De 67-jarige Bob Gates was van kindsbeen af een gevierde scout. Wellicht heeft hij daarom zo trouw en bescheiden gediend - ‘altijd paraat’ - onder diverse presidenten. Gates werd door George W. Bush als minister van defensie aangesteld, en toen Barack Obama aantrad aanvaardde hij om nog een tijdje voort te blijven werken. De president kon zijn steun best gebruiken; op het Pentagon leefde behoorlijk wat scepsis en wantrouwen tegenover de nieuwbakken commander-in-chief.
Gates, die politiek onduidelijk gekleurd was, leek een goeie bruggenbouwer. Hij heeft die verwachtingen ook naar behoren waar gemaakt, schipperend tussen de generaals - die voortdurend meer troepen vroegen voor Afghanistan - en de ongeduldige, onstuimige staf van het Witte Huis die de oorlog grondig beu werd. Sommigen vonden hem een tikkeltje dubbelhartig en laf, anderen zien hem juist als een vaardige smid van compromissen. In elk geval bewaarde Gates, in zijn publieke optredens, een soort mysterieuze saaiheid en ondoorgrondelijkheid. Hij zocht zelden het voorplan en liet weinig in zijn kaarten kijken. Gates is langer op zijn stoel blijven zitten dan hij zelf voorzien had. Maar deze zomer mag hij eindelijk vertrekken. Daarmee zet hij een stoelendans in gang die belangrijke gevolgen kan hebben voor het buitenlandbeleid van Obama, en vooral voor de politiek tegenover Afghanistan en Pakistan.
Stoelendans
Alle benoemingen zullen door de senaat moeten bekrachtigd worden. Maar behoudens onverwachte tegenwerking, wordt Leon Panetta de opvolger van Gates op het Pentagon. Hoewel Panetta aan het begin van zijn carrière nog voor republikeinse politici werkte, heeft hij intussen duidelijk de kant van de democraten gekozen. Hij was drie jaar lang stafchef voor president Bill Clinton, en van hem mag worden verwacht dat hij eerder de visie van Obama zal uitdragen en doordrukken in het Pentagon, dan dat hij de spreekbuis van de militairen wordt in het Witte Huis.
Dat kan belangrijk zijn in de sturing van het Afghanistan-beleid. Vanaf de zomer wil Obama een aantal Amerikaanse troepen terugtrekken. Het is best mogelijk dat het bij een symbolische afbouw blijft, want de vooruitzichten zijn nog niet echt denderend rooskleurig. Maar de president zal er alles aan doen om, een jaar voor de verkiezingen, het beeld op te hangen dat het begin van het einde is ingezet. Wat de militaire staf ook mag beweren en aanvoeren, Panetta is de man die het Amerikaanse leger in Afghanistan naar de uitgang moet begeleiden.
CIA
Leon Panetta werkte al voor Obama als baas van de inlichtingendienst CIA. Op die plaats wordt hij vervangen door generaal David Petraeus - de held van Irak. Petraeus wist in Irak een strategie toe te passen van counterinsurgency: een combinatie van vernietigende raids door elitetroepen, met een geduldige uitbouw van vertrouwensrelaties en samenwerkingsverbanden tussen de Amerikaanse militairen en lokale gezagsdragers en milities.
Provincie na provincie moest op die manier weer gestabiliseerd raken. Ook al kan je vragen stellen bij de duurzaamheid van de bereikte resultaten, feit is dat die operatie in Irak - alle verhoudingen in acht genomen - redelijk geslaagd is. Petraeus heeft de pluimen voor die prestatie op zijn hoed gestoken. De generaal dacht zijn succesnummer te kunnen overdoen in Afghanistan, maar lijkt daar toch op de grenzen te botsen van zijn strategie. Met zijn overstap naar de CIA kan hij op elegante wijze een openlijke mislukking ontlopen. Hij kan vertrekken voor hij op de resultaten wordt afgerekend.
Mogelijk hangt hier ook een voordeel aan vast voor Obama. In de pers en in republikeinse kringen zagen sommigen in Petraeus een aantrekkelijke en boeiende presidentskandidaat. Een oorlogsheld met verstand, een fijn besnaarde generaal: zo iemand zou Obama in 2012 het leven nog wel ‘s zuur kunnen maken. Nu Petraeus een benoeming als baas van de CIA aanvaardt, lijkt dat scenario - voorlopig - van de baan.
Hoogste spion
De Amerikaanse media wijzen er op dat de personeelswissels een recente trend bevestigen en in de verf zetten: de vervagende grens tussen inlichtingenwerk en militaire operaties. Al sinds de opmars van de Noordelijke Alliantie in Afghanistan, in 2001, heeft de CIA een vooraanstaande rol gespeeld in de eigenlijke oorlogsvoering. Het waren CIA-agenten die toen de milities van de Alliantie begeleidden en ondersteunden - net zoals er nu allicht ook CIA-commando’s actief zijn aan de kant van de rebellen in Libië. En intussen voeren onbemande vliegtuigjes, onder leiding van de CIA, veelvuldig bombardementen uit boven Pakistan. De spionnen zijn actiehelden geworden.
Omgekeerd heeft Donald Rumsfeld, de voormalige minister van defensie, de militairen voor goed het terrein van het inlichtingenwerk binnen geloodst. Petraeus, in een vorige hoedanigheid bevelhebber van het Central Command (de regio van het uitgebreide Midden-Oosten), heeft die lijn nog doorgetrokken. Ook zijn geliefde counterinsurgency-strategie stoelt sterk op inlichtingenwerk; hij lijkt dus klaar om de rol van hoogste spion op zich te nemen.
Petraeus geniet het imago van het slimste jongetje van de klas. Een supertalent, maar ook onmiskenbaar ambitieus. In de discussies over de vereiste getalsterkte in Afghanistan stelde hij zich niet altijd loyaal op tegenover Obama. Soms zocht hij, eigenzinnig, de pers op, of manoeuvreerde hij achter de schermen voor zijn eigen agenda. Nu geheimhouding tot het wezen van zijn opdracht gaat behoren, kan Obama toch maar beter een beetje uitkijken voor de generaal.
Bert De Vroey
(Bert De Vroey is buitenlandverslaggever bij onze nieuwsdienst, gespecialiseerd in de VSA)
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod






29/04/2011 om 08:47
Terwijl Gates sowieso van plan was om eerlang te vertrekken, heeft het Lybische avontuur ongetwijfeld zijn besluit versneld. Zei hij niet, vlak voor de aanvallen van “de bondgenoten” op Khadafi, dat een Amerikaanse President die het land in een derde oorlog zou storten, helemaal gek moest zijn? (Quod est).
Wat er vanaf nu rond het Witte Huis gebeurt zal enkel worden gedreven door electorale belangen van de President én van de democratische partij (waarbij de benoeming van Petraeus bij de CIA een voorbeeld is). De postmoderne democratie heeft toch ook haar rechten?
De buitenlandse politiek speelt daarbij in de VSA historisch een verwaarloosbare rol, “zolang er geen of niet te veel jongens sneuvelen”. Vooral met een economie die nog geen vaste voet onder de grond voelt en met een ideologisch debat over het huizenhoog deficit, zal het dagelijks leven van en in het binnenland de volledige aandacht opeisen. Dat alles sluit niet uit dat ze, met het gepaste media tromgeroffel, zullen versmaden om wat buitenlandse trofeëen binnen te halen. Maar “substantie” hoeven we niet meer te verwachten… voor zover dat in de Obama legislatuur al het geval zou zijn geweest.