Er zijn dan toch nog zekerheden in onze bizarre vaderlandse politiek. De nieuwe voorzitter van de PS zal dezelfde zijn als de oude: de man met het strikje en, bij andere gelegenheden, de rode zwembroek. Dit weekend wordt Elio Di Rupo voor de vierde keer verkozen tot voorzitter van de PS. Wij zijn daar zeker van omdat hij de enige kandidaat is. En omdat hij de onbetwiste leider is aan de Boulevard de l’Empéreur, het hoofdkwartier van de PS in Brussel. L’empéreur du Boulevard dus.
Modernisering
Elio Di Rupo komt aan het hoofd van de PS in 1999 en erft een partij die zwaar gehavend is na de Agusta-Dassaut-schandalen. De PS is in Wallonië net onder de grens van 30% van de stemmen gezakt. Het voordeel van zo’n startpositie is natuurlijk dat je de zaken alleen maar beter kunt maken en daar zal Di Rupo dan ook hard aan werken.
De partij wordt gemoderniseerd, van binnen en van buiten. Het gebouw aan de Keizerslaan moet anders, het logo moet anders, de partij trekt meer jongeren en meer vrouwen aan en stelt zich ook meer open voor mensen uit de christen-democratische zuil en uit de middenklasse. Het discours blijft zeer links maar de koers is pragmatisch. De operatie werpt haar vruchten af: de federale verkiezingen van 2003 en de regionale verkiezingen van 2004 zijn een eclatant succes voor de PS.
Vernedering
Maar dan doet het annus horribilis van de PS zijn intrede. 2005 begint nochtans niet slecht, Di Rupo broedt op een groot herstelplan voor Wallonië, later Marshall-plan genoemd, en naar buiten uit gedragen door minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe.
Maar voor het jaar rond is heeft Van Cauwenberghe ontslag moeten nemen door de schandalen die beginnen op te borrelen in de rode burcht Charleroi en die in 2006 in alle hevigheid losbarsten. De PS lijdt daarna (in bepaalde bastions) verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 en nog meer tijdens de federale verkiezingen van 2007, wanneer ze de MR moet laten voorgaan als grootste partij in Wallonië. “Le centre de gravité s’est déplacé”, zegt Reynders daarover, het zwaartepunt van de politieke macht in Wallonië is verschoven. Voor de PS is de vernedering compleet.
Verwijten
Als een voetbalploeg verliest, krijgt de trainer het zwaar te verduren. Dat geldt dus ook voor Di Rupo in 2007. Voor het eerst wordt zijn positie openlijk in vraag gesteld. Dieu himself, oud-voorzitter Guy Spitaels haalt in de krant vlijmscherp uit naar de leiding van de PS. “Di Rupo moet kiezen”, is zijn boodschap, hij kan niet tegelijk voorzitter van de PS zijn en minister-president van het Waals gewest, in opvolging van Jean-Claude Van Cauwenberghe. Spitaels heeft het ook over “de technocraten van de Keizerslaan” die niet meer weten wat er aan de basis leeft.
Anderen verwijten Di Rupo veel te lang geduld te hebben met figuren die de PS in diskrediet brengen, zoals Van Cauwenberghe en later Annemarie Lizin. Di Rupo zelf zegt altijd dat hij niemand zal veroordelen van wie de schuld niet bewezen is. Dat heeft ermee te maken dat hij zelf ooit onterecht werd beschuldigd (van pedofilie) maar ook dat hij een gewiekste strateeg is: stemmenkanonnen duwt hij niet zomaar aan de kant.
Nieuw marktleiderschap
Op het eind van 2007 begint Di Rupo aan de langzame heropstanding. De oranje-blauwe formatiepoging is mislukt en de PS wordt weer aan de federale tafel genodigd. Di Rupo heeft intussen schoon schip gemaakt in Charleroi, de plaatselijke partij-afdeling is onder toezicht geplaatst en een zekere Paul Magnette moet de stal verder uitmesten. Zelf is Di Rupo intussen herbevestigd aan het hoofd van de PS, hij heeft de voorzittersverkiezingen laten vervroegen om zijn positie te consolideren.
Wanneer de financiële crisis het land in zijn greep krijgt, voert Di Rupo een harde campagne tegen rechts en tegen de liberalen, versta tegen de MR, die hij voortdurend in één adem noemt met de crisis. “La crise libérale” komt in al zijn toespraken voor, meer dan eens. De PS zal de gewone man en de sociale zekerheid verdedigen is Di Rupo’s boodschap en het levert hem bij de regionale verkiezingen een duidelijke overwinning op. Ook in 2010, bij de vervroegde federale verkiezingen, verovert de PS opnieuw het marktleiderschap in Franstalig België. De trainer heeft gedaan wat hij moet doen: zijn ploeg laten winnen.
Geen uitdager
De laatste tijd moet Di Rupo al zijn tijd en energie in de federale onderhandelingen stoppen en zeker nu hij formateur is maakt dat dat de partij achter hem staat. Er zijn geen afrekeningen in de maak, er zijn geen ideologische fracties binnen de partij die de partijleiding in vraag stellen zoals dat bij de SP.A wel het geval is geweest met Erik De Bruyn. Hooguit zijn er regionale afdelingen zoals in Luik en Henegouwen die het niet appreciëren dat de Keizerslaan hun macht inperkt, en zijn er kopstukken die persoonlijk niet zo’n goede relatie hebben met de voorzitter.
Het is bekend dat de verstandhouding tussen Di Rupo en Waals minister-president Rudy Demotte niet optimaal is, net zoals die tussen Di Rupo en Moureaux ook hoogtes en laagtes kent. Maar een openlijke uitdager is er niet, niet bij deze voorzittersverkiezingen en ook niet in de coulissen.
Premier?
In zijn vierde mandaat als voorzitter wachten Di Rupo enkele belangrijke uitdagingen. Hij moet het werk afmaken dat hij begonnen is: het goed bestuur overal in de PS ingang laten vinden en de arrogantie van de macht tegengaan op die plaatsen waar de PS sterk staat. Hij moet de relance van de Waalse economie verder opdrijven. Een Wallonië dat slecht presteert is niet alleen desastreus voor het land maar ook voor het imago van de PS. Hij moet de PS vernieuwen in Brussel, waar de generatie Moureaux-Picqué aan vervanging toe is, waar de meeste PS-burgemeesters vrij oud zijn en er voorlopig nog geen Paul Magnette in zicht is. En vooral: hij moet Franstalig België de gevolgen laten verteren van een staatshervorming, als die er ooit komt.
De PS gaat ervan uit dat ze een zware prijs zal betalen voor een afbouw van de sociale zekerheid en een grotere autonomie voor Wallonië en Brussel, indien die tot inkomensverlies leidt. Het is het punt waar formateur Di Rupo partijvoorzitter Di Rupo tegenkomt. Wie zal het halen? En wie zal de laatste opvolgen als de eerste premier wordt?
De meest geciteerde namen voor een mogelijke toekomstige PS-voorzitter zijn die van Paul Magnette, Rudy Demotte en Laurette Onkelinx. Tenzij Di Rupo zich slechts ad interim laat vervangen omdat hij ervan uit gaat dat zijn premierschap van korte duur zal zijn. Het is voorlopig allemaal speculatie, zoals alles wat de politieke toekomst van dit land betreft.
Nina Verhaeghe
(Nina Verhaeghe volgt voor het VRT-radionieuws de politiek over de taalgrens)
@Allen: uw reactie is welkom als u zich houdt aan de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






27/05/2011 om 19:01
Twaalf jaar partijvoorzitter, en niet zo maar een flut voorzitterke.
Neen, neen, als de Don spreekt, zwijgen de vazallen. En de anderen ook.
La passionara staat klaar.
Il faut le faire. Voorwaar, voorwaar, een prestatie.
In Vlaanderen verslijt elke partij er zo ongeveer één per twee jaar en half, en hop, weg is hij/zij. Van “duurzaamheid” gesproken.
Behalve VB. Geen geleuter met die twee oude smurfen, ook al zijn ze géén voorzitter, zij zijn al eeuwenlang de baas aan de kaaien.
In Brussel is dat d’abord le souverain en dan afwisselend Piquet - De Donnea. Pff…oude mannetjes huis daar in de hoofdstad.
28/05/2011 om 06:55
” de arrogantie van de macht …” schrijft u .
Het is stuitend dat door de meerderheid van de politieke leiders in het zuiden van België niet begrepen wordt ,
hoezeer 5 miljoen vlamingen stilaan walgen van hun manier om politiek te bedrijven.
Het dédain , het misprijzen waarmee de franstalige politici
een ‘ Wallo-Brux federatie ‘ stichten en het noorden jennen is de nieuwste provocatie .
Ze zal als een boemerang vertrokken uit de eigen hand in hun gelaat weerkeren.
Deze generatie franstalige politici zal als , zacht gezegd , onkundig
door de nakomelingen van haar huidige kiezers veroordeeld worden.
In plaats van de waalse belgen aan te sporen tot actie
is er voor gezorgd dat die franstalige kiezers in ruime mate afhankelijk zijn gemaakt aan de politieke klasse.
Elio Di Rupo speelt zijn spelletje vertragingsmaneuvers verder.
De kroniek van een falende waalse politieke klasse is nog niet aan de epiloog.