beat), de goede schilderkunst (waar men nog kan zien wat het voorsteld) en ja, goede boeken, die de mens op een hoger plan brengen. Inderdaad Hans: “Toen was geluk nog heel gewoon”!

  6. Hans Becu Zegt:

    Beste Dick
    Ik ben het ten gronde met je eens, maar …reality bites .Pas als de elementaire materiële voorwaarden vervuld zijn is er ruilmte voor andere zaken, ook al vergeten sommigen dat ; ze hebben nooit genoeg. Ik denk dat Westeuropeanen hun materië welstand als veel te evident zien. tenslotte vind ik latijn en grieks extreem “europacentristisch, want irrelevant voor chinezen, INdiërs en koreanen.

  7. Dick Taselaar Zegt:

    @ Hans Becu: De vraag blijft (en ik wil geenszins beweren dat jij die mening bent toegedaan!) wat belangrijker is. Een opleiding specifiek gericht op het verwerven van materiele rijkdom of een opleiding welke naast het eerstgenoemde ook een zekere geestelijk ontwikkeling en welstand biedt. Ik persoonlijk geloof in het tweede. Misschien heb jij gelijk als je denkt dat het eerste je meer weerstandsvermogen in de zich economisch ontwikkelende harde wereld zal verschaffen, maar de grote vraag blijft: “Welke van de twee grote stromingen maakt meer gelukkig”, vertaald in: “Toen was geluk nog heel gewoon”.

    Ten aanzien van het europacentristische van Grieks en Latijn heb je ongetwijfeld gelijk! Echter, wij zijn Europeanen en leven in Europa en dan maakt dat een belangrijk deel van onze cultuurgeschiedenis uit. Vandaar dat Chinezen, Koreanen en Japanners wanneer ze Europese klassieke muziek ten gehore brengen vaak voor List kiezen. Daar is (denken ze) alleen techniek en vingervlugheid en daarmede gepaard gaande harde studie vereist en niet zozeer muzikaal inzicht (voor dat laatste lees: muziekcultuur begrip). Het is echter zo dat die Chinezen (Confusius), Japanners (Tao), Koreanen en Indieers (Buddah etc.) eveneens een eigen cultuur achtergrond hebben, welke zeer de moeite waard is. Is dat niet juist de drijvende factor die multi-cultuur zo interessant maakt?

    Facit: Ik blijf derhalve voorstander dat elke cultuurgroep zijn eigen culturele verleden bestudeert om daarvan te leren een beter, effectiever en vooral gelukkiger mens te worden en daarvoor acht ik voor Europeanen Grieks, Latijn, europese muziek en schilderkunst alsmede literatuur relevant, net zo goed als ik voor andere volkeren hun cultuur belangrijk acht.

Plaats een antwoord op het bericht