deredactie.be - ANALYSE

Repeteren voor een Chinese revolutie

28 / 02 / 2011
De Chinese overheid zette de voorbije dagen grote middelen in om eventueel protest te ontmijnen. Het toont aan hoezeer het volksprotest in het Midden-Oosten en Noord-Afrika -dat het ene autoritaire regime na het andere onderuit weet te halen- ook de Communistische leiders in Peking koude rillingen bezorgt. Tom Van de Weghe.

Straatvegers, schoonmaakwagens, politieagenten met oorverdovende fluitjes, undercover agenten met camera’s, veiligheidshonden, uitgeschakelde internet- en sms-diensten, intimidatie en hardhandig verwijderen van journalisten, noem maar op. Alle middelen waren gisteren goed om elk protest en verslaggeving onmogelijk te maken. Anders dan de autoritaire regimes in het Midden-Oosten, toont de Chinese overheid zich als een onklopbare meester in sociale controle.

“Een enkele vonk kan een grasveld in lichterlaaie zetten”

Twee weken nadat via een anonieme oproep op een Chinees-Amerikaanse internetsite tot een ‘Jasmijn revolutie‘ in China is opgeroepen, blijven meer dan 100 activisten en mensenrechtenadvocaten spoorloos. Onder hen ook advocaat Teng Biao, die onlangs via zijn microblog de Egyptenaren feliciteerde met een uitspraak van de Griekse historicus Thucydides : “Het geheim van geluk is vrijheid. Het geheim van vrijheid is moed.” Herhaaldelijke pogingen om hem telefonisch te bereiken bleven tot nu vruchteloos.

Ook verschillende microbloggers zijn opgepakt omdat ze de oorspronkelijke oproep tot protest hielpen verspreiden op Chinese websites. De internetcensuur wordt intussen elke dag verder opgedreven. Zoektermen in Chinese karakters voor ‘jasmijn revolutie’ krijgen de foutmelding : “De gevraagde informatie strookt niet met de Chinese wetgeving.” Was het tot voor kort nog relatief eenvoudig om over de Chinese firewall te klimmen en via een omweg websites zoals Twitter, Facebook en Youtube te bezoeken, dan is het deze dagen opvallend moeilijker geworden.

Dit alles wijst erop dat de nervositeit bij de Chinese leiders toeneemt. Blijkbaar zijn zij de uitspraak van Grote Roerganger Mao niet vergeten: “Een enkele vonk kan een grasveld in lichterlaaie zetten”. Meteen nadat Moebarak opstapte werd in Peking een geheime bijeenkomst georganiseerd door leden van het oppermachtige politburo. Merkwaardig genoeg werd via een gelekt document de inhoud van deze geheime vergadering op het Chinese internet geplaatst.

Nerveus

De leden van het politburo beslisten om de toevoer van informatie over de volksprotesten te beperken, de controle op het internet te versterken en de publieke opinie te ‘gidsen’ door te benadrukken dat de huidige onrust “achter de schermen wordt georganiseerd door de VS.” Lokale propagandaverantwoordelijken over heel China dienen ook zo weinig mogelijk te berichten over “gevoelige incidenten” in hun respectievelijke regio’s.

Vorige zaterdag trok president Hu Jintao met dezelfde boodschap naar de Centrale Partijschool in Peking voor een uitzonderlijke studiedag met ministers en provinciegoeverneurs. In zijn toespraak pleitte hij voor een “sociaal managementsysteem met Chinese karakteristieken” om de sociale stabiliteit blijvend te verzekeren.

“Ik heb hen nog nooit zo nerveus gezien sinds 1989”, zegt Li Datong, een gepensioneerde eindredacteur van de staatskrant China Youth Daily. “De top van de Communistische Partij zendt hiermee het signaal uit dat ze extra waakzaam is.” De partij deelt in China al 61 jaar de lakens uit, zowaar een wereldrecord voor moderne autocraten.

Massa-incidenten

Er is dan ook reden tot bezorgdheid dat de vonk uit het Midden-Oosten kan overslaan. Het volksprotest in China neemt jaarlijks toe. Volgens Yu Jianrong, onderzoeker aan de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, een soort denktank voor de overheid, zijn er sinds 2007 meer dan 90.000 zogeheten ‘massa-incidenten’ opgetekend. Dat zijn protesten waarbij de bevolking spontaan op straat komt om haar woede te uiten. “Vooral de grote schaal van protest verontrust de Chinese overheid.” zegt Yu. ”Aan de buitenkant hebben we fantastische nieuwe gebouwen, nieuwe snelwegen,…maar deze grote incidenten brengen de toekomst van China zoals onze leiders die zien in gevaar.”

Oorzaken voor massale volkswoede zijn er genoeg in China : record inflatie, werkloosheid bij hoogopgeleide jongeren, corruptie bij ambtenaren en hun familieleden, torenhoge vastgoedprijzen, onteigeningen, onbetaalde lonen, slechte werkomstandigheden, voedselschandalen, milieuvervuiling,… de lijst lijkt eindeloos.

De volkswoede richtte zich tot nog toe vooral op lokale overheden. Het centrale gezag in Peking weet zich handig buiten het vizier te houden. Er wordt gefluisterd dat Peking deze lokale protesten de voorbije jaren met mondjesmaat toeliet om zo de volkswoede te kanaliseren. Maar het is een teken aan de wand dat Peking steeds meer geld moet pompen in het verzekeren van ‘sociale stabiliteit’ en ‘harmonie’ - de twee dogma’s van de Communistische partij. Vorig jaar heeft China een recordbedrag uitgegeven aan binnenlandse veiligheid. Maar liefst 60 miljard euro werd besteed, of ruim 40 % meer dan in 2008.

Naast de steeds strengere controle van het internet is personeel een belangrijke slokop. Naar schatting 10 miljoen Chinezen staan dagelijks onder bewaking van een legertje veiligheidsmensen. Dat gaat van een corrupte zakenman tot een moedertje van 70 die haar zoon verloren heeft bij het studentenprotest op het Tiananmenplein. Het illustreert hoe de Communistische Partij het eigen volk als grootste bedreiging beschouwt. Maar de vraag is hoe lang ze die ijzeren greep op de maatschappij kan volhouden.

De interne kritiek neemt alvast toe. Nu al klagen andere overheidsdepartementen dat ze hun budgetten jaar na jaar moeten aanpassen omdat steeds meer geld vloeit naar binnenlandse veiligheid. Ook uit de academische wereld weerklinkt protest. Volgens socioloog Sun Liping van de befaamde Tsinghua universiteit bewijst de geschiedenis dat ‘stabiliteit’ niet boven alles staat : “De Chinese samenleving stevent af op regelrechte zelfvernietiging als een regeringsmacht genadeloos de eigen belangen wil beschermen in de naam van ‘stabiliteit’.” Sun was de promotor van het doctoraat van de huidige vice-president Xi Jinping, de gedoodverfde opvolger van huidig president Hu Jintao in 2012.

“Apres moi, le deluge”

De toename van het aantal massaprotesten in China betekent evenwel niet dat de Chinese bevolking vandaag klaar is voor een grootschalige democratiseringsbeweging zoals we die momenteel in het Midden-Oosten en Noord-Afrika zien. Schrik is een belangrijke reden. Geef toe : wie wil voor een zondagse protestwandeling nu 11 jaar gevangenisstraf riskeren? Maar veel ‘Chinakenners’ zien het anders. “De Chinezen hebben gewoon een hekel aan veranderingen. Ze zijn tevreden met de Communistische Partij en hebben geen behoefte aan ‘westerse’ democratie”, klinkt het in hun commentaren.

Om dat te staven schermen ze graag met een recente studie van een Amerikaanse onderzoekscentrum waarin gesuggereerd wordt dat 87% van de Chinese bevolking achter het beleid van de regering staat. Wat ze niet vermelden is dat verschillende Chinese analisten deze bevindingen zelf in twijfel trekken. “De cijfers zijn niet correct” zegt Peng Zhenhuai, een regeringsexpert van de Peking universiteit. “De meeste Chinezen voelen zich vandaag wantrouwig, bang en bestolen door de overheid.” Ook andere staatskranten geven toe dat het vertrouwen in de Communistische Partij steeds verder afkalft.

Akkoord, Chinezen hebben veel te verliezen bij een opstand tegen de partij. Zij kan immers een geweldige staat van dienst voorleggen waarvan andere politieke partijen alleen maar kunnen dromen. Ze heeft op drie decennia tijd China omgetoverd in de snelst groeiende economie ter wereld, dankzij een extreme vorm van staatskapitalisme. De ene Chinees kan daar weliswaar meer van profiteren dan de andere, waardoor de kloof tussen rijk en arm steeds groter wordt. Maar anders dan in de Arabische landen, waar ook sprake is van economische groei, slaagt de Chinese regering erin om een algemeen gevoel van welvaart te creëren bij brede bevolkingslagen.

De partij heeft de Chinezen ook een nieuw gevoel van nationale fierheid geschonken. Vraag vandaag aan een Chinees op straat waarover hij fier is, en hij zal verwijzen naar recente succesverhalen zoals de Olympische Spelen en de Wereldexpo. De Chinese regering beseft dat het in de toekomst dat eergevoel zal moeten onderhouden. Ook het ambitieuze plan om tegen 2020 Chinezen naar de maan te sturen past in een langetermijnvisie dat autoritaire regimes in de Arabische wereld ontberen.

De communisten hebben vooral veel geleerd uit de mislukte protestbeweging in 1989. Ze hebben begrepen dat het kan helpen wanneer ze zich minder publiekelijk manifesteren en zich meer achter de schermen terugtrekken. Het systeem van om de 10 jaar de macht over te dragen aan een nieuwe president en een nieuwe premier lijkt te werken. Ook al blijft de macht in essentie bij hetzelfde clubje, het zorgt ervoor dat Chinese burgers minder het gevoel hebben dat hun leiders zich vastklampen aan de macht.

Het machtsvertoon van de voorbije dagen toont aan dat de kans dat de Communistische Partij ooit opnieuw het Tiananmenplein laat vollopen met betogers onbestaande is. Ze heeft elke oppositie onmogelijk gemaakt door die in de kiem te smoren. De oprichters van de “Democratische Partij van China” zitten een gevangenisstraf uit van samen 1000 jaar. Of de gevangen Nobelprijswinnaar Liu Xiaobo en andere ondertekenaars van het pro-democratische Charter 08 ooit vervroegd vrijkomen is zeer onwaarschijnlijk. Er bestaat geen georganiseerd politiek alternatief voor de communistische partij. “Blijf bij ons, of het alternatief is chaos” is de boodschap die de partij heel makkelijk kan verkopen dankzij het efficiënt gebruik van haar informatiekanalen, de media en het onderwijs.

Hemels mandaat

Ook al schikt een meerderheid van de Chinezen zich naar ‘het systeem’ omdat het goed voor hen is en omdat er geen alternatief is, dat betekent niet automatisch dat die meerderheid de gapende beperkingen van het systeem niet inziet. Of weigert te streven naar iets anders, iets beters - en dat hoeft niet per se een democratie in westerse stijl te zijn. “Onze leiders zijn corrupt, dat weten we allemaal. Voorlopig dulden we hen omdat we er zelf beter van worden.” zegt de dertiger Fang, een financieel adviseur. “Maar op termijn hebben ook wij andere verwachtingen van hoe we bestuurd worden, dat is duidelijk. Nu ga ik daar weliswaar nog niet voor op straat komen.”

De gestegen welvaart creëert een nieuw verwachtingspatroon bij steeds beter opgeleide nieuwe generaties Chinezen. Sociologen geven toe dat zij in China de destabiliserende krachten van de toekomst zullen zijn, zoals ook in het Midden-Oosten het geval is. Maar de top van de Communistische Partij blijft blaken van zelfvertrouwen en lacht onverschrokken de kans weg dat ook in China het politieke verwachtingspatroon van de bevolking wijzigt. “De idee dat een Jasmijn Revolutie ook in China zou kunnen gebeuren is extreem dwaas en onrealistisch” liet Zhao Qizheng, de gewezen chef propaganda in een staatskrant optekenen. De eerste keer dat een Chinese toppoliticus zich tot een vergelijking met het Midden-Oosten waagde.

Maar volgens politieke analisten is de partij minder eensgezind dan ze laat blijken. De gebeurtenissen in het Noord-Afrika en het Midden-Oosten en mogelijke protesten in China zelf zouden het interne debat over politieke hervormingen weer aanzwengelen zoals eind jaren 1980 het geval was. Na de opstand in 1989 heeft de partij naar de buitenwereld toe de rangen gesloten en zowat elke ingrijpende politieke hervorming tegengehouden. Maar de interne verdeeldheid tussen de progressieve en conservatieve vleugel binnen de partij zou nog steeds aanwezig zijn.

Toeval of niet, dit jaar wordt in China de Wuchang-opstand herdacht, die precies 100 jaar geleden het begin van het einde betekende voor de Qing dynastie. Hiermee viel ook het doek over de bijna 2 millennia durende heerschappij van de Chinese keizers. De tijdsgeest is uiteraard compleet anders, en het China van toen is onvergelijkbaar met dat van vandaag. En toch, uit geschiedenis valt iets te leren. De laatste Manchu elite klampte zich vast aan de macht en verrijkte haar guanxi of netwerk door corruptie via overheidsopdrachten. De Qing entourage besefte dat het Chinese volk morde en geleidelijk hervormingen wou. Maar ze weigerde te luisteren, uit vrees dat het de eigen macht en privileges zou bedreigen. Uiteindelijk hebben de Qing het ‘hemels mandaat’ verloren.

Tom Van de Weghe

(De auteur is VRT-correspondent in China. Volg hem op Twitter @tomvandeweghe)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

7 Antwoorden op “Repeteren voor een Chinese revolutie”

  1. rony coekaerts Zegt:

    @mr.tom van de weghe.
    ik kan uw analyse voor een groot stuk volgen. het is zo dat in uw omgeving er gepraat kan worden over veranderingen. het feit dat u annalisten van staatsinstellingen kan aanhalen, zonder dat die opgepakt worden, toont aan dat er toch een minimale vrijheid voor kritische stemmen aanwezig is. als niet.chinees lezende, lees ik toch vrij veel stukjes in china.daily en internet, die mistoestanden aanbrengen.
    zelf woon ik in een nogal rijke oosterse havenstad. men noemt ons “de joden van china.” niet de religie maar het zaken doen.
    mijn leefwereld behelst gewone mensen, ik ben getrouwd met een chinese en woon in een volksbuurt, bedrijfleiders, kunstenaars en univ.studenten. tot nog toe, zeven jaar, heb ik op 3miljoen inwoners nog geen residenciele buitenlanders ontmoet.
    het zal vermoedelijk anders zijn in bejing maar het valt me op, echt rode socialist zijnde, hoe dat men het huidige bestuur nog steeds op handen draagt. wijs ik op mistoestanden, corruptie, machtsmisbruik dan krijg ik steeds te horen: “dat is chinees, dat begrijp je niet!”
    door mijn vroeger beroep ben ik betrokken bij stadsvernieuwing en onderwijs: “zo is dat hier, je snap er niets van!”. je slaagt er soms in om hen het nut te laten inzien van het behoud van wijken, de funeste ontwikkeling in hun onderwijssysteem, maar het is een harde strijd.
    elke week.end gaan we met een paar kunstenaars het binnenland in. we logeren in “herbergen”, meer moet ik niet zeggen. ik moet echt nog voor de eerste keer een fundamentele kritiek op de staat horen. natuurlijk zijn er opmerkingen: de baan ligt slecht, de gsm.ontvangst onvoldoende, mijn pensioen is te laag……..hetzelfde wat je aan elke toog in gent hoort. maar raak nooit aan “mao”!
    ze weten dat de boel niet goed draait, dat er fouten in hun sociale voorzieningen zitten, dat er mensen zijn die exuberant geld verdienen op kosten van hun landgenoten, maar het verschil met vroeger is te groot om dat te verliezen.
    mijn echtgenote is opgegroeid tijdens de culturele revolutie, mijn schoonmoeder heeft de foto van mao nog aan de muur hangen.
    de jongeren niet meer. maar hun nationalisme, trots, is alleen gegroeid: china telt in de wereld mee.
    ik kan er niet aan doen maar uw stukjes uit china zijn voor mij zo wereldvreemd: dat kan zo zijn in de hoofdstad waar je twintig brave jongeren bij mekaar krijgt maar china is groot.
    niet jij maar ik was twee dagen na de rellen in tibet terplaatse. zonder microfoon of camera. gewoon met een 4X4 door de bergen.
    niet jij maar ik was vier dagen na de rellen bij de oegoeren, weeral zonder iets. ik ben niet gek! mijn witte haren en baard mooi zwart geverfd en in “vodden”. alhoewel zo slecht zag ik er niet uit: mijn han.vrienden hadden meer schrik dat ik als “taliban” zou opgepakt worden.
    ik breek je niet af, geloof me. het is heel belangrijk dat er nieuws vanuit china komt, maar jij weet zeker beter dan ik dat het zo’n ongelooflijk groot land is.
    alsof ai ai de chinese kunst zou betekenen.

  2. Tom Van de Weghe Zegt:

    @Rony Coekaerts. Uw verhaal is zeer interessant, we moeten elkaar eens ontmoeten als dat kan.

    China is inderdaad groot. Zo groot, dat “de gemiddelde Chinees” niet bestaat. Een noorderling uit Heilongjiang vergelijken met een zuiderling uit Yunnan, is hetzelfde als een Fin vergelijken met een Griek.

    Ter uwer informatie :

    -2 dagen na de rellen in Tibet ben ik aan de grens gearresteerd door de politie omdat ik als pers de grens niet overmocht. Ik betwijfel of ‘de bergen’ de plek was waar de jonge boze Tibetanen zich tegen de Han aan het keren waren.
    -4 dagen na de rellen stond ik in het centrum van Urumuqi in de Oeigoerse wijk, samen met mijn Chinese assistent die moest vertellen dat hij Japans was omdat hij anders in elkaar werd geslagen.

    Ik betwijfel het of beide bevolkingsgroepen allemaal de poster van Mao boven hun bed hebben hangen. En toch zijn het ook “Chinezen” volgens ‘de definitie’, niet?

    Ik heb de voorbije jaren zowat elke provincie en autonoom gebied van China bezocht. 32 stuks. Ik heb aan tafel gezeten met lokale communistische partijbonzen (die nadien met hun hoofd in hun bord in slaap zijn gevallen vanwege teveel baiju of rijstwijn). Ik heb in de bergen geschuild met nomaden (die niet eens beseffen dat er steden zoals Peking en Shanghai bestaan). Wereldvreemd zou ik dat dus niet noemen.

    Als correspondent heb ik een andere taak dan een zakenman. Ik kom ook op andere manieren in aanraking met de verschillende lagen van de bevolking hier. Gelukkig maar.

  3. Joachim Himpe Zegt:

    De internetcensuur wordt intussen elke dag verder opgedreven. Zoektermen in Chinese karakters voor ‘jasmijn revolutie’ krijgen de foutmelding : “De gevraagde informatie strookt niet met de Chinese wetgeving.”

    Ikzelf, momenteel woonachtig te China, kan dit ontkrachten. Wanneer ik “茉莉花革命” (molihua geming) intik in een site als baidu.com krijg ik wel degelijk resultaten. Er wordt in die persberichten gemeld dat mensen op straat zijn gekomen, dat er wel degelijk mensen gestorven zijn en dat de “Jasmijnrevolutie” in Tunesië de trigger was voor revoluties in andere landen (http://jingji.cntv.cn/20110119/100279.shtml). Er wordt daarnaast ook vermeld dat Twitter en Facebook handige middelen waren voor het organiseren van de massa. Of om maar te zeggen dat mensen wel degelijk bewust zijn van het bestaan van Twitter en Facebook. Ze zijn echter niet zo happig om die te gebruiken omdat ze hun eigen Chinese alternatieven hebben. Ik herinner me nog dat wanneer twee bedrijven, nl. 360 (anti-software) en QQ (chatprogramma), in een strijd verwikkeld waren en iedereen plots niet meer op QQ kon om naar hartelust te chatten, vele Chinese vrienden van me een MSN-account aanmaakten. Nu de strijd tussen de bedrijven is opgelost, gebruikt niemand nog die MSN-account. Ikzelf vind het ook niet “correct” dat Facebook, Youtube en andere sites geblokkeerd zijn, maar ik stel vast dat het vooral buitenlanders zijn die daar het meest problemen van maken, buitenlanders die trouwens allemaal software of vpn-verbindingen hebben om dit te omzeilen. Het is trouwens niet alleen in China dat websites geblokkeerd worden! Om nog kort eens terug te komen op de revoluties: er valt ook beeldmateriaal terug te vinden.

    Zelf volg ik hier de opleiding internationale relaties. Gisteren tijdens een vak, “onderzoek van buitenlandse politieke systemen”, ging de ganse les over de revoluties in het Midden-Oosten. De professor kon een kleine glimlach niet onderdrukken wanneer hij vermeldde dat er een goeie week terug een online oproep werd verstuurd om in één van de drukste winkelstraten in Beijing te gaan protesteren, waarbij hij het vooral hilarisch vond dat er slechts een handvol Chinezen was opgedaagd en daarnaast een grote meute buitenlandse pers en veel ordediensten.

    De Chinezen zijn niet het soort volk dat vlug op straat gaat komen. Het grootste deel concentreert zich op werken, geld verdienen, huis kopen en als het kan nog een auto. Verschil met het Midden-Oosten is dat het de Chinese regering in de voorbije decennia is gelukt een groot deel van zijn bevolking uit de armoede te krijgen, waar in het Midden-Oosten de situatie voor velen uitzichtloos was. In China komt het mijns inziens maar tot een uitzichtloze situatie wanneer de kloof rijk-arm plots gevoelsmatig te groot zal worden, want eigenlijk is die al vrij groot. Verschil is ook dat de leiders om de vier, maximaal acht jaar veranderen. Dat er hierdoor een grote koerswijziging plaats vindt is nu ook weer niet het geval, maar dat er niets zou veranderen hiermee valt ook sterk te betwijfelen. Een nieuwe leider, een nieuw adagio.

    Je gaat me nu ook niet horen zeggen dat alles wat Mr. van de Weghe schrijft niet klopt, integendeel. Wees er maar zeker van dat een groot deel van de Chinezen weet dat er corruptie is, weet dat er dingen in het buitenland gebeuren en weet waar de problemen van hun land liggen. Dat is trouwens iets dat ik altijd hoor terugkeren als ik met Chinezen praat: “Wij Chinezen weten zeer goed waar onze problemen liggen en waar we nog moeten aan werken, we hebben niet telkens jullie kritiek vanuit het Westen nodig om ons daar te helpen aan te herinneren.” Je kan het trouwens met meer mensen dan je zou denken hebben over democratie en soortgelijke westerse begrippen, vorige week had ik tijdens het beklimmen van een berg hier een drie-uur durend gesprek over bovengenoemde thema’s met een militair, iemand die dus de Staat dient en zeker een CCP-lidkaart op zak heeft. Hij zei zelf: “Democratie is iets goeds, maar voorlopig is het nog niet het beste voor de huidige Chinese omstandigheden.”

    Dat er in China effectief iets zal ontploffen is dus minder waarschijnlijk dan dat de buitenlandse journalisten vol verlangen uitkijken naar de dag dat het staatsgezag zal worden aangevallen.

    Mvg

  4. I. W. Zegt:

    Eén van de grote redenen waarom de bevolking in China niet zit te wachten op drastische veranderingen, is omdat de Communistische Partij inderdaad een grote legitimiteit heeft door de grote economische groei. De oudere generatie heeft chaos en honger gekend, tot de Culturele Revolutie toe, en is al de dood om dat nog is mee te maken waardoor ze hier niet op zitten te wachten. De jongere generaties hebben de voorbije jaren alleen maar economische vooruitgang gekend waardoor de CP de facto een zekere legitimiteit krijgt.

    Dat neemt niet weg dat China intern inderdaad voor grote uitdagingen staat. Maar de CP is zich daar van bewust en is ook met die veranderingen bezig. Dat gaat uiteraard traag en moeilijk (en met groeipijnen), maar zeggen dat er helemaal niks gebeurd is pertinent onjuist. Zo is het voorstellen van de CP als één homogeen blok niet correct, aangezien de CP reeds enige tijd bezig is met een “democratisch experiment” binnen de CP.

    China zal veranderen maar alleen op de wijze hoe zij dat willen, op het tempo dat de CP dat wil en wanneer de CP dat wil. Daar zal het Westen weinig of geen grip op hebben.

  5. Kristof Decoster Zegt:

    Tja, je kunt alleen vaststellen dat de Chinese regering niets aan het toeval wil overlaten bij die Jasmijnwandelingen – terwijl toch al nergens ter wereld zoveel geld ging naar het verzekeren van de ‘sociale stabiliteit’. Zo wereldvreemd lijkt de analyse van Tom dus niet. De Chinese regering beseft dat de huidige cocktail van toenemende inflatie, geopolitieke instabiliteit (stijgende olieprijzen, en dus nog meer inflatie & stijgende voedselprijzen), wijdverspreid ongenoegen bij sommige lagen van de bevolking, en de mogelijkheden van internet & de sociale media wel degelijk serieuze risico’s inhoudt voor de “stabiliteit”.

    Ze hebben echter een paar gigantische voordelen in vergelijking met Noord-Afrikaanse autocratische regimes: er is géén Al Jazeera – dat scheelt toch een slok op een borrel. En brede lagen van de samenleving hebben het nu inderdaad veel beter dan vroeger, en zijn terecht trots op de verwezenlijkingen van China (waar, eerlijk is eerlijk, de KP een grote inbreng in had) in de jongste decennia.

    Ik moet toegeven dat de nieuwsitems van Tom (voor het journaal en/of Terzake) af en toe dat evenwicht ontberen – of wel krijg je een wat “lichter” stukje, ofwel krijg je een fragment van twee minuten waarin je de indruk kunt krijgen dat China een politiestaat is, waar repressie dagdagelijkse realiteit is. Dat laatste is enkel het geval voor mensen die het aan de stok krijgen met de overheid – lokaal of op hogere niveaus. Soit, het zijn de wetten van de media allicht. De tijd is beperkt om één en ander uit te leggen, zelfs in een Terzake interview.

    China is wel degelijk een politiestaat, maar het is een erg pro-actieve. Met media zoals de onze – die van elke mug een olifant maken, en ook eens een boekje open doen over het verleden van de KP en corruptie en belangenvermenging op de hogere machtsechelons – smelt de legitimiteit van de KP weg. Daar ben ik zeker van. Maar de KP lijkt voorlopig niet bereid om het zover te laten komen qua mediavrijheid. Ze zijn niet gek. Het zal dus van socio-economische schokken en/of een stokkende groei moeten komen, wil er iets in huis komen van de (nochtans broodnodige) politieke hervormingen. Of misschien van een verlicht leider - Xi Jinping misschien, een en ander ingefluisterd door zijn vroegere mentor ? Wat er ook van zij: ik hoop dat China erin zal slagen om de fouten van het Westen te vermijden, als het gaat voor politieke hervormingen.

  6. Paul De Roo Zegt:

    We zijn natuurlijk geneigd om wetmatigheden te onderkennen. Wat zich nu in het Midden-Oosten afspeelt geldt als een voorbeeld. De omstandigheden die daar aanleiding waren tot wat we naderhand toch als een revolutie omschreven hebben, zouden dan op andere plaatsen ook tot revolutie leiden. Als de Chineze ‘dictatuur’ soortgelijk zou zijn aan die van zoveel Arabische leiders, kunnen we in spanning uitkijken naar de apocalyps. Dat zou natuurlijk kunnnen. En als dat toch niet gebeurt, zijn we geneigd om ook daar een verklaring voor te vinden: de Chinezen leven anders dan de Westerlingen in een lange traditie van onderwerping, ze zijn per definitie meer gesteld op hun groeiende materiële welvaart die ze te danken hebben aan de CP, ze zijn meer apolitiek, ze beschikken niet over een Al Jazeera, enz.
    Kunnen we dan toch wel zo zeker zijn van die wetmatigheden? Ontstaan revoluties altijd vanuit dezelfde grondslagen? Komen mensen slechts op straat omdat het ‘niet goed’ is? Werkloos, arm, moegetergd, onderdrukt, gebrek aan vrije meningsuiting en democratie? Het Sovjetimperium is pas geïmplodeert in 1989, na 70 jaar, weliswaar nadat de planeconomie het aan het begeven was, maar toch zeer lang nadat zovele Sovjetburgers decennia lang in de meest trieste omstandigheden hadden moeten leven, zeer lang nadat Stalin al in de jaren dertig miljoenen Russen omgebracht had in de Goelagarchipel. In de jaren dertig was er natuurlijk nog geen Faceboek, Twitter op Al Jazeera, maar er was wel al een Russiche Revolutie aan voorafgegaan waar men toen wel in staat bleek om een ‘eeuwenoud’ corrupt regime van Tsaren aan de dijk te zetten.
    Kortom, er valt misschien meer van de Chinezen te leren als we er ‘niet’ van uit gaan dat de gebeurtenissen een gelijke tred volgen met wat zich in het Westen en elders afspreelt.

  7. Charles S. Zegt:

    Ik moet eerlijk zeggen dat ik hier in West China, Chengdu, weinig merk van de ontevredenheid en angst die u hier beschrijft. Betreffende de revoltes in het Midden Oosten wordt er best gevolgd en ook over uitgesproken, zowel online als in de kranten. En internet censuur is bij mij nog even gemakkelijk te omzeilen, behalve dan dat linkedin kortstondig offline was. Ik ervaar alles hier ook heel anders als u, maar zoals u zegt benadert u de zaken als journalist.

Plaats een antwoord op het bericht