Maart 2000, 11 jaar geleden: euforie op de beursvloer: technologieaandelen gingen de hemel in. Technologie en dotcombedrijven – een nieuwe term toen: newspeak was nooit ver weg. In Vlaanderen stonden we mee op de eerste rij: Lernout en Hauspie waren de hype van de dag, van de Westvlaamse beenhouwers tot in de States, waar Jo en Pol op het overnamepad waren.
Beleggingsgoeroes allerhande vuurden kleine beleggers aan om in L & H te beleggen. ‘Als je koopt onder de 100 $ kan je niets misdoen. Altijd gewonnen’. Iedereen werd meegesleept in de leer van de nieuwe church of technology. Non believers waren niet welkom.
Ontnuchtering
Tot de ontnuchtering kwam. Begin 2000 begon het behoorlijk te tempeesten op de beurs. Beleggers kregen plotseling argwaan en begonnen hun dotcomaandelen te dumpen. Probleem was dat de internetbedrijven geen geld hadden, alleen maar schulden, gevolg van overnames en investeringen.
Nu was er plotseling koudwatervrees bij de beleggers: zullen die bedrijven ooit wel winst maken, begon men zich plots af te vragen? En meteen sloeg de paniek toe. ‘Alles moet weg’ was het motto. En alles ging weg. Voornaamste slachtoffer bij ons: Lernout en Hauspie. Al was daar natuurlijk meer aan de hand dan louter een instorting van de beurskoers, zoals we intussen, zoveel jaren en een proces later, hebben geleerd.
Lesje geleerd?
De paniek was voorbarig. Sommige onheilsprofeten beweerden na de val dat de hele technologiehype een gigantische warmeluchtballon was, een waan van de dag, die tot zijn ware proporties was teruggebracht. Op zijn best iets om spelletjes mee te spelen. Maar dat bleek toch mis. Technologie bleek waardevol. De bedrijven werden volwassener en solvabeler.
Maar intussen kregen de beurzen andere katten te geselen. In de VS en in Europa kwamen de banken in enorme problemen als gevolg van een ander soort spitstechnologie: een nooit geziene kredietcrisis met rommelobligaties gebaseerd op hypotheekleningen die niet konden worden terugbetaald. Daaruit ontstonden financiële producten met mysterieuze namen als CDO’s – collateralized debt obligations (newspeak!) die zelfs voor professionals mysteries waren.
Spreek er een bankier over en hij krijgt er opnieuw klamme handjes van. Om van de premiers en de ministers van financiën van die landen te zwijgen die hun staatskassen moesten plunderen om de banken recht te houden. Maar we dwalen af.
Internetbubble nieuwe stijl
Intussen was het internet volwassen geworden en is er geen bedrijf meer denkbaar dat zonder allerlei toepassingen van nieuwe technologieën kan blijven bestaan. Wat nog niet wil zeggen dat we voortaan hype-loos door het leven gaan.
Hoewel (nog) niet op de beurs genoteerd worden er gigantische waarderingen genoemd voor bedrijven als Facebook (60 miljard $!) of Twitter (5,5$!) Google, wel op de beurs, noteert 190 miljard $.
Duur gewaardeerd vindt Geert Noels van Econopolis. ‘Er is geen vergelijking mogelijk met de bubble van 11 jaar geleden’ zegt hij. ‘Het waren bedrijven met weinig inkomsten, met weinig echte kasstromen. Bij Google is er wel degelijk echte waarde en zijn er ook inkomsten. Het bedrijf heeft een kasstroom van 12 miljard’.
‘Het gaat over bedrijven die op wereldschaal werken’, vult Herman Daems, voorzitter van de GIMV aan. ‘Er zijn zeven miljard mensen op de wereld. Reken maar uit wat dat kan opbrengen’.
Overwaardering troef?
Echte waarde hebben die internetbedrijven zeker wel, dat staat buiten kijf. Blijft de vraag of hun waardering reëel is. Wellicht niet, zegt Herman Daems. ‘Maar die hoge financiële waardering heeft te maken met het feit dat er een schaarste is aan goede projecten en een overvloed aan middelen’.
Het business model van Google, Twitter of Facebook heeft te maken met een nieuwe manier van reclame maken via het internet. De manier om reclameboodschappen via algemene media als radio, televisie of kranten naar een ruim publiek te sturen is achterhaald. In dat ruime publiek zitten namelijk veel meer mensen die niet in je product geïnteresseerd zijn dan die er wel belangstelling voor hebben.
Met de nieuwe sociale media kan je heel gericht werken. ‘Stel dat je racefietsen wil verkopen op de Belgische markt dan kan je de mensen die geïnteresseerd zijn in racefietsen bereiken via Facebook. Want die mensen laten daar zelf weten dat ze dat leuk vinden’ zegt Geert Noels. Er is dus zeker een verdienmodel op te maken.
Bedreiging: privacy
Of Facebook of Twitter er over tien jaar nog zullen zijn valt af te wachten. Allicht komen er concurrenten aanzetten. En hoe dan ook zullen ze veranderingen doormaken.
‘De echte bedreiging komt van het privacyprobleem. Gaan mensen allerlei privé-gegevens over zichzelf blijven prijsgeven als ze weten dat het wordt gebruikt om hun vervolgens gericht te bestoken met reclameboodschappen’ zegt Noels.
Een zeer boeiend debat. En één dat ook beleggers groot of klein zeker zal interesseren. Want de waarde van hun belegging zal er rechtsreeks door worden bepaald.
Guy Janssens
(De auteur presenteert het sociaaleconomische magazine De Vrije Markt.)
@Allen: reageren op dit bericht impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums, lees ze dus - mod






19/03/2011 om 18:37
Indien de waarde van internetbedrijven voor een stuk evenredig is met de mate waarin de mensen bereid zijn hun privacy te grabbel te gooien, dan vrees ik dat men weer eens serieus bezig is met het opblazen van een luchtbel.
Bij de waardebepaling van een onderneming heb ik vroeger altijd geleerd dat bij analyse van de diverse posten je er moet vanuit gaan dat de bekomen getalletjes een weergave van de werkelijkheid moeten zijn van hetgeen in de onderneming aanwezig is en niet aan de basis liggen van een natte droom, ontstaan bij het overlopen van hetgeen het potentieel van de markt te bieden heeft.
In tegengesteld geval kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat de argeloze belegger zich stort in een “zweefcultuur” en … van zweven kun je vallen. Ik voel mij nog altijd een fervent aanhanger van de filosofie van de voorzichtige huisvader; maar ja, dit zal wellicht oubollig zijn zeker.
Zakenman Theophiel Boemerang (van Suske en Wiske) zei het vroeger reeds: “Klein percentjes, rijke ventjes.” Naar analogie hiervan wil ik toch stellen: “Klein percentjes, gerust gestelde ventjes.”