Vijf jaar geleden, op 12 april 2006, werd Joe van Holsbeeck in het Centraal Station van Brussel doodgestoken voor zijn mp3 speler. De twee daders werden opgepakt dankzij beelden van de bewakingscamera’s. De meerderjarige, Adam G. werd veroordeeld tot 20 jaar. Hij zit die straf uit in zijn vaderland Polen. Na ten vroegste 10 jaar kan hij weer vrijkomen.
De minderjarige moordenaar, Mariusz O, bracht enkele maanden door in de gesloten jeugdinstelling van Kasteelbrakel, maar hij is al lang weer vrij. Hij keerde terug naar Polen “om er werk te zoeken om de ouders van Joe te vergoeden”. Dat lukt blijkbaar niet zo goed, want hij is daar alweer opgepakt voor enkele diefstallen.
Stijgende cijfers
Hoe staat het met de jeugdcriminaliteit in eigen land? Een studie van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie stelde twee jaar geleden dat de criminaliteit bij jongeren de laatste decennia niet was toegenomen.
Dat werd meteen fel betwist door de mensen die in de praktijk staan. Met cijfers kan je veel bewijzen zeggen jeugdrechters en jeugdadvocaten, wij zien in onze rechtbanken elke dag méér jongeren. Bovendien worden de jeugdige misdadigers ook steeds jonger: een dief van 12 jaar, daar schrikken wij niet meer van.
Echt betrouwbare cijfers bestaan er niet. Om toch een idee te geven: uit “Justitie in cijfers” van 2010 blijkt dat er in 2008 90.000 jongeren voor het jeugdparket werden geleid. Dat is een stijging met meer dan 10 procent in één jaar.
Oorzaken
Maar veel interessanter dan de cijfers is de vraag naar de oorzaken van de stijgende jeugdcriminaliteit. Veel specialisten verwijzen daarvoor naar onze maatschappij die op korte tijd totaal veranderd is. Het klassieke Vlaamse gezin (vader, moeder en hun kinderen) wordt stilaan een minderheid in de grootstad.
De realiteit is nu dat mensen vanuit heel de wereld hier neerstrijken. Wie illegaal hier is heeft het vaak moeilijk om te overleven. En dat kan de deur openen naar criminaliteit. De helft van de mensen die in Antwerpen voor de onderzoeksrechter verschijnt, is illegaal in het land, zegt onderzoeksrechter Karel Van Cauwenberghe.
Wat gebeurt er dan met hun kinderen? De Antwerpse politie spreekt daarover duidelijke taal: commissaris Gunther Steegmans zegt dat 80 procent van de jongeren die worden opgepakt van allochtone afkomst zijn. 60 procent is van Noord-Afrikaanse afkomst en zo’n 25 procent komt uit het voormalige Oostblok. Sinds kort is er een toename van Tjetsjenen en Mongolen. “Daarmee stigmatiseren we niet”, zegt Steegmans, “het zijn naakte cijfers”
Misdrijf?
Onze wetgeving houdt met deze nieuwe fenomenen geen rekening. Ze blijft ervan uitgaan dat jongeren geen misdrijven kunnen plegen. Als ze dan toch iets doen wat een misdrijf zou zijn als ze volwassen zouden geweest zijn dan wordt dat omschreven als “ een als misdrijf omschreven feit”. En daar knelt het schoentje: als een jongere geen misdrijf kan plegen kan hij ook niet worden gestraft, de jeugdrechter kan alleen “maatregelen “ nemen.
Jongeren die uit een cultuur komen die veel harder is dan de onze ervaren dit vaak als zwakheid. Zij berekenen hun “return on investment”: wat kost het mij als ik dit doe? Als het antwoord is “ niet zo veel” dan is de rekening snel gemaakt. De jongeren weten ook dat er te weinig plaatsen zijn in de gespecialiseerde instellingen, en dat ze er meestal vanaf komen met huisarrest.
Noord-Zuid
In Vlaanderen vindt een meerderheid dat er een echt jeugdsanctierecht moet komen, maar aan de overkant van de taalgrens blijft men in het beschermingsmodel geloven. Dit fundamenteel twistpunt ligt mee aan de basis van het debat over een mogelijke federalisering van justitie.
Een jeugdsanctierecht is misschien nog niet voor morgen. Maar dat betekent niet dat we intussen werkloos moeten toekijken. Het jeugdsanctierecht komt hoe dan ook nà de feiten, het is veel beter preventief in te grijpen. En dat kan, zeggen specialisten, door de ouders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Zij moeten er op toezien dat hun kinderen naar school gaan. Want, sterk uitgedrukt: kinderen die spijbelen zijn de misdadigers van morgen.
Leo Stoops
(Leo Stoops is gerechtelijk verslaggever bij onze nieuwsdienst)
@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod






12/04/2011 om 09:40
Gaat jeugdsanctierecht dit soort problemen wel oplossen?
Is het niet beter om werk te maken van die ‘deur naar de criminaliteit’? Daarmee wil ik niet zeggen dat je alle illegalen zomaar alles moet geven, of zomaar terugsturen, maar een consequent asielbeleid lijkt mij wel noodzakelijk. Hiermee komen we tot een typische links-rechts discussie: preventie of sanctionering?
Preventie: volgens mij is het belangrijkste om die stap naar de criminaliteit te vermijden toch een alternatief te bieden. Als we in onze maatschappij door geld, beroepsstatus en statussymbolen (chique auto, groot huis, …) laten bepalen, is het ook logisch dat deze mensen die dingen ook willen bereiken. Als je een reële kans hebt om op te klimmen in de maatschappij op een eerlijke manier, is die verleiding er niet zo om het via criminaliteit te doen.
Als je criminaliteit wil verminderen moet je wel een opstap naar de autochtone maatschappij kunnen bieden.
Sanctionering: daarnaast is het echter ook noodzakelijk om toch een minimum aan responsabilisering te voorzien. Het idee dat je als minderjarige met alles weg kan komen is niet goed voor de jongere, noch voor slachtoffers en iedereen die een gevoel van ’straffeloosheid’ krijgt.
Als men aan preventie en sanctionering tegelijk kan werken, zullen beiden effect hebben. De voordelen van preventie zijn de kostprijs (t.o.v. een gevangenisstraf) en de duurzaamheid. Sanctionering is noodzakelijk voor zij die hierdoor niet weggehouden kunnen worden uit de criminaliteit op deze manier.
Ik hoop ten zeerste dat een toekomstig beleid vooral op preventie inzet en sanctionering als laatste stap overhoud.
M.V.G.
Dries
12/04/2011 om 10:42
Mijnheer Stoops, ik heb zo het gevoel dat dit artikel u niet in dank afgenomen gaat worden, …
12/04/2011 om 11:13
Beste meneer Stoops,
Als student criminologie treft het mij dat u het onderzoek van het NICC zo makkelijk in de wind slaagt. Ik moet hierbij vermelden dat dit instituut rekening houdt met zeer veel parameters en zo wetenschappelijk mogelijk te werk gaat, iets wat ze van justitie niet kunnen zeggen! Een makkelijke analyse zoals dit wordt steeds weer gemaakt.
Daarnaast wil ik zeker vermelden dat aan een jeugdsanctierecht een zwaar kostenplaatje hangt, niet alleen letterlijk maar ook in sociaal kapitaal. Iemand als jongere bestraffen door opsluiting of dergelijke zorgt voor een zeer zwaar stigma en kweekt eeuwige gangsters. Ik wil als criminoloog niet verantwoordelijk zijn voor zo’n Vlaanderen.
12/04/2011 om 11:19
Een goede analyse!Vooral de laatste zin mag er zijn!
Ik heb enkele jaren in Duitsland gewoond en er de media gevolgd.Ik heb sterk de indruk dat er in de media meer kwaliteit aangeboden wordt.Er word dieper ingegaan op de problematiek van maatschappelijke knelpunten.
In Beieren is er een project(geweest) waarbij jeugdige misdadigers berecht werden door “rechters” van 18 jaar.Door het geringe leeftijdsverschil tussen de misdadiger en de rechter voelden de veroordeelden de straf en de ondervraging anders,directer aan.Het ging hierbij uiteraard om zeer kleine misdrijven en de jonge rechters kregen een aangepaste opleiding.
In skandinavie worden ouders van spijbelende kinderen al na enkele uren niet vooraf gemelde afwezigheid door de politie opgezocht en van het feit op de hoogte gebracht.Ze mogen meteen een boete van 100 € betalen en daarna word er door maatschappelijke werkers onderzocht wat de onderliggende problematiek is en waarmee de samenleving eventueel kan en moet helpen.
Het verhaal rond de Rütli Schule in Berlijn enkele jaren terug is in heel Duitsland bekend.De school situeert zich in een stadsdeel(Kreuzberg-Neukölnn) waarin zeer veel alochtonen wonen.Les geven in de school was onmogelijk geworden.De directeur was met ziekteverlof(het zal wel) en de interim directeur samen met alle leerkrachten en personeel stuurden unaniem een brief naar de inrichtende macht om te melden dat ze de school zouden sluiten als er geen politie bewaking zou komen tijdens de schooluren.Pas na 6 weken kwam er reactie van het stadsbestuur.De politie kwam,er werd een amerikaanse manager aangesteld die de problemen grondig moest analysen en aanpakken.De oudercontacten werden verbeterd.Via vele projecten werd er bij de leerlingen meer positief zelfbewustzijn bijgebracht.Rütli werd zelfs een merknaam.De school werd gerenoveerd en is nu een vormingscentrum dat ook open staat voor niet schoolse activiteiten.Andere scholen in de buurt fusioneerden met de Rütli-Schule.
Het is een opdracht voor de brede samenleving om de jeugdcriminaliteit aan te pakken. Het zal een mentaliteitsverandering vergen.
12/04/2011 om 11:22
Mooie analyse. Leo Stoops legt nog maar eens de vinger op de wonde: teveel migranten waarmee het hier foutloopt en een te slap overheidsoptreden tegen overlast & criminaliteit. Jammer dat ze dat in die andere democratie waar wij een staat mee delen niet willen inzien.
12/04/2011 om 12:05
Als jeugdparketten en jeugdadvocaten elke dag méér jongeren zien, betekent dit niet direct dat de jeugdcriminaliteit stijgt. We leven nu eenmaal in een strafstaat die geld pompt in justitie en afbouwt in de sociale sector, en wanneer men wel geld in de sociale sector investeert, is het vaak in die niches die de beste resultaten boeken (maar het is nu eenmaal gemakkelijker om bv. studenten die 2x in de week cannabis gebruiken te helpen, dan gemarginaliseerde gebruikers aan bv. het ‘De Coninckplein’ in Antwerpen). Er worden nu gewoon meer zaken naar het parket gestuurd dan vroeger en dan ziet men uiteraard ook meer jongeren.
U mag dan wel stellen dat meer en meer allochtone jongeren in de cijfers voorkomen, helaas ben ik het niet eens met uw stelling dat cijfers veel kunnen bewijzen. Cijfers kunnen dit namelijk niet. Ik ben ervan overtuigd wanneer gecontroleerd wordt voor socio-economische context, het profiel van een allochtone dader niet verschilt van dat van een autochtone dader. Daarbij komen ook nog is de selectiemechanismes die spelen, allochtonen zijn een groep die geviseerd wordt door gans het strafrechtssysteem (al dan niet bewust).
Daarnaast lost opsluiting niets op, het is niets meer of minder dan het probleem tijdelijk wegsteken. Wanneer de jongere daarna terug in de samenleving wordt ‘gedumpt’, komt hij weer terecht in een wereld waar alles draait rond geld en macht, wie niet bij dit clubje hoort, wordt systematisch uitgesloten. Voor zijn straf zal hij vaak al aan de rand van de maatschappij gestaan hebben, na een gevangenisstraf of dergelijke, zal deze situatie er niet beter op worden, integendeel… . Wie zich niet kan schikken naar de waarden en normen van de heersende klasse, hoort er niet bij en dat laat men duidelijk blijken ook.
Misschien ben ik wel een naïef links jongentje, maar ik maak me wel degelijk zorgen om het feit dat Vlaanderen meer en meer naar rechts evolueert en dat straffen en sanctioneren zomaar een normaliteit wordt, zonder dat er ook maar enige verbetering waargenomen wordt. Men steekt blijkbaar liever het probleem weg achter vier muren, dan de kern, die in de samenleving ligt, aan te pakken.
Ook vind ik het een spijtige zaak, dat cijfers nog steeds als ‘hét bewijs’ worden gezien, terwijl er naar de jongeren zelf amper wordt geluisterd, uit die verhalen kan veel meer relevantie informatie worden verkregen, daar ben ik ook van overtuigd.
MVG
Jasper Janssens, student criminologie
12/04/2011 om 12:30
Ok, de conclusie is: geen allochtonen en het is opgelost…
Wat een mooi woord allochtoon…
Ik vind het wel heel raar dat er zomaar statische gegevens bijgehouden worden over hun zogezegde origines…
Ik vraag me af hoe dat in praktijk uitgevoerd wordt.
Je hebt bijvoorbeeld een Belg, maar ja een Belg die niet op een Belg lijkt. Wat doet de ambetenaar (politie, gerecht,…? Hij vult een formulier in en daar staat een vakje: allochtoon of autochtoon?
Dus conclusie is, er zijn in Vlaanderen, echt Belgen en minder echte Belgen??
Zoiets zou bijvoorbeeld in Frankrijk niet kunnen, daar is er bij wet vastgelegd, dat er geen gegevens mogen worden bijgehouden over etnische, religieuze of politieke opinies. Daar zit een stukje geschiedenis achter…
Criminaliteit = vreemdelingen
Eerlijk gezegd het probleem ligt is toch veel complexer neen? Ik heb hier geen perfect antwoord voor maar d’analyse van Meneer Stoops gedeeltelijk fout is en dat de oplossingen ook fout zijn. Als je het probleem niet kent kan je moeilijk een oplossing vinden…
Allé nog een prettige dag!
12/04/2011 om 12:34
Leo,
Wat een stemmingmakerij.
En zo blijven we de mensen doen geloven dat er meer criminele jongeren zijn.
Ik had het voorrecht ( een mens begint deze praktijkervaring echt zo te zien) in jeugdinstellingen op te groeien en kan daardoor dus echt wel vergelijken.
Ook toen zaten in mijn leefgroep zware gasten die na Mol in ‘mijn’ instelling werden geplaatst.
De bevindingen van een instituut zomaar van tafel vegen is heel gevaarlijk.
Al helemaal omdat je naar de aantallen van de jeugdparketten verwijst, waar nog steeds ( afhankelijk van arrondissement tot arrondissement) meer problematische opvoedingssituaties worden behandeld dan jongeren met een misdrijf omschreven feit.
Ik volgde elke woensdag van september tot de paasvakantie de commissie bijzondere jeugdzorg in het Vlaams Parlement. Waar was je Leo ? Ik heb er geen enkele andere journalist gezien.
Daar waren hoorzittingen met directeurs van jeugdinstellingen, criminologen, jeugdadvocaten, professoren (jawel, empirisch materiaal en geen ‘ik heb eens gebeld met een commissaris van de politie-meningen’), opvoeders, …
Iedereen beaamt dat er géén verhoging is van de jeugdcriminaliteit.
Wel zijn vele pijnpunten opgesomd.
Zo kent de zeefhoek in Antwerpen een groot probleem met Roma waar kinderen onder 12 jaar criminele feiten plegen en die we niet kunnen opsluiten ( Europees verdrag).
Zo is recidive van Everbergjongens zeer hoog. Ze kunnen daar bij wet maar 2 maanden blijven en dan faalt de overheid want blijft verdere begeleiding of doorverwijzing naar een gesloten instelling in een opvoedkundige setting onmogelijk. (Mol, Ruiselede).
Gevolg : ze plegen tientallen feiten.
Zo zitten Mol, Beernem en Ruiselede vol met oneigenlijke plaatsingen. Vaak zwakbegaafde jongeren met een agressiestoornis die geweerd worden in de psychiatrie omdat daar geen opnameplicht bestaat.
Ik kan zo nog wel een boek schrijven.
Van een collega, zeker van de VRT had ik meer kennis en juistheid verwacht.
Mvg collegiale groet,
S.
12/04/2011 om 13:21
De analyse (sic) van Leo Stoops is alvast geen ‘analyse’ in de klassieke zin van het woord. Leo Stoops zorgt er namelijk niet voor dat het probleem ontleed wordt in al zijn bestanddelen en zo tot een beter begrip leidt. Integendeel, de wetenschappelijke, jeugdcriminologische kennis en attitude ontbreekt. Verrijkend kan je de analyse ook niet noemen, ‘common sense’ wel. Bronnen worden niet vermeld, clichés als het ‘klassieke Vlaamse gezin’ of ‘het jeugdsanctierecht als oplossing’ of de ’spijbelaar van vandaag is de misdadiger van morgen’ worden kritiekloos en zonder enige kennis terzake neergeschreven. Cijfers van het Nationaal Instituut voor de Criminologie en de Criminalistiek zijn blijkbaar onbetrouwbaar maar die van commissaris Gunther Steegmans dan weer niet.
Opmerkelijk voor een publieke omroep die zichzelf als kwaliteitsvol ‘labelt’…
12/04/2011 om 13:39
Het valt te verwachten dat een dergelijk opiniestuk de deur openzet voor bedenkelijke reacties als die van dhr. Dekkers. In ‘Vlaanderen’ (what’s in a name?) zijn er ook nog altijd heel veel mensen die vasthouden aan preventie boven repressie.
Als de naakte cijfers niet liegen en we dus kunnen vaststellen dat er zo’n oververtegenwoordiging is van allochtonen in de cijfers van jongerendelinquentie, in de eerste plaats van degene die hier ‘illegaal’ zijn, zijn we dan niet aan onszelf verplicht om eerst eens te kijken naar de bron: hoe staan die jongeren in het leven? Welke kansen hebben ze op goed onderwijs en om te groeien? Als we daar in investeren, dan kunnen we ‘afvalligen’ terug op het spoor krijgen. Maar aangezien velen hier dus ‘illegaal’ zijn, zijn ook de mogelijke preventieve maatregelen zeer beperkt. Of hoe het protectionisme zichzelf bedreigt…
We mogen niet zomaar grijpen naar repressieve maatregelen, maar we mogen ook niet blind zijn voor de huidige situatie. Ik ben persoonlijk de mening toegedaan dat een persoon niet ‘illegaal’ kan zijn. Wie zijn wij immers om te stellen dat iemand hier niet welkom is op basis van - hoe je het draait of keert - een soort economisch protectionisme. Dat betekent niet dat we niet mogen verlangen dat nieuwkomers hier hun steen bijdragen om ons systeem draaiende te houden: werken, sociale bijdragen betalen,…
Een tijd geleden had men het over de beperkte slaagkansen van allochtonen die de weg vinden naar het hoger onderwijs. De dwaze en populistische reacties lieten ook in die discussie niet op zich wachten: “ze zijn te dom voor zo’n onderwijs.” Ook hier moeten we nagaan waar het precies schort. Is er nog een probleem met taal (zoals vaak het geval is in de situatie van delinquente jongeren van allochtone afkomst)? Krijgen ze wel genoeg steun vanuit hun directe omgeving (familie, vrienden) om te studeren?
Is dit trouwens geen probleem waarvoor we eens naar Europa moeten kijken? De hele migratieproblematiek moet m.i. op een hoger niveau bekeken en gereguleerd worden. Als Sarkozy een tentenkamp van Roma-zigeuners in Frankrijk laat ontruimen, dan komen die mensen uiteindelijk hier terecht. Is dat de bedoeling? Nog een bedenking: mensen hebben het de laatste tijd altijd maar over Roma-zigeuners. Het zijn Europeanen, vaak afkomstig uit Roemenië of Bulgarije en dus burgers van de Europese Unie, met dezelfde rechten zoals u en ik.
Laat ons te allen tijde menselijk blijven en blijven geloven in de mens. Dat er werk aan de winkel is, spreek ik zeker niet tegen. Maar eigenschappen (”vatbaar voor delinquent gedrag” of “dom”) toeschrijven aan bepaalde bevolkingsgroepen, nee. Als we iedereen als mens beschouwen, met sterktes, dromen, hoop, wilskracht, maar ook zwakheden, dan blijven we onze eigen idealen trouw. En anders mogen we van mijn part naar de verdoemenis gaan, maar dan eigen volk eerst!
12/04/2011 om 14:35
Zeer interessante tekst. Eindelijk durft een bekende Vlaamse journalist eens de waarheid schrijven. Al te veel worden wij als brave werkende Vlaamse burger gepamperd door een staatsbestel dat jeugdmisdadigheid minimaliseert. Maar je moet het eens van dichtbij meemaken… Bij mijn schoonouders werd ’s nachts een (klein) kind door een klein verluchtingsluik een achterbouw binnen gehesen, zodanig dat het de deur kon openen en de volwassen mededaders het ganse huis konden doorzoeken op geld en juwelen.
De voetstapjes in de border naast de achterbouw waren duidelijk.
Ook werd mijn buurvrouw, die met draaiende motor voor een verkeerslicht stond in Gent, plots verrast door een tiener die de rechter voorruit aan diggelen sloeg en haar handtas meegraaide.
Wij voelen ons niet meer veilig, en hoe kan het anders als volwassen criminelen hun kinderen inzetten voor hun strooptochten. De middeleeuwen komen er weer aan, met roversbendes die ganse streken en steden onveilig maken. Baekelant achterna… maar dan zonder guillotine als straf!!!
12/04/2011 om 14:55
De manier waarop de heer Stoops het wetenschappelijk onderzoek van het NICC onderuit haalt, slaat nergens op.
Is er, met de stijging van de bevolking, ook een gelijke stijging van professionelen die in conflicten tussenkomen? Of is hun caseload gewoon onevenredig toegenomen?
Ook de cijfers van de jeugdparketten haalt hij uit zijn verband: voor de overgrote meerderheid gaat het om problematische opvoedingssituaties.
Deze ‘harde’ opinie is een treffend voorbeeld van wat prof Dr. Evelien Tonkens beschrijft in ‘Mondige burgers, getemde professionals’ en in ‘Spugen op kleine leiders’: Stoops voedt hiermee het gebrek aan sociale cohesie. Bijna alles is onze eigen keuze -eigen schuld dikke bult- geworden. De moeilijkheden van het doe-het-zelfbestaan leiden tot onvrede, de onvrede leidt tot zowel etnische spanningen, als tot het beschimpen van ‘kleine leiders’ zoals buschauffeurs, trambestuurders en ambulancepersoneel. Het populisme vindt steeds meer weerklank. Of het nu gaat om grote of kleine klassen, de tekorten in de jeugdzorg, de behandelchaos in de ziekenhuizen of over kinderopvang en het evenwicht werk-gezin, de overheid zit met de handen in het haar, Autonomie en vrije keuze, waarbij iedereen zelf maar moet weten hoe hij wil leven, zolang hij maar geen overlast bezorgt, leidde paradoxaal genoeg tot verharding en onverdraagzaamheid.
Het siert Stoops dat hij Mariusz O wat langer in België had willen laten blijven, bij gebrek aan toekomstperspectief in zijn eigen land. Heeft hij mogelijk ook mee gepleit om de 3 Roemeense meisjes in België te houden?
12/04/2011 om 15:12
Ikword hier zo moe van … gooi wat gemeenplaatsen op een hoopje, meng er wat vooroordelen doorheen en kruid met wat racisme en je hebt een hapklare brok voor de tooghangers van café de Vaandelzwaaier.
12/04/2011 om 15:44
Zoals anderen hier al opmerkten: anekdotische informatie weegt niet op tegen gedegen onderzoek.
Leo Stoops heeft wel een punt met “Jongeren die uit een cultuur komen die veel harder is dan de onze ervaren dit vaak als zwakheid. Zij berekenen hun “return on investment”” Waarom hij diezelfde conclusie niet trekt voor de “illegalen” die hier uiteraard moeilijk kunnen overleven zonder inkomen is mij een raadsel, want hij geeft in zijn stuk aan dat hij weet van hun miserie. De jongeren waarvan sprake behoren veelal tot die groep.
Ondanks het herkauwen van ongefundeerde clichés over traditionele Vlaamse gezinnen en de roep om strengere straffen (inclusief de propaganda van het ‘onderscheid’ met Wallonië alsof de grote steden en dan vooral Brussel niet vergelijkbaar zouden zijn met de Antwerpse situatie, en experts niet een gelijkaardige aanpak zouden voorstellen), komt hij toch tot de conclusie: “het is veel beter preventief in te grijpen. En dat kan, zeggen specialisten, door de ouders op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Zij moeten er op toezien dat hun kinderen naar school gaan.” Inzetten op preventie is wat het meeste opbrengt, dus dat is een erg goed idee. Alleen: hoe kunnen die kinderen naar school gaan als we hun ouders tot de illegaliteit veroordelen? Welke ambtenaar of leraar neemt contact met iemand die verondersteld wordt het land te verlaten? Investeren in onderwijs, burgerschapsvorming en begeleiding naar een eerste job is goed voor hen én voor ons.
12/04/2011 om 17:53
Beste Simon Verschaeren,
in verband met het opsluiten van minderjarigen ben ik het niet per se eens. In veel gevallen van minder zware criminaliteit (bvb. diefstal) is opsluiting niet aangewezen maar zou een werkstraf meer zoden aan de dijk brengen (indien ze ook effectief uitgevoerd zou worden). Maar voor zware misdaad zoals overval of moord vind ik het schandalig hoeveel jongeren quasi vrijuit gaan, gewoon omdat ze nog geen 18 jaar zijn. Iemand van 16 (of jonger) weet verdomd goed waar hij mee bezig is als hij iemand een mes in de rug steekt. Zo’n criminelen hoeven niet “beschermd” te worden, en belachelijke straffen als enkele maanden in een instelling waar ze naar de voetbal gaan kijken en gamen lijken me niet meteen een zware straf voor moord. Uitspraken zoals in de zaak Wuyffels, waar de rechter een berisping gaf aan iemand die voor poging tot moord zou moeten berecht worden, is letterlijk het slachtoffer en zijn familie/vrienden in het gezicht uitlachen.
12/04/2011 om 20:16
Brusselse Jongeren en de Grootstadscultuur
Het moge dan inderdaad niet wetenschappelijk onderbouwd zijn, de schrijver van het opiniestuk legt de vinger op de wonde van wat ik als grootstadsbewoner al jaren ervaar. Aan wetenschap die de werkelijkheid niet kan vatten heb ik geen behoefte. Terecht merkt Henri Bergson op dat de werkelijkheid niet alleen met de rede, maar ook met het gevoel moet gevat worden. Welke werkelijkheid vatten de statistieken?
Bijna vijftien jaar doorkruis ik Brussel met het openbaar vervoer en stel ik vast dat de openbare ruimte (inclusief het mobiele gedeelte) geterroriseerd wordt door jongeren, vaak minderjarigen. Tientallen keren ben ik geschoffeerd, beledigd en geïntimideerd. In tegenstelling tot vrienden en kennissen ben ik zelf nog (!) niet het slachtoffer geworden van fysieke agressie (omdat ik er telkens in geslaagd ben de lont uit de verbale agressie te halen), maar in mijn stad heerst een unheimlich gevoel van een diep woekerende onderhuidse agressie en ontevredenheid.
Wat een verschil met de grootsteden in het buitenland waar ik maandelijks kom: in Parijs, London of New York voel ik me bevrijd, alsof er een last van mijn schouders valt. Deze steden zijn veel meer tolerant t.a.v. andersdenkenden, homo’s, subversieven, dandy’s, decadenten, neuroten, vromen e.a. Waarom ben ik hier nog nooit beledigd? Waarom wordt ik hier nooit scheef bekeken? Waarom kan ik hier wel zonder problemen het openbaar vervoer nemen? Hoe komt het dat de diversiteit in die steden niet tot zo’n droevige agressie leidt?
Er waart een spook door Brussel. Een spook bestaande uit massa’s vogelvrije jongeren die al wat afwijkt van hun machismo-normen minachten en vernederen. En ja, vaak zijn deze jongeren van allochtone afkomst. Maar het is niet hun huidskleur dat hen verenigt maar hun intolerantie tegen de Ander, het feminiene, het intellectuele, het kunstzinnige, het zachtaardige, het gevoelige, de goede wil. In al mijn Brusselse jaren heb ik nog nooit een racistische daad vastgesteld tegenover een kleurling, maar omgekeerd ben ik al te vaak getuige geweest van agressie van groepjes Marokkaanse jongeren tegen onschuldige blanke medeburger, die het aandurfde een broek, een hemd, een hoofddeksel te dragen dat niet strookte met de esthetische normen van deze jongeren, of onder de zon van Allah durfde hand in hand te lopen met een andere jongen (cf. onlangs nog een reportage op TV over de toenemende agressie t.o.v. holebi’s in Brussel).
Het grote probleem blijft dat dit luidop durven zeggen wat zovelen weten, zien, horen en voelen nog steeds een taboe is. En, de normen en waarden veranderen met zienderogen in Brussel. Niemand kijkt nog om wanneer een onverlaat graffiti spuit, een metrostoeltje beschadigt of vuil achterlaat in de openbare ruimte. Waarom? Omdat de bevolking van Brussel aan een razend tempo verandert (wordt door sociologisch onderzoek ondersteunt, cf. Knack Magazine). Het merendeel zijn buitenlanders, illegalen en nieuwe Belgen die er heel andere normen en waarden op na houden. Waarvoor de vrouw nog aan de haard hoort, de openbare ruimte nog een openbaar stort is. Ja, dit klinkt hard. Maar na vijftien jaar vooral hol. In de ban met de onverschilligen die zich ’s avonds terugtrekken op hun verkaveling of hun Dansaertloft. Wat is er links aan om dit te ontkennen? Wat is er rechts aan om dit te durven zeggen? Ik woon hier al jaren, en niet veilig opgeborgen in een duurdere wijk. Ik gebruik hier elke dag het openbare vervoer. Ik fiets hier elke dag. Ik probeer deze stad elke dag leefbaar te houden.
Ons land heeft nood aan een gedurfd grootstadsbeleid waarin de dingen gezegd worden zoals ze zijn. En niet zoals we ze graag zouden willen hebben. Er is nood aan subversieve reflectie over onze steden, over onze openbare ruimte. Wijzen op de plichten van nieuwkomers. België is geen onontgonnen gebied. Afstand doen van verkavelingsnaïviteit en beseffen dat in de gegeven omstandigheden van globalisering waarin de klassieke natiestaat geërodeerd wordt - er is een nieuwe volksverhuizing aan de gang - nood is aan sterkere maatregelen. Waarom lopen in Parijs wel parkwachters rond die optreden als het nodig is? Waarom worden de metrodeuren van de Londonse Underground niet constant geblokkeerd door jongeren? Omdat hier opgetreden wordt als er een overtreding gebeurt. Men schaamt zich daar ook niet voor. Waarom troept hier niet alles samen op de roltrap? Omdat de Britten omgangsvormen kennen én omdat deze afgedwongen worden (anders gezegd, met allerlei middelen worden mensen aangespoord om zich zo te gedragen én er wordt op toegekeken dat deze regels opgevolgd worden) . O wat ben ik telkens diep beschaamd wanneer ik weer grond aan de voet zet in mijn hoofdstad. In Brussel kan alles. Intolerantie en schofterigheid zijn hier de norm geworden. En niemand durft iets zeggen of doen. Alleen wanneer afstand genomen wordt van de verkavelingsnaïviteit kan een multiculturele sociale progressieve samenleving kans op slagen hebben in de 21ste eeuw. Wie zij ook weer dat de mens een aangeklede aap is? Waarom zich schamen om redelijkheid af te dwingen als de Ander onredelijk blijkt te zijn? Waarom het intolerante tolereren?
PS: De statistieken over agressie op metro, tram, bus en trein doen mijn lachen. Die cijfers weerspiegelen eerder de dagelijkse dosis agressie ipv de jaarlijkse.
NB. Diegenen die denken dat ze als pendelaars een juist beeld hebben van het Brusselse openbaar vervoer raad ik aan om af te wijken van de gangbare paadjes: buiten de spitsuren, buiten de typische pendelroutes, en draag voor een keer eens niet zo’n grijs kostuum of rok. En ervaar hoe vrij u zich nog voelt.
12/04/2011 om 21:35
Aan mevrouw Berghmans : dank voor de genuanceerde formulering.
Ik beperk me tot één passage: …kinderen die spijbelen zijn de misdadigers voor morgen. Is dat zo ?
Wat alleszins wetenschappelijk onderbouwd is, door OESO-studies, is dat ons onderwijs hoog is van kwaliteit, maar helaas ook hoog in ongelijkheid. We zitten daar in een betreurenswaardige koppositie. Inderdaad hebben kinderen uit minder kansrijke gezinnen minder aansluiting op scholen dan in andere landen.
Kunnen we dan niet beter kijken naar onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, die van de volwassen : onderwijs organiseren dat gelijke kansen bevordert? Zouden we dan niet eens denken hoe we het spijbelen, het niet beantwoorden aan de leerplicht, kunnen tegengaan met het organiseren van een leer-recht.
Dit impliceert een leren - wellicht niet steeds in wat wij onder onderwijs verstaan - dat toegankelijk is voor deze kinderen die buiten het klassieke patroon vallen. Omdat zij geen verbinding hebben met die school, omdat zij tijdelijk andere dingen rond hun hoofd hebben, omdat zij niet hele dagen kunnen sitlzitten of beantwoorden aan verwachtingen.
Om om het even welke reden, die ertoe leidt dat deze kinderen en jongeren zich niet in de bedoelde school thuisvoelen.
Via andere aangepaste vormen garanderen we dan als volwassenen een leerrecht en - zo dit realiteit is - minder misdadigers (sic).
In het Leuvense zijn er diverse initiatieven genomen die een antwoord willen zijn op deze nood. Belangrijk is al dat men erkent dat voor een aantal jongeren dit (tijdelijk) niet kan en dat deze jongeren een plaats krijgen, niet gemarginaliseerd of gestigmatiseerd worden in onze statistieken. Het zijn initiatieven waar er gezocht wordt naar verbinding met zichzelf, met de maatschappij, de beste manier om delinquentie tegen te gaan.
13/04/2011 om 08:11
Jeugdcriminaliteit: cijfers en opinies uit de bocht?
Vandaag vijf jaar geleden werd Joe Van Holsbeeck in het Brussels Centraal Station met enkele messteken vermoord om een banale MP3-speler. De ‘verjaardag’ van deze dramatische maar gelukkig nog steeds uitzonderlijke gewelddaad nodigt uit tot reflectie en bezinning. Sommigen grijpen dit feit en de verdere afhandeling ervan aan om hun mening te geven over de (in hun ogen falende) aanpak van (het toenemend aantal) jonge delinquenten.
In een opgemerkt analyseartikel op de website van ‘deredactie.be’ argumenteert Leo Stoops boutweg dat het jeugdbeschermingsrecht, zoals het tot op heden van toepassing is in ons land, naar vorm en inhoud te kort schiet om het fenomeen jeugddelinquentie van antwoord te dienen. Hoewel preventie prioritair blijft, steekt Stoops zijn sympathie voor een toekomstig jeugdsanctierecht niet onder stoelen en banken. Naast enkele cijfers vermeldt hij een aantal belangrijke maatschappelijke oorzaken zoals het toegenomen aantal gebroken families, illegaliteit en de etnisch-culturele afkomst van jongeren. Hoewel hierbij heel wat kanttekeningen kunnen worden geplaatst, willen we in deze reactie enkel ingaan op de centrale stelling van het opiniestuk, met name dat de jeugdcriminaliteit blijft stijgen.
Stoops merkt terecht op dat er een gebrek is aan betrouwbare cijfers. De resultaten van een baanbrekend onderzoek van het Nationaal Instituut voor Criminologie en Criminalistiek (NICC) uit 2008 worden nogal vlot opzij geschoven en geruild voor recentere data uit ‘Justitie in Cijfers’ (2010). Nochtans concludeert het eerstgenoemde onderzoek dat er in de periode 1969-2005 eerder sprake van een veeleer licht dalende tendens. Jongeren worden overigens verhoudingsgewijs van niet meer misdrijven verdacht dan volwassenen. Opmerkelijk is trouwens hun relatief beperkte betrokkenheid bij de meest gewelddadige feiten (moord, doodslag of de poging daartoe). Wat het uitzonderlijk karakter van de moord op Joe Van Holsbeeck dus bevestigd.
De cijfers uit ‘Justitie in Cijfers’ die Stoops aanwendt voor zijn argumentatie vragen om een bijkomende nuancering en wel in drie opzichten. Ten eerste hebben die cijfers betrekking op een periode van vier jaar en niet van één jaar, zoals Stoops beweert. Ten tweede gaat Stoops voorbij aan de grote toename van het aantal POS-zaken (+ 17%). De voorleidingen voor de jeugdrechtbank stijgen m.a.w. vooral omdat steeds meer jongeren te maken met een problematische opvoedingssituatie (echtscheidingen, gebrek aan veilige en stabiele opvoedingsomgeving, …). Volgens het Agenschap Jongerenwelzijn kregen in 2006 acht keer meer jongeren bijzondere hulp omwille van hun problematische opvoedingsomgeving. Ten derde blijkt, wanneer gekeken wordt naar de situatie per gerechtelijk arrondissement, dat er zeker niet kan gesproken worden van een consistente evolutie in de richting van ‘meer jeugddelicten’. Zonder rekening te houden met de nauwgezetheid bij de registratie is er – met uitzondering van Luik en Turnhout – op de meeste plaatsen (cf. Brussel, Antwerpen, Gent en Charleroi) sprake van fluctuerende cijfers en dus niet van een lineaire toename van het aandeel jeugddelinquenten binnen de leeftijdsgroep van 12- tot 18-jarigen. In een gedegen analyse mogen deze laatste nuanceringen wat ons betreft niet ontbreken. ‘Naakte cijfers’ klinken ongetwijfeld sensationeler maar vragen om inkleding.
Onze bedoeling was er op te wijzen dat cijfers nooit voor zich spreken. Om de betekenis ervan juist te kunnen inschatten is er nood aan een gedegen context die toelaat de kwaliteit en de beperkingen ervan te kunnen inschatten. Een politiek en maatschappelijk debat aangaan onder de noemer ‘Jeugdcriminaliteit blijft stijgen’ mag politiek en maatschappelijk aanlokkelijk zijn, het laat niet toe om naar goeddunken cijfers uit hun context te halen en op basis daarvan simplistische conclusies te trekken. Het debat over jongeren die dader en slachtoffer zijn van geweld of andere misdrijven verdient beter.
Diederik Cops
Gie Deboutte
Eef Goedseels
Wetenschappelijk medewerkers van het Leuvens Instituut voor Criminologie
13/04/2011 om 09:01
De reacties uit links-progessieve hoek zijn wel erg voorspelbaar. Eigenlijk kan je ze terugbrengen tot 2 twijfelachtige argumenten:
1. Het huidige zachte beleid werkt niet omdat er nog niet genoeg in geïnvesteerd wordt, er moeten meer geld & personeel komen. Een cirkelredenering die ondertussen al wel enkele tientallen jaren meegaat, en waarbij elke verhoging van de middelen een nieuwe roep om extra investeringen oproept. Tegelijk wijst de sector elke resultaatsverbintenis af. Als de sector er niet in slaagt om echt verschil te maken, wordt de oorzaak voor de povere resultaten onmiddelijk naar de bredere maatschappij doorgeschoven. Dat brent ons bij…
2. Het is allemaal de schuld van onze ongelijke maatschappij. Pas als er echte gelijkheid is, zal criminaliteit echt verminderen. Dit is het linkse equivalent van het Koninkrijk Gods, een vage toekomstige utopie die voortdurend ingeroepen wordt om ideologische beleidsbeslissingen in het hier & nu te verrechtvaardigen én tegelijk van kritiek te vrijwaren door het eindoordeel oneindig uit te stellen. Niemand weet of sociale gelijkheid echt ook maar iets zal oplossen, want die gelukzalige droomsamenleving is nog nooit ergens gerealiseerd. Bovendien doe je met deze redenering onrecht aan de slachtoffers. Misdaad is maar een symptoom, criminele feiten zijn op zich triviaal en alleen belangrijk omdat ze een veel groter maatschappelijk onrecht blootleggen. Slachtoffers en daders zijn individueel onbelangrijk, de eersten moeten niet zeuren en de laatsten niet te hard aangepakt worden.
Beide stellingen zijn onbewijsbaar. De eerste is bovendien opportunistisch. Mensen die hun geld verdienen in de sector vragen om beslissingen waar ze in de eerste plaats zelf beter van worden. Zoals ondernemers belastingen altijd te hoog vinden en bankiers hoge bonussen een essentiële voorwaarde voor het goed functioneren van de financiële bedrijven. In de huidige budgetaire context zou zo’n beleid onverantwoord zijn. De publieke schatkist is leeg, er moet zuinig en efficiënt met overheidsgeld omgesprongen worden. En daarbij moet niet ideologie, maar de tevredenheid van de kiezer-belastingbetaler over de behaalde resultaten centraal staan. Meer van hetzelfde kan alleen voor maatregelen waarvan werkelijk aangetoond is dat ze crimineel gedrag tegengaan, zware of gewoontemisdadigers onschadelijk maken en recht doen aan de slachtoffers.
14/04/2011 om 07:17
Ik heb oprecht genoten van de reactie van Thomas Dekkers…schitterend verwoord.
14/04/2011 om 09:46
Is het slechts een gevoel, of zijn de afwijzende reacties op de analyse veelal van “mensen uit de sector”? Ik kan het waarschijnlijk niet met cijfers bewijzen…
G. Vermeulen & Thomas Dekkers: bedankt voor jullie reactie!