Het is middag en ik zit op een bankje op een zonovergoten plein in het enige dorp van Lampedusa. Ik wacht tot de kranten komen, of liever, die ene Siciliaanse krant die hier in dit seizoen te krijgen is. De andere bankjes zitten vol met Tunesiërs, een gezicht dat ik stilaan gewend begin te worden. Een jongen maakt zich los van zijn bank, en steekt het plein over. Hij komt naast mij zitten en begint in een mengeling van Arabisch, Italiaans en Frans een gesprek.
Of ik hier woon? Nee, zeg ik, in België. Ah, België, zegt hij. Is het daar goed? Toch wel, zeg ik. Ik zie in zijn hoofd de optie “België” groeien. Hij is 17, de oudste van het gezin, zegt hij. Hij is uitgestuurd om te proberen werk te vinden, en zo het gezin te helpen. Met 190 zaten ze op één boot. Hij was bang van de grote golven en de sterke schommelingen van het schip. Waar slaapt hij nu, vraag ik. Op de grond, zegt hij. In het opvangcentrum, met negen in een kamer, hij slaapt op de grond. ’t Is er erg vuil, zegt hij nog.
Teleurstelling
Hij wil naar Frankrijk, omdat zijn oom daar woont. Maar Italië is ook goed. Hij heeft gehoord dat de president van Italië werk beloofd heeft aan alle Tunesiërs in het land, en vraagt mij of dat waar is. Als ik zeg dat dat niet zo is, zie ik de teleurstelling over zijn gezicht glijden.
Ik probeer hem uit te leggen dat er wetten zijn in Europa, die verhinderen dat vluchtelingen die alleen maar om economische redenen naar Europa komen, er mogen blijven. Wat is het beste land van Europa, vraagt hij. Ik zeg dat het overal wel goed is, Frankrijk, Duitsland, België, maar niet voor iedereen. Dat het voor jongens zoals hij héél moeilijk is. Hij knikt bedachtzaam.
Maar Frankrijk is toch wel goed, probeert hij nog. Daar is toch werk? Ik leg hem uit dat hij als minderjarige het recht heeft om opgevangen te worden, tot hij meerderjarig is. Dat is al over zes maanden, zegt hij, enigszins teleurgesteld. Ik ben zeventien en een half.
Bonne chance
Iemand van de organisatie Save The Children heeft hem verteld dat hij, omdat hij minderjarig is, naar Sicilië zal worden gestuurd, om daar naar school te gaan. Dat vooruitzicht lokt hem wel. School, een diploma, en dan werk zoeken. Al heeft hij al twee diploma’s, zegt hij. De grote fout van Ben Ali in Tunesië, volgens hem. Die heeft gezorgd voor goede scholen, zodat iedereen een diploma heeft. Helaas is er geen werk, en dus zitten ze daar maar mooi met hun diploma, zegt hij.
Maar school dus. Naar Sicilië. Ze komen de kinderen met bussen halen, om ze dan met de boot naar Sicilië te brengen, weet hij. Alleen hem zijn ze nog niet komen halen. Hij begrijpt niet waarom.
Een jongeman komt naar hem toe, hij moet meekomen. Bedankt, zegt hij, en schudt mij de hand. Bonne chance, roep ik nog.
Hartverscheurende leugens
Verhalen zoals deze jongen vertelt, zijn hartverscheurend. Zijn schrijnende onwetendheid, het misbruik dat van hem is gemaakt, de leugens die ze hem hebben wijsgemaakt. Maar er is nog wel meer niet pluis met de situatie van de Tunesiërs op Lampedusa.
Italië weigert te zorgen voor een degelijke, gecoördineerde en menswaardige opvang. De Tunesiërs slapen onder de blote hemel, in de ijzige kou, tot de bewoners het beu worden. En dan worden ze overgebracht naar andere gebieden in het zuiden van Italië, waar de bewoners het al bij voorbaat beu zijn.
Minister van Binnenlandse Zaken Maroni – niet toevallig van de regionalistische en zeer xenofobe partij Lega Nord – heeft een plan uitgewerkt, om tot 50.000 migranten te spreiden over alle Italiaanse regio’s. Gespaard worden de regio’s Sicilië, Calabrië en Puglia, die nu al veel migranten opnemen. En ook de regio Abruzzo, die nog altijd de aardbeving van twee jaar geleden niet te boven is.
Clandestini
Fair and square, zo lijkt het. Maar dat is het niet. Het spreidingsplan is alleen bedoeld voor vluchtelingen uit Libië, de echte oorlogsvluchtelingen, zo wordt gezegd. De Tunesiërs zijn “maar” clandestini, illegaal en om economische redenen het land binnengekomen, en dus gedoemd om uitgewezen te worden. Strafbaar bovendien, volgens de Italiaanse wet.
De regering waarschuwt nu al wekenlang voor een enorme – in haar woorden “bijbelse” – toestroom van vluchtelingen uit Libië. Maar die komt maar niet op gang. Er is dus een plan voor een niet-bestaande vluchtelingenstroom.
Degene die wel bestaat, wordt met halfslachtige ad hoc-maatregelen bestreden, en het zuiden van het land draait ervoor op, om nog maar te zwijgen van de Tunesiërs zelf. Certo, non è una bella cosa.
Mieke Strynckx
(De auteur is journalist van de buitenlandredactie van de VRT)
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod






26/03/2011 om 22:41
Kan iemand mij uitleggen, nu dat er in Tunesië een autoritair regime ten val is gekomen, en er zogezegd meer democratie, en ook een beetje meer welstand ” in het verschiet” ligt, er toch massa’s Tunesiërs hun vaderland willen verlaten?
28/03/2011 om 10:42
Ik vind het schandelijk dat het Westen niet meer doet om de Afrikanen te verlossen van dictaturen, corruptie, een slecht draaiende economie, etc.
En dan verschiet men dat die mensen hun heil ergens anders gaan zoeken…
En al helemaal perplex staan van de verrechtsing van het Westen…
Waar wachten we op om Afrika te helpen!!!!!!
28/03/2011 om 12:20
@ Jan
Van “democratie” kan je niet eten. Dat is alleen goed voor de oren.
Die “welstand” zal nog moeten blijken.
Tunesië en Egypte waren (zijn) decennia lang dictaturen met slechts één “authoriteit” zijnde de dictator van dienst.
Nà hun vertrek was (is) er het gróte vacuum, zoniet de total chaos op bestuursvlak.
Waarschijnlijk zijn er nog steeds “medewerkers van de verdreven dictator” op belangrijke regeringsposten aanwezig, maar of die subito presto zullen overgaan tot “democratische waarden en normen” (zoals het Westen die graag predikt) valt nog maar te betwijfelen.
Zal het Westen überhaubt “toelaten” dat deze “nieuwe democratiën” aan “eigen” nation building doen, zonder inmenging van “big brother”?
Ook de val van het communisme zorgde voor jarenlange strubbelingen in Oost Europa, en doet dat nog steeds.
Die nieuwe democratieën zullen niet voor morgen of overmorgen zijn, de machtsstrijd zal des te heftiger zijn, en intussen blijven de sukkelaars, sukkelaars.
31/03/2011 om 13:48
@ Wilfried
U slaat de spijker op de kop. Revoluties, hoe goed bedoeld ook, hebben de neiging voor heel veel wrakken te zorgen. Al waren het maar de “omvergeworpenen”, die natuurlijk niet allemaal rijk geworden zijn op de kap van de bevolking. Vele mensen zullen onder het vorige regime banale keuzes gemaakt hebben en dingen gedaan hebben, die zich in de huidige situatie wel eens tegen hen zouden kunnen keren. Zij zijn dus bang, vooral ook omdat de situatie onduidelijk is en het nog een hele tijd zal duren vooraleer er enige vorm van stabiliteit is.
Socio-economisch is de chaos wellicht ook compleet. Wordt wie gaat werken nog betaald? Hoe zit het met de sociale voorzieningen (in zoverre dat deze zelfs maar bestaan)? Vluchten is voor velen de meest voor de handliggende optie. En dan is Europa erg dichtbij.
Wat dus ontbreekt is een (Europees) beleid dat TIJDELIJKE opvang biedt, zodat er enerzijds humanitaire bijstand geboden wordt, inclusief medische en naar opleidingen toe, maar er anderzijds ook duidelijke afspraken gemaakt worden m.b.t. de uiteindelijke terugkeer naar het land van herkomst. Nu bestaat er een fenomeen dat, hier, voor gigantische problemen zorgt (de enen vinden dat we die arme mensen moeten helpen en liefst zo uitgebreid mogelijk, de anderen zien hen bij voorbaat als profiteurs en parasieten, die hier hetzij de arbeidsmarkt verstoren, hetzij in de sociale zekerheid terechtkomen zonder ooit een dag bijdragen betaald te hebben).
Bovendien creëert de huidige, amateuristische aanpak ook bij de inwijkelingen grote problemen. Velen komen ongewild in de illegaliteit terecht, worden uitgebuit op allerhande manieren en radicaliseren misschien of zij verzinken in het moeras van de “hulp”, waardoor zij een katalysator worden voor de onvrede bij de eigen bevolking (zoals A.V. ook zegt).
Indien wij trachten van de nood een deugd te maken en met gerichte hulp deze mensen de middelen geven voor zichzelf op te komen, slaan we verschillende vliegen met een klap. Vanuit de vooronderstelling dat de eerste bedoeling moet zijn dat zij in goede gezondheid en met een nuttige skill-set naar huis terugkeren, moeten we hen helpen –het kan hen maar meer kansen bieden een leven uit te bouwen en, wie weet, het kan ook goodwill tegenover ons opwekken. Het biedt echter tevens de gelegenheid aan diegenen die wensen te blijven onze cultuur en waarden te leren kennen en zo productieve medeburgers te worden. Met de vergrijzing van onze bevolking hebben we de hulp hard nodig…