deredactie.be - ANALYSE

Cabinetards

25 / 01 / 2012

Meer dan twaalf jaar geleden is het alweer dat paars in België aan de macht kwam. Het was een ‘landslide’ van jewelste en ook helemaal nieuw, want het was decennia geleden dat er in België een regering aan de macht was zonder de christendemocraten. In de euforie van de tijd moest veel, zo niet alles op de schop. In één moeite door werd beslist om ’s lands bestuur op een revolutionaire manier te hervormen. Op federaal niveau werd het Copernicus-plan boven de doopvont gehouden, op Vlaams niveau werden dat drie B’s, BBB ofte Beter Bestuurlijk Beleid.

Paars was in onze contreien niet helemaal nieuw. In Nederland was het experiment al een jaar of zeven eerder van start gegaan, onder de politieke tenoren Kok (PvdA) en Bolkestein (VVD). Voor de revolutionaire verandering van onze bestuurlijke cultuur werd ook naar onze noorderburen gekeken. In België kennen wij sinds mensenheugenis het verschijnsel van de politieke kabinetten. Ministers mogen voor de uitoefening van hun functie een schare trouwe medewerkers aanduiden die hen helpt bij de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten die hun zijn toevertrouwd. Zo zal een minister van onderwijs, om maar een willekeurig voorbeeld te nemen, mensen in dienst nemen die zijn politieke zienswijzen delen en ook nog eens beslagen zijn in onderwijszaken. Die ‘cabinetards’ – een foeilelijk woord om de ministeriële medewerkers aan te duiden – hebben natuurlijk ook de taak de minister politiek zo goed mogelijk bij te staan, ervoor te zorgen dat hij gunstig overkomt bij de publieke opinie en hem zo in een gunstige positie te brengen voor de volgende verkiezingen.

Weg met de kabinetten?

Zowel de Copernicus-hervorming als het Beter Bestuurlijk beleid wilden hier aanvankelijk verandering in brengen. Want ministers hebben niet alleen persoonlijke medewerkers ter beschikking, ze kunnen, we zouden het bijna vergeten, ook een beroep doen op de ambtenaren van hun ministerie. Deze ambtenaren zijn de ‘permanente’ krachten en hebben de taak het beleid voor te bereiden en vervolgens, als de minister die beleidsplannen heeft goedgekeurd, ze ook uit te voeren. Hoezo, hoor ik u denken, doen die ambtenaren dan hetzelfde als de ‘cabinetards’ of hoe zit dat? Welnu, dat was net de vraag die paars zich destijds ook stelde.

Over naar Nederland

Bij de twee bestuurlijke hervormingen van een decennium geleden werd aandachtig naar het Nederlandse model gekeken. Vooral Vlaanderen wilde zich qua efficiëntie en daadkracht spiegelen aan het Nederlandse bestuurlijke model. Op dat moment was Nederland nog een klein beetje gidsland. En wat men daar leerde was dat in Nederland het systeem van politieke kabinetten een volslagen onbekend verschijnsel is. Ministers besturen met hun administratie. Als een nieuwe minister in Nederland aantreedt begeeft hij zich naar zijn ministerie waar hij vervolgens kennismaakt met de secretaris-generaal, de hoogste ambtenaar van zijn ministerie. Die zal hem vervolgens de weg tonen in zijn ministerie. De minister gaat vervolgens met zijn administratie aan de slag om het uitgestippelde regeringsbeleid uit te voeren. Persoonlijke medewerkers zijn in geen velden of wegen te bespeuren.

Eventjes dacht men dit Nederlandse model ook naar Vlaanderen of Nederland te exporteren, maar lang heeft die illusie niet geduurd.

Ambtenarenstaat

Wil dat dan meteen zeggen dat Nederlandse ambtenaren politiek volkomen kleurloos zijn? Natuurlijk niet. Vele topambtenaren hebben wel degelijk een politieke kleur. Als er een minister van een andere kleur ten tonele verschijnt zijn er twee mogelijkheden: of de topambtenaar in kwestie voert loyaal het beleid van de minister uit, ondanks het verschil in politieke opvatting (het primaat van de politiek blijft natuurlijk bestaan) of de ambtenaar pakt zijn biezen. No big deal. Carrières, of het nu politieke, ambtelijke of zakelijke carrières zijn, duren in Nederland door de band minder lang dan in België. Er wordt vaker omgeschakeld.

Beter bestuur?

Wil dit nu zeggen dat er in Nederland beter wordt bestuurd dan hij ons? Daarover kan je een stevig colloquium opzetten. De lijnen zijn in ieder geval duidelijker getrokken. Er is minder onduidelijk dan bij ons, met de twee bestuurslagen. Een minister in Nederland moet ook steviger in zijn schoenen staan want hij kan zich niet omringen met een trouwe schare politiek gelijkgezinde volgelingen. Anderzijds hoor je soms zeggen dat dit tot een ‘Yes Minister’-cultuur leidt. Een minister die minder sterk is kan door zijn topambtenaren, die hun ministerie en hun beleidsterrein natuurlijk door en door kennen, van het kastje naar de muur worden gespeeld. Het leidt misschien ook tot stroever beleid.

Het ‘poldermodel’ met zijn eindeloze advies- en inspraakorganen, is niet voor niets een Nederlandse uitvinding.

Inmiddels in Vlaanderen

De macht van de kabinetten in België en Vlaanderen zou kunnen leiden tot een snellere bijsturing van het beleid in de politiek gewenste richting. De tanker is minder log dan in Nederland. Anderzijds is de ambtenarij ondergeschikt aan de politieke kabinetten. Los van de extra kosten die dit meebrengt aan personeel is het ook nog de vraag in welke mate de ‘cabinetards’ bekwamer zijn dan de trouwe ambtenaren die vaak al jaren op post zijn. Als het op het oordeelkundig gebruik van de elektronische media aankomt kan je sommige kabinetten alvast niet van veel oordeelkundigheid verdenken… zullen we hier even een :-) zetten?

Het Beter Bestuurlijk Beleid heeft uiteindelijk niet geleid tot een afschaffing laat staan een vermindering van de kabinetten. Dat was duidelijk een brug te ver. Het is voldoende om op de website van de Vlaamse of federale regering de samenstelling en omvang van de kabinetten even te bekijken.. Hoezeer sommige het Nederlandse model ook hoog in het vaandel voerden, qua bestuurscultuur blijft Vlaanderen veel nauwer aanschurken bij de Belgische traditie.

En tenslotte, voor ik het vergeet, op kabinetten kan je natuurlijk ook de nodige kennis en kundigheid vergaren om later met succes deel te nemen aan bekwaamheidsexamens en assessments voor de administratieve topfuncties. Smiley…!


Guy Janssens

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussiefourms; lees dus de regels - mod

Welke toekomst voor Egypte?

Op 25 januari 2011 brak het eerste echte protest los. Niemand dacht dat het mogelijk was om vaste waarde Hosni Moebarak weg te krijgen. Maar het lukte de Egyptische revolutionairen wel. En lang zou het niet duren. Op 11 februari 2011 al - 18 dagen na het begin van het protest - was Moebarak, na Zine al Abidine Ben Ali van Tunesië, het tweede Arabische staatshoofd dat weg moest onder druk van het straatprotest.

Reden tot feesten?

Valt er wel veel te vieren in Egypte, zo vragen velen zich af. Want één jaar na de revolutie is Egypte nog niet de grote democratie, is de armoede en de werkloosheid nog steeds wat ze was, bulkt het land niet van vernieuwing en hervorming en treedt het leger nog altijd hardhandig op.

En toch, toch is er reden tot feesten, of op z’n minst is er reden tot trots. Want ook al gaat het traag en is er nog zo immens veel werk, Egypte anno 2012 is niét meer het land van ruim een jaar geleden. Egyptenaren durven hun mening te geven, meer en openlijker dan vroeger. Ze durven op straat te komen om te protesteren als iets hen niet bevalt - en er is nog veel dat niet bevalt. Het kan en ze doen het ook. Dàt is 1 jaar na de revolutie een grote verworvenheid. Het lijkt evident, maar is dat niet altijd. Egypte heeft een weg afgelegd. Alleen is de weg die nog komt, nog veel langer dan dat.

Het leger regeert

De militairen in Egypte hebben de macht overgenomen, toen Moebarak in februari aftrad. Intussen hebben zij nog altijd alle touwtjes in handen. Tot groot ongenoegen van veel demonstranten (van weleer). De militaire raad belooft de macht midden dit jaar af te staan. Dan moeten de presidentsverkiezingen achter de rug zijn en moet de nieuwe grondwet geschreven, goedgekeurd en ingevoerd zijn. Het worden cruciale momenten. Dan zijn de wittebroodsweken van de revolutie écht achter de rug. Dan moet de verandering echt voelbaar zijn, tastbaar en binnen bereik. Dan moeten de militairen terug naar hun hoofdkwartier. Dan moeten zij het politieke toneel definitief verlaten.
Maar daar hebben niet alle Egyptenaren vertrouwen in. Ze zijn ongerust en ongeduldig. Daardoor staan ze vijandig tegenover de militaire heersers vandaag. Ook omdat die het voorbije jaar vaak hardhandig zijn opgetreden tegen demonstranten, ook - of misschien wel zeker - na ‘de revolutie’. Veel jonge activisten hebben de indruk dat het vroegere regime wel onthoofd is, maar niet verdwenen. De militairen van de Militaire Raad zijn inderdaad vooral oudgedienden van het Moebarak-regime.

Sinds Moebarak weg is, is het leger er niet zachter op geworden. We kennen intussen allemaal het beeld van de vrouw in blauwe bh die getrapt en geslagen wordt door militairen omdat ze protesteert. Eind vorig jaar vielen er opnieuw doden toen het leger nieuw protest de kop wilde indrukken. En sinds het vertrek van Moebarak zijn zowat 12.000 activisten voor de militaire rechtbanken moeten verschijnen. De activistengroep “No To Military Trials” / “Neen aan militaire rechtsspraak” trekt aan de alarmbel. Deze militairen dulden geen kritiek, zeggen de jongeren, en ze voeren campagne om de pro-democratiebeweging klein te krijgen. Dit is meer van hetzelfde van vroeger.

Het leger moet weg van de politieke macht. Daar zijn de democratisch gezinde Egyptenaren het over eens. De overtuiging blijft overeind dat zonder het leger de hervormingen breder, dieper, sneller en grondiger zullen zijn. Dat het leger de politieke macht moet overdragen aan verkozen burgerpolitici staat als een paal boven water. Maar het is geen snelle mirakeloplossing. Ook zonder leger zal het nog een hele tijd duren voor Egypte een democratie is. En welke democratie wordt het dan? De overgang naar een nieuw model na een decennialange dictatuur vraagt tijd. Ze vraagt een verandering van mentaliteit, in de hoofden van alle Egyptenaren, in de structuren en in de overheidsinstellingen, op zo veel vlakken.

Moslimbroederschap

Mensen die het leger het voordeel van de twijfel gunnen, zijn tijdens het voorbije verkiezingsproces toch naar de stembus getrokken om hun stem uit te brengen. Dit keer zonder angst voor intimidatie of omkoping en zonder al volle stembussen. Niet dat deze verkiezingen volledig zonder fraude verlopen zijn, maar de onregelmatigheden zijn niet van die orde dat ze de uitslag echt beïnvloed kunnen hebben. De Egyptenaren hebben overtuigend voor de Partij voor Vrijheid en Gerechtigheid van de Moslimbroeders gekozen.

Decennialang was de beweging verboden in Egypte. Ooit was het een geheime en militante organisatie die het islamitische gedachtengoed inspireerde in de hele Arabische wereld. Hun geestesgenoten haalden de overwinning ook binnen in Tunesië. Maar nu zijn ze dus aan zet in Egypte. Het is nu aan hen om te bewijzen dat ze het goed voor hebben met Egypte en met de Egyptenaren. Dat ze een modern, eigen en vrij Egypte kunnen maken.

Het Westen kijkt er met grote ogen naar. Maar dit is de stem van de bevolking in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Dit is een keuze die het Westen moet respecteren. Egypte is aan de Egyptenaren, aan alle Egyptenaren. Het is hun land, hun samenleving. Het is niet aan andere landen om op te leggen hoe het land hervormd moet worden, hoe het moet evolueren. Het Westen moet ondersteunen en aanmoedigen om alle democratische principes te hanteren. Druk uitoefenen daartoe als dat nodig is. Maar niet een eigen model, een Westers model opleggen. Dat moeten ze in Caïro en daarrond waarmaken.

De jongeren weten eigenlijk wel dat het lang zal duren. Maar ze willen zo graag, zo snel, zo ingrijpende hervormingen. Maar diep in hun hart zijn velen realistisch. De jonge Hassan verwoordt het perfect: ‘ de opstand duurt 18 dagen, het protest duurt 18 dagen, maar als je het woord revolutie gebruikt in een moeilijke samenleving als Egypte… dan praat je over tien jaar’. Het eerste jaar is achter de rug. Een decennium is niets in het licht van de geschiedenis.

Inge Vrancken
(De auteur is buitenlandverslaggever bij onze nieuwsdienst, gespecialiseerd in het Midden-Oosten)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussiefourms; lees dus de regels - mod

State of the Union: dromen en bedrog

Barack Obama heeft vannacht zijn derde State of the Union uitgesproken. De staat van de Unie is verre van goed. Maar een erg strijdvaardige Obama heeft van zijn toespraak tot Amerika een lanceerplatform gemaakt voor een tweede ambtstermijn: hoopvol, en dromend van een eerlijker Amerika.

De speech van de president had één bedoeling: aan de Amerikanen duidelijk maken waarom hij, Obama, president moet blijven, en niet één van de Republikeinen (Romney of Gingrich). Door zijn tegenstanders wordt Obama afgeschilderd als een wankele president die zijn baan niet aankan, die van Amerika een woestenij heeft gemaakt. “Change? I want my money back!”, zeggen de Republikeinen in koor.

Ritueel

De State of the Union is een jaarlijks terugkerend ritueel, een live toespraak voor alle Congresleden, live op tv (gemiddeld 45 miljoen kijkers), een ritueel van redenaarskunst. Alle gezagsdragers van Washington zijn er, alle kabinetsleden, behalve één: voor de veiligheid is er altijd één minister niet bij (mocht er een bom ontploffen waarbij alle gezagsdragers omkomen, dan moet het land nog geleid kunnen worden). Er is een mooie term voor: the designated survivor: de aangewezen overlevende.

Obama heeft de State of the Union gebruikt om te zeggen wat hij in drie jaar allemaal heeft gedaan voor Amerika, en welk werk hij nog wil verzetten. De president sprak over het gevaarlijke kantelpunt voor de Amerikaanse middenklasse. Hij stelt Amerika voor de keuze: een land met minder kansen, en meer ongelijkheid (onder Republikeins bestuur), of een Amerika dat billijker wordt, met meer rechtvaardig gespreide rijkdom en meer gelijke kansen. Met een heel actieplan (dat er ook al was in 2008): bedrijven aanmoedigen om in Amerika producten te maken (en niet te versassen naar het buitenland), betere scholing van arbeiders in de VS, een belastingsysteem dat de middenklasse spaart en de rijke Amerikanen meer lasten doet dragen, meer investeren in nieuwe infrastructuur (nu lijkt Amerika een land in verval), en meer geld voor nieuwe bronnen van energie (exit de verslaving aan buitenlandse olie).

Meer sociale rechtvaardigheid

De speech deed heel hard denken aan de speech die Obama ten gehore gaf in Osawatomie in Kansas (in december 2011), waar hij verwees naar Theodore Roosevelt – nota bene een Republikeins president, tussen 1901 en 1909 – die in zijn tijd ook ijverde voor meer sociale rechtvaardigheid in Amerika. Anno 2012 zijn er in feite twee economieën in de VS. Je hebt de economie van de rijken, en die boomt. De salarissen zijn hoog (gemiddeld 7 miljoen dollar per jaar), de winsten zijn hoog, de bonussen bestaan nog altijd. Topmerken bloeien, de luxe-restaurants zitten bomvol. Voor die rijke Amerikanen is er geen recessie. Integendeel: een fles Château Lafite-Rothschild gaat voor 4000 dollar vlot over de toonbank. Ze hebben hun eigen country clubs, hun eigen privéscholen, hun eigen transportmiddelen zoals privéjets en auto’s met chauffeur. Waarom zou het hen iets kunnen schelen dat het openbaar vervoer lamentabel is?

Voor alle anderen, de 99 procent niet-rijke Amerikanen, is de crisis diep en meedogenloos. Hefboomfondsmanagers verdienen soms tot één miljard dollar per jaar. Ze betalen amper 15% belastingen door een achterpoortje in de wet, dat zegt dat hun inkomen rente is op kapitaal, en geen loon. Zo komt het dat superbelegger Warren Buffett terecht aanklaagt dat zijn receptioniste meer belastingen betaalt dan hij, 30 procent tegenover 15 procent voor Buffet. Ze was er, de secretaresse van Buffet, op de State of the Union. Debbie Bosanek, symbool van de hang naar meer rechtvaardigheid door de Buffett Rule. Geen klassenoorlog, maar gezond verstand, volgens Obama.

Occupy Wall Street

De grote, brede middenklasse realiseert zich dat ze achteruit boert en dat haar kinderen het wellicht nog slechter zullen doen dan zijzelf. Het is een gevoel dat Amerika nooit eerder gekend heeft. En het gevoel barst uit zoals een etterbuil. Plots, onverwacht ontstond afgelopen jaar de Occupy Wall Street-beweging. Het begon met een slogan: “Democracy, not corporatocracy.” En met wat advies voor een bezetting van het Zucottipark in Manhattan: “Bring tent.” Eerst lacht de pers met de beweging: zelfs de New York Times stuurt aanvankelijk alleen een verslaggever entertainmentnieuws. Maar dan groeit de beweging uit tot wereldwijd protest van indignados. Hier en daar zie je Guy Fawkes-maskers uit de film V for Vendetta (2006)

De betogers protesteren tegen de 1 procent superrijken die volgens hen zowat alle welvaart inpikken en nemen het op voor de 99 procent andere Amerikanen waarvan de problemen worden genegeerd. Over die 99 percent sprak Obama afgelopen nacht in zijn toespraak tot het volk.

Obama heeft zijn toespraak ook gebruikt om uit te leggen welke bergen hij al heeft verzet in de afgelopen drie jaar in het Witte Huis (ziekteverzekeringswet, van recessie naar economische groei, van 600.000 nieuwe werklozen per maand naar 200.000 nieuwe banen per maand, redding van de banken, redding van Chrysler en GM – met succes - , en een economisch herstelplan van 787 miljard). Om te beschrijven hoe hij aan alle kanten is tegengewerkt in het Congres en door lobbyisten van het bedrijfsleven. Hoe hij pech heeft gehad met de wereldwijde economische recessie en dat het zonder hem nog veel erger had kunnen zijn. Dat hij de soldaten heeft teruggebracht uit Irak. Dat hij Afghanistan aan het afronden is. Dat hij en hij alleen Osama bin Laden heeft gepakt en gedood. Dat laatste kon overigens op een flink applaus rekenen afgelopen nacht.

Aanzienlijk to-do-lijstje

Obama heeft de tijd tegen. De afgelopen drie jaar zijn de zwaarste crisisjaren geweest van de afgelopen 50 jaar. Amerika is bang en onzeker: vandaar de bitterheid en de haat. Vandaar de geboorte van de Tea party en Occupy Wall Street. Woeligheid, irrationaliteit en angst regeren Amerika. Drie kwart van de Amerikanen zegt in peilingen dat het met Amerika de foute richting uitgaat.

Obama heeft beloftes gemaakt in zijn State of the Union: beloftes aan de miljoenen mensen die nog altijd vrezen dat ze hun hypotheek niet zullen kunnen afbetalen, de belofte van hogere lonen voor hooggeschoolde fabrieksbanen, rechtvaardiger belastingen, lagere energiekosten (nooit eerder kostte een liter benzine zo veel aan de Amerikaanse pomp), beter onderwijs op openbare scholen, betaalbare studieleningen, een veiliger Amerika, een politieke klasse die luistert naar de mensen. Ja, het to-do-lijstje van de president was afgelopen nacht aanzienlijk, en wellicht te ambitieus voor een verkiezingsjaar. De meeste waarnemers verwachten dat er dit jaar door de bittere rivaliteit tussen beide partijen gewoon niets meer door het Congres zal raken. Overigens is Washington nu al drie jaar lang verwikkeld in bittere rivaliteit waardoor er maar moeizaam beleid kan worden gevoerd.

President Obama heeft vannacht Amerika proberen gerust te stellen met de belofte op stabiliteit en vooruitgang. Zijn vorige belofte, die van verandering, hebben de Amerikanen zien verzanden in een haatklimaat en het ontwrichten of dwarsbomen van alle change. Maar Obama blijft hameren op wat hij al jaren zegt: dat Amerika op een kantelmoment aanbeland is: een maak-of-kraak-moment voor de middenklasse die aan het verarmen is. Obama schuift de schuld daarvoor naar zijn tegenstanders die volgens hem te veel geloven in de ieder-voor-zich-economie. Als Amerikanen niet langer de producten kunnen kopen die Amerikaanse bedrijven maken, dan is er iets fundamenteels mis met het land. Het haalt de hele economie onderuit. De gapende kloof tussen arm en rijk in de VS pleegt regelrecht bedrog op de Amerikaanse Droom: het is niet langer waar dat je rijk kan worden als je maar hard genoeg werkt en blijft proberen. Verwijzend naar Ted Roosevelt zegt Obama: “We shall go up or down together.” Op 6 november weten we of de boodschap aangekomen is.

Björn Soenens is Amerikawatcher en chef van het tv-journaal bij VRT Nieuws

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussiefourms; lees dus de regels - mod

Werk, werk, werk…

21 / 01 / 2012
Gedurende de crisisjaren 2008 – 2011 heeft de Belgische arbeidsmarkt merkwaardig goed standgehouden. Tot zover het goede nieuws. De industriële tewerkstelling – en dan begint het plaatje minder fraai te ogen – viel in diezelfde periode forser terug dan in buurlanden Frankrijk en Duitsland. Rara hoe kan dat?

Overheidssector biedt soelaas

VIVES – een denktank die geworteld is in de faculteit economie van de KU Leuven – heeft één en ander uitgezocht in een recente studie over de werking van de Belgische – en Vlaamse arbeidsmarkt.

De zware terugval van de industriële tewerkstelling in ons land wordt in die periode in hoge mate gecompenseerd door de groei van de werkgelegenheid in de overheidsdiensten. ‘Overheidsdiensten’ moet in deze zeer ruim worden geïnterpreteerd. Het gaat niet uitsluitend over ambtenarij in de strikte zin. Al is het zo dat een job bij de overheid de afgelopen jaren zeer aantrekkelijk is geworden door de betere verloning en andere arbeidsvoorwaarden, maar dit terzijde. ‘De overheid’, dat is ook bijvoorbeeld onderwijs en de zorgsector. En we weten allemaal hoe belangrijk die zorgsector aan het worden is, zeker met het oog op de vergrijzing.

Geen vuiltje aan de lucht?

Minder jobs in de industrie, meer jobs in privé- en overheidsdiensten. Niks aan de hand en we leven in de beste der werelden. Toch? Toch niet helemaal, maar dat had u al door. Overheidsdiensten worden betaald met overheidsgeld. Toch in zeer grote mate. En dat overheidsgeld, ook dat weten we allemaal, zal in de (nabije) toekomst minder makkelijk beschikbaar zijn dan in het verleden. Stabilisatiepacten allerhande zullen daar voor zorgen. Het ziet er dus naar uit dat die tewerkstelling die via overheid op peil is gebleven een stevige knauw zal krijgen.

Toch is het verhaal daarmee nog niet over. De door de overheid gesubsidieerde sectoren zoals onderwijs en zorg zijn net de sectoren ‘met toekomst’. Ongeveer iedereen is het erover eens dat goede opleiding levensnoodzakelijk is om hooggekwalificeerde arbeidskrachten te behouden. Dat onderwijs moet dus op peil worden gehouden, en dat ondanks de bezuinigingen die nodig zijn. En de zorgsector.. daar moeten we geen tekening bij maken. De vergrijzing zal de volgende jaren met volle kracht toeslaan en wie vergrijzing zegt, zegt stijgende nood aan zorg allerhande. Die zorgsector hangt voor een heel groot deel af van overheidssubsidiëring. Tenzij zou worden beslist om de eigen bijdragen en de vrije markt meer te laten spelen, maar dat vereist politieke keuzes die niet vanzelfsprekend zijn.

‘Mismatch’

Even terug naar de ‘Vives’-studie. Die spreekt over een ‘mismatch’ tussen arbeidszoekers en vacatures. Opleiding is hier een sleutelbegrip. ‘De overheid is daar niet zo efficiënt in, je laat dat beter door de bedrijven doen’ zegt Joep Konings van Vives. ‘Want de bedrijven weten zelf het best wat ze nodig hebben en doen de opleidingen dan beter ook zelf’. Zoiets kan Fons Leroy, grote baas van de VDAB, natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. “De VDAB organiseert bedrijfsopleidingen samen met de bedrijven zelf, omdat die bedrijven inderdaad best weten welke scholing hun werknemers nodig hebben. De laatste jaren geven we hoe langer hoe meer opleidingen in de bedrijven zelf. De VDAB is trouwens broodnodig om werklozen bij de scholen, want die hebben geen bedrijf om op terug te vallen.

Opleiding in de bedrijven is natuurlijk ook niets nieuws. Dat is al jaren, zoniet decennia, voorzien in talloze CAO’s. maar die opleidingsgelden – 1,9% van de loonmassa volgens de huidige CAO-afspraken, leiden in een aantal bedrijven een sluimerend bestaan. Minister van werk Monica De Coninck wil ze dan ook activeren. Op straffe van boete. “Het is de verantwoordelijkheid van de bedrijven om ervoor te zorgen dat dat geld ook daadwerkelijk wordt besteed, zeker op een moment dat de loopbanen langer worden en mensen langer aan het werk moeten blijven” zegt Ann Vermorgen van her ACV. ‘Levenslang leren’ moet meer worden dan een leuze, het moet dagelijkse praktijk worden.

Guy Janssens

(De auteur presenteert het sociaal-economische magazine ‘De Vrije Markt’.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussiefourms; lees dus de regels - mod

De enige hoop is het sterfbed

18 / 01 / 2012

De misdaden van de Bende van Nijvel kwamen in twee golven : de eerste keer in 1982, de tweede keer in 1985. Daarbij werden in het totaal 28 mensen vermoord, meestal bij een overval op een Delhaize-warenhuis. De laatste aanslag was op 9 november 1985 . Vanaf die datum begint de verjaring te lopen. Vroeger was de verjaringstermijn voor moord tien jaar, maar speciaal voor de aanslagen van de Bende werd die opgetrokken tot 15 jaar . Dat kan één keer verlengd worden, en dat is ook gebeurd . De misdaden van de Bende verjaren dus 30 jaar na de laatste aanslag, op 9 november 2015.

Maar stel dat we de daders vandaag zouden oppakken, dan is de kans al klein dat we die datum halen. De verdachten moeten door heel de juridische mallemolen : inverdenkingstelling, raadkamer, kamer van inbeschuldigingstelling, Hof van Assisen. Tegen elke beslissing kan cassatieberoep worden aangetekend . De kans dat er een uitspraak is van Assisen vOOr 9 november 2015 is dus al klein.

Daarom heeft procureur Christian Valkeneer onlangs voorgesteld om de misdaden van de Bende te kwalificeren als “misdaden tegen de mensheid” , dat soort misdaden verjaart nooit. Minister van justitie Turtelboom kan een initiatief nemen in die richting, maar haar adviseurs zullen dat zeker afraden. ” Wat “misdaden tegen de mensheid” zijn is nooit ergens omschreven, maar onder juristen is er wel overeenstemming dat het moet gaan om erge daden tegen een bevolkingsgroep . Grosso modo gaat het om genocide, en dat is hier niet het geval.

Het zou ook zeer gevaarlijk zijn om de misdrijven van de Bende te omschrijven als “misdaden tegen de mensheid”. De kans is groot dat de rechters die omschrijving onwettelijk zullen verklaren en dan - als de gewone verjaringstermijn is afgelopen - ………moet men de verdachte laten gaan . Hoe leg je dat uit aan de mensen ?

Samengevat : vermoedelijk kunnen de misdaden van de Bende niet meer bestraft worden wegens verjaring

Kan het onderzoek nog tot resultaat leiden ?

Het is een bekend fenomeen dat de eerste uren na een misdrijf de belangrijkste zijn om een zaak op te lossen. In het Bende-onderzoek is er al bijna 30 jaar overheen gegaan : alle sporen zijn weg . Of toch de meeste : er is één DNA- staal : speeksel op een sigaret die één van de overvallers heeft weggeworpen. Maar de speurders hebben dat DNA aan geen enkele verdachte kunnen linken.
In de loop van de jaren is het gerecht in alle mogelijk richtingen gehold, hierbij aangevuurd door de pers die de meest waanzinnige hypotheses op de lezers losliet.

Het probleem was namelijk dat er geen duidelijk motief was : het gebruikte massale geweld staat in geen enkele verhouding tot de kleine buit.
Zo is er onderzocht of de feiten geïnspireerd waren door de top van de rijkswacht . Doel : het land destabiliseren om een rechtse staatsgreep te plegen. Het spoor van afpersing door Amerikaanse gangsters (Delhaize heeft veel filialen in de VS) is ook altijd warmgehouden.

Het parket is dan weer lang uitgegaan van “gewone” misdadigers . Er is zelfs een een assisenproces geweest tegen de “Bende van de Borinage”, maar die werden met vlag en wimpel vrijgesproken . Geen lieverdjes, maar met de misdaden van de Bende hebben ze niets te maken.

Een veel gevolgde hypothese is nu dat het zou gaan om een buitenlandse Bende . Uit Noord-Frankrijk wordt gezegd. Op ‘t ogenblik heeft men veel ervaring met misdaden van buitenlandse bendes, maar in de jaren 80 was dat onbekend terrein. Dat spoor is toen niet systematisch onderzocht , en nu is het te laat.

Ervaren speurders hebben eigenlijk nog maar één hoop om de zaak op te lossen : het sterfbed. Zij gaan ervan uit dat één van de daders op zijn sterfbed, gekweld door wroeging, zijn misdaden zal opbiechten. Dat is dan het enige resultaat van 30 jaar speurwerk naar de Bende van Nijvel.

Leo Stoops

(De auteur is gerechtelijk verslaggever bij de nieuwsdienst.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Phil Bosmans: verguisd en aanbeden

17 / 01 / 2012
De beste zon is een blij gezicht. Bloemen van geluk moet je zelf planten. Zaag niet, er vallen al bomen genoeg… Laat mij ootmoedig beginnen met een bekentenis en een vraag om vergeving. In een vorig leven heb ik een boek geschreven, Ik Ben Eeuwig Jong, in 1982, maar over gebeurtenissen midden jaren 70, dè bloeiperiode van de Bond Zonder Naam. De anti-held van die korte roman heet Christian Hanjoul. Nu wil het toeval dat de opvolger van pater Phil Bosmans aan het hoofd van BZN Patrick Hanjoul heet. Die jongen zit op een bepaald ogenblik in de wachtzaal van een uroloog en ergert zich zoals het een puber betaamt aan alles, de andere patiënten, de auto’s op straat, de onnozele tijdschriften en…een half A4’tje van BZN aan de muur. Moeder thuis, we hebben je nodig. De woordkakkerij van de bond zonder naam ontbreekt evenmin, leg ik de jonge Christian in het hoofd.

Daar heb ik nu spijt van. De zogenoemde vitamines voor het hart van Phil Bosmans waren natuurlijk alomtegenwoordig in de nog almachtige katholieke zuil van 40 jaar geleden, zeker in West-Vlaanderen. Phil Bosmans was een Limburger, West-Vlamingen en Limburgers begrijpen elkaar. Ik zou mij kunnen verbergen achter het vertellersstandpunt en het verschil tussen een personage en de auteur. Maar da’s te gemakkelijk.

Een pionier

Eigenlijk kenden wij Phil Bosmans niet, we rekenden hem af op die goedbedoelde spreuken. Intussen spookte onder onze schedel het geraas van The Who en Boudewijn De Groot, van Daniel Cohn-Bendit en Mohammed Ali, incompatibel met BZN. Dat Bosmans een verre voorloper van de priester-arbeiders en Luc Versteylen was, wisten wij niet. Dat de goede man zich in de jaren 50 echt bijna had doodgewerkt in bijstand aan arme drommels nog minder. En dat hij een volbloed anti-kapitalist was die lak had aan de beurs en de dollar en beleggers ging helaas helemaal aan ons voorbij. Jammer, het had ons met hem kunnen verzoenen. Aan de muur in het parochielokaal hing: linkse mensen rechtse mensen allemaal mensen. Welnu, rechtse zakken waren geen mensen, dat vonden wij.

Geen vader Teresa

Nogmaals: betreurenswaardig. Alleen al omdat Phil Bosmans echt een bijzonder innemende en integere man was, die de royalties van zijn bestsellers, het rozige Menslief ik hou van jou onder meer, integraal besteedde aan zijn organisatie MIN, Mensen in Nood, die zich ontfermde over allerlei marginalen, de toen ook niet populaire daklozen, Roma, ex-gevangenen, vrouwen van gedetineerden, en jawel: gastarbeiders! In de jaren 70 en 80 was hij ook een heuse BV, een van de lievelingen van Jan Van Rompaey, die hem in elk denkbaar programma opvoerde, van Echo over Terloops tot Argus. Bosmans voelde zich nooit te beroerd om geduldig te antwoorden op de voor de hand liggende kritiek dat hij toch wel erg naïef en zoetsappig was. Noten mag je kraken, mensen niet, en , de ander heeft honger want ik pak zijn deel, toch niet zoetsappig denk ik, reageerde hij. Inderdaad, hij was geen vader Teresa.

Sociaal bewogen

Zijn ouders, bescheiden landbouwers uit Gruitrode, redden het niet, het gezin met 4 kinderen verhuisde naar Genk, vader Bosmans ging in de mijn werken. Van het open landschap naar de donkere ondergrond, qua vervreemding kan het tellen. Philip, de flinkste van de klas, mocht naar de patersschool van Rotselaar. Als 19jarige trad hij in bij de Montfortanen, 7 jaar later kreeg hij de priesterwijding. De Montfortanen zijn een Franse orde met een sterke sociale bewogenheid, Phil kreeg zijn eerste opdrachten in het industriële Noord-Frankrijk, vergelijkbaar met de Limburgse mijnstreek, maar nog zwarter, en vooral: minder katholiek, zeg maar links-proletarisch. Zijn ervaringen daar rendeerden vanaf 1950 in Limburg. Via de zogenoemde volksmissie was hij dag en nacht in het getouw om mensen te helpen, te troosten, voor te gaan in volkse liturgie.

Burn-out

In 1954 volgde een totale en lang aanslepende burn-out. Of erger, hoe noemde men depressie of chronische vermoeidheid in die tijd? Toen Phil er na een paar jaar bovenop leek, gaven zijn oversten hem een zo dachten ze comfortabele opdracht: de al 2 decennia bestaande Nederlandse Bond Zonder Naam uitbouwen in Vlaanderen. Maar Phil stortte zich weer helemaal in het avontuur. Maandelijks vuurde hij een nieuwe spreuk op Vlaanderen af, 600 in het totaal. Hij ging preken en overtuigen, vond de weg naar de media. Het bleef niet bij woorden. Zijn instelling voor echtgenotes van gedetineerden was eigenlijk het eerste Vrouwenhuis in ons land, en lang voor gemeenten dat deden, kocht hij een lap grond om zigeuners even wat rust en stabiliteit te gunnen. Ex-gevangenen die geen werk vonden, bracht hij samen in zijn arbeidershuis. Maar ook onbegrepen slachtoffers van criminaliteit vonden bij hem steun, lang voor dat in de mode kwam. De hoog oplopende kosten van al die activiteiten financierde hij met de integrale opbrengst van zijn Lannoo-boeken, die miljoenenoplages halen, bij ons, in Duitsland en nog elders.

Vermoeiend optimistisch

Op het vlak van religieuze praktijk en moraal bleef Bosmans conservatief. Zijn spreuken en teksten waren altijd vriendelijk, eenvoudig, braaf en vermoeiend optimistisch, en predikten zeker geen revolutie. De verandering van de wereld begint bij jezelf, was zowat de belangrijkste les van zijn hele optreden. Abortus vond hij een verschrikking. Maar vergeten we nooit dat het om een man gaat die bijna 20 jaar voor de tweede wereldoorlog het levenslicht zag. En hij heeft wel degelijk aan de weg getimmerd. In tegenstelling tot veel van zijn geestelijke tijdgenoten was er bij hem geen bekeringsdrang, geen dreigen met zonde en hel en doofheid, geen veroordelen en ex-communiceren. Het is niet niks. Zijn boodschap was ook altijd sterk anti-materialistisch, en wat dat betreft bleef het niet bij woorden.

Vanaf de jaren 90 liep het weer fout. In 1992 nam hij, vermoeid en verzwakt, afscheid van de Bond zonder Naam. In 94 had hij een zwaar verkeersongeluk. Een beroerte trof hem in 1995, die liet hem half verlamd achter. Zelfs met die beperking bleef hij op zijn manier een levensgenieter en positivo.

Verguisd door soixante-huitards, aanbeden door de christelijke sociale sector, uiteindelijk door brede lagen van de bevolking aanvaard en gewaardeerd als een man die toch heel wat teweeg bracht. In alle eerlijkheid: Phil Bosmans hoort onlosmakelijk bij de Vlaamse cultuur van de tweede helft van de twintigste eeuw. Laten we maar dankbaar zijn. En begin een dag nooit met de scherven van gisteren.

Lucas Vanclooster

(De auteur is reporter bij het radionieuws.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Op zoek naar sporen van schuldig verzuim

Drie auto’s stonden discreet geparkeerd in de straat voor het aartsbischoppelijk paleis in Mechelen, het blauwe zwaailicht op het dashboard. Wie had gehoopt om opnieuw dozen door de lucht te zien vliegen, zoals anderhalf jaar geleden, was er aan voor de moeite. Deze keer gingen ze veel voorzichtiger te werk. Opvallend ook hoe vaak de woordvoerster van het federaal parket benadrukte dat ze doelgericht op zoek waren naar concrete informatie uit specifieke dossiers. Lees: deze keer gaat het niet om een fishing expedition, een zoektocht waarbij een groot net wordt uitgegooid in de hoop dat er wel een visje in zal belanden.

Operatie Kelk

Dat was namelijk wat er de vorige keer was misgelopen, bij die huiszoekingen in juni 2010: op basis van de aanwijzingen die de speurders hadden, mochten ze eigenlijk alleen maar in de crypte van de Sint-Romboutskathedraal gaan zoeken. Maar ze vielen dus ook het aartsbisschoppelijk paleis en de privéwoning van kardinaal Danneels binnen, en namen vooral daar materiaal mee. Kan niet, riep de advocaat van de bisschoppen, en uiteindelijk gaf de rechter hem gelijk. Een huiszoeking moet doelgericht en specifiek zijn. Vandaar dus de nadruk op die elementen bij de nieuwe zoekacties. Al liet de advocaat van de bisschoppen, Fernand Keuleneer ook nu meteen al enkele twijfels horen bij de geldigheid van de huiszoekingen. Maar voorlopig stapt hij niet naar de rechter.

Nieuwe elementen

Na het vorige succes van advocaat Keuleneer, waardoor de vorige huiszoekingen ongeldig waren verklaard, dachten velen dat Operatie Kelk definitief beëindigd was. De speurders, onder leiding van onderzoeksrechter De Troy, hadden immers alle dossiers van misbruikslachtoffers moeten teruggeven, en mochten die nooit meer gebruiken als informatiebron. Maar intussen zijn veel van die slachtoffers zelf naar het gerecht gestapt om er hun verhaal te doen. En blijkbaar heeft dat voldoende elementen opgeleverd om het onderzoek nieuw leven in te blazen.

Schuldig verzuim

Dat onderzoek draait, voor alle duidelijkheid, rond schuldig verzuim. Rond de vraag of de kerkleiding op de hoogte was van seksueel misbruik, en daar onvoldoende tegen gedaan heeft. Daarom zijn er ook dossiers in beslag genomen van geestelijken die intussen overleden zijn: omdat daaruit kan blijken dat hun oversten (Roger Vangheluwe, Godfried Danneels of andere gezagsdragers) wisten dat ze kinderen hadden misbruikt, maar hen gewoon hadden overgeplaatst naar een andere parochie, of zelfs helemaal niks hadden gedaan. En dat onderzoek gaat blijkbaar ver terug, want ook dossiers uit de jaren vijftig en zestig zijn in beslag genomen. Die zaken zijn uiteraard al verjaard, maar als de speurders er een systeem in terugvinden waaruit blijkt dat de kerkelijke oversten lieten begaan, dan hebben ze wel nog een dossier dat ze voor de rechtbank kunnen brengen.

De concrete misbruikzaken worden trouwens niet door het federaal parket behandeld, maar door de verschillende parketten overal in het land. Die moeten nagaan of de daders nog gestraft kunnen worden. In de meerderheid van de gevallen zal dat niet meer zo zijn, want het overgrote deel van de misbruikzaken speelde zich in de jaren zestig en zeventig af.

Aanbevelingen

Intussen heeft de Bijzondere Kamercommissie ‘Seksueel Misbruik’ een resem aanbevelingen uitgewerkt, en heeft de Kerk beloofd om mee te werken aan een schadevergoeding voor slachtoffers. Dat zou moeten helpen om nieuw misbruik in de toekomst te voorkomen. Wat het parket nu nog wil, is de daders uit het verleden bestraffen, en de systemen in kaart brengen die zouden hebben bestaan om misbruik toe te dekken. Dat kan ook voor slachtoffers belangrijk zijn, omdat ze op die manier erkenning krijgen dat ze niet alleen stonden met hun leed. Afwachten nu wat het onderzoek verder oplevert.

Phlip Heymans

(De auteur is gerechtelijk verslaggever en auteur van het VRT-Nieuws Aktua boek ‘Wie is er bang voor mijnheer pastoor?’.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod

Over naar de orde van de dag

16 / 01 / 2012
We zijn het niet meer gewend, maar stilaan krijgt het oude spel tussen meerderheid en oppositie weer duidelijk vorm. Premier Di Rupo werkt de ene vuurdoop na de andere af. Zijn rol als ‘eerste socialist van het land’ wordt intussen ingevuld door kroonprins Paul Magnette, en de drijfveer van de premier is nu duidelijk: de N-VA de wind uit de zeilen nemen.

Het begon allemaal met de brief van Europees commissaris Olli Rehn aan minister van Financiën Steven Vanackere. Na de informele aanhef (‘dear Steven’) zette de commissaris ons lans simpelweg voor het blok: de begroting die net in het parlement was ingediend was niet geloofwaardig. De commissaris eiste nieuwe besparingsmaatregelen of een tijdelijke bevriezing van uitgaven. Nog dezelfde dag werd voor 1.3 miljard aan uitgaven geblokkeerd. Voorlopig merken we er weinig van, behalve dat er in Vlaanderen geen nieuwe stemcomputers bij zullen komen tegen de gemeenteraadsverkiezingen.

Een cascade

Dezelfde dag werd premier Di Rupo nog in snelheid genomen door de scherpe oppositie van N-VA. Theo Francken en Ben Weyts ontdekten verschillende fouten in de begrotingstabellen en brachten die in een cascade naar buiten. De dotaties van de koninklijke familie werden helemaal niet bevroren, en de lonen van de regeringsleden gingen zelfs omhoog in plaats van omlaag. Voor de premier was de kous af met een perscommuniqué. Maar de Vlaamse vicepremiers Vanackere en Vande Lanotte zagen dat toch even anders. Zij werden het stilaan beu om in Vlaanderen de kastanjes uit het vuur te moeten halen voor de premier.

Wie is Olli Rehn

De kentering kwam er met de uitspraken van PS-minister Paul Magnette ( ‘Wie is Olli Rehn?’) met zware kritiek op het Europese besparingsbeleid, deed de premier zelf af. Tijdens het vragenuurtje in het parlement, en na zware kritiek van de twee liberale regeringspartijen die Magnette beschuldigden van ‘populisme’ en ‘onaanvaardbare uitspraken’ , tikte Di Rupo zijn minister lichtjes op de vinger, en beleed hij zijn geloof in Europa en in een goede dialoog met de Europese instellingen. De twee liberale partijen zijn tevreden met het gebaar, en het is de eerste keer dat de premier zo uitgesproken zijn rol opneemt.

Tussen haakjes, zelfs met de lichte tik op de vingers blijft Magnette zijn standpunt vrolijk verdedigen: eerst in enkele televisieoptredens, dan een dag later bij de aanvang van de kern (‘Ik wijzig geen komma aan mijn standpunt’) en tenslotte vanmorgen op Twitter waar hij Open Vld-voorzitter Alexander De Croo ‘een beetje lectuur op een zonnige maandagmorgen’ stuurt: een opiniestuk van economieprofessor Paul De Grauwe die Magnettes kritiek op het Europese beleid steunt (‘De Europese commissie is God niet’).

De kroonprins

Iedereen neemt dus zijn nieuwe positie in. De premier laat al een hele tijd duidelijk verstaan dat hij niet meer de eerste socialist van het land is. Dat hij op het congres van PS de Internationale weigerde mee te zingen, is erg symbolisch. De rol van ‘eerste socialist van het land’ is nu weggelegd voor de kroonprins van de PS, Paul Magnette. Terwijl Elio Di Rupo zich stilaan helemaal hult in de gewaden van de premier. Hij heeft nu ook zijn eerste politieke interviews gegeven. En het is duidelijk dat hij als geen ander weet hoe hij vragen moet ontwijken. Hij verschilt daarin niet van zijn voorgangers. Het is ook duidelijk dat hij de interviews vooral gebruikt om zijn eigen boodschap te brengen. Ook daar verschilt hij niet van zijn voorgangers.

De wind uit de zeilen

Zo blijft één boodschap blijft duidelijk nazinderen. Premier Di Rupo wil oppositiepartij N-VA op alle mogelijke manieren proberen de wind uit de zeilen te nemen. Zowel hij als Bart De Wever eisen op dit moment het begrip ‘verandering’ op. Toen Di Rupo zondag in De Zevende Dag opsomde waarom het de regering is die ‘verandering’ zal brengen, ging de premier op het tipje van de studiostoel zitten, alsof hij op die manier zijn argumenten kracht kon bijzetten.

En met die boodschap lijkt Di Rupo ook de geruchten te bevestigen over de eerste ministerraad na de eedaflegging waarin hij de Franstalige partijen zou opgeroepen hebben de Vlaamse regeringspartijen te helpen omdat zij tegen de N-VA moeten opboksen.

De tweede boodschap van Di Rupo is dat hij de premier wil zijn van alle Belgen. En dat hij een ander Vlaanderen heeft leren kennen dan in het parlement. Waarmee hij lijkt te suggereren dat de Vlaamse parlementsleden ( en dan vooral die van de oppositiepartijen N-VA en Vlaams Belang) niet de Vlamingen vertegenwoordigen. Op de vraag of de premier zelfs zijn beheersing van het Nederlands geen handicap vindt (om diezelfde Vlamingen te overtuigen en te vertegenwoordigen), antwoordt hij steevast ‘neen’. Het zal vooral de Vlaming zelf zijn die daar uiteindelijk over oordeelt, en die uiteindelijk ook zal kiezen tussen de ‘verandering’ van de regering Di Rupo en de ‘verandering’ van oppositiepartij N-VA.

Ivan De Vadder

(De auteur is Wetstraatjournalist en medepresentator van De Zevende Dag.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees ze dus - mod

Werk voor de boeg

15 / 01 / 2012

Ja, ze hebben de boodschap echt wel begrepen, ook de parlementsleden voelen enige aandrang om wat as op het hoofd te strooien en het haren kleed aan te trekken. Soberheid en besparen staat goed in de politiek.

Vijf procent

De burger heeft zelf misschien géén vijf procent direct op zijn wedde moeten inleveren, maar hij vindt het prima dat de politici dat wel doen. Alleen is het voor het parlement een beetje moeilijk om ermee te scoren. Want door deze maatregelen trekken ze juist de aandacht op het feit dat parlementsleden in het verleden niet altijd erg ascetisch zijn geweest voor hun eigen statuut.

Dat parlementsleden bijvoorbeeld 36 jaar parlementslid zullen moeten zijn in plaats van 20 om een volwaardig pensioen te kunnen krijgen is een zeker een stap in de goeie richting. Maar hoe leg je die 36 jaar uit aan de burger die officieel nog altijd 45 jaar moet werken voor een volwaardig pensioen. En die zelfs voor vervroegd en dus onvolwaardig pensioen 40 werkjaren moet kunnen voorleggen terwijl een parlementslid voor een volwaardig pensioen dus genoeg heeft aan 36.

Moedige poging

Senaatsvoorzitster Sabine De Bethune doet een moedige poging door erop te wijzen dat het statuut van de parlementsleden eigenlijk helemaal los staat van de sociale zekerheid. Geen werkloosheidsvergoeding wanneer je niet verkozen raakt. (Maar wel een uitstapvergoeding.) Geen ouderschapsverlof, geen verlof zonder wedde maar het is toch maar de vraag wat de burger daarvan vindt.

Hoe je het ook draait of keert, Jan de Vlaminck maakt zich best wel zorgen over hoe hij die laatste jaren tussen 55 en 6O of 65 zinnig en productief gaat kunnen blijven werken. Dat sommige parlementsleden zichzelf die vraag besparen maakt de hele zaak niet erg overtuigend.

Geloofwaardig soberheid prediken

En de parlementen gaan al helemaal de boot in wanneer het gaat over de weddes van hun voorzitters. 16566 euro netto per maand, volgens de studiedienst Crisp. Tegenover een premier die nog geen 11.000 verdient.

De voorzitters van Kamer en Senaat mogen dan al de eerste burgers van het land zijn en daar mag best een flinke vergoeding tegenover staan, maar het is toch moeilijk om aan de burger uit te leggen dat deze mensen meer verantwoordelijkheden zouden hebben of een lastiger job zouden hebben dan de eerste minister. Of nog, de achtbare parlementsleden hebben nog enige weg af te leggen voor ze geloofwaardig de soberheid kunnen prediken.

Tim Pauwels

(De auteur is Wetstraatwatcher)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod

Onafhankelijkheid voor Schotland?

In de herfst van 2014 kunnen de Schotten in een referendum stemmen over de vraag of ze een onafhankelijk Schotland willen. Al sinds 1707 maken het Engelse koninkrijk en het Schotse koninkrijk deel uit van een en hetzelfde land, het Verenigd Koninkrijk. Toen al, in 1707, klonken de eerste stemmen op die de unie weer ongedaan wilden maken. De roep om onafhankelijkheid is nog luider gaan klinken sinds twee opeenvolgende kiesoverwinningen van de Scottish National Party, SNP, in de Schotse regionale parlementsverkiezingen.

Engelse minachting

“We laten ons overheersen door verwijfde klootzakken. We kunnen ons niet eens laten koloniseren door een fatsoenlijke, gezonde cultuur,” roept de hoofdpersoon van de succesroman (en -film) van Irving Welsh, Trainspotting, dat zich afspeelt aan de grauwe en gore zelfkant van de Schotse hoofdstad Edinburgh. Zelfs in zijn door drugs overheerste leven blijft Mark Renton zich bewust van zijn Schotse identiteit. Een identiteit die zich niet baseert op taal, maar op een afkeer van alles wat Engels is en die het fictieve personage deelt met een grote meerderheid van de 5 miljoen niet-fictieve Schotten. Noem een Schot geen Engelsman of hij spuwt vuur.

Die vrijwel algemene afkeer is een gevolg van eeuwenlange onderdrukking en Engelse minachting. De Engelsen, in het Verenigd Koninkrijk met ongeveer 10 keer zoveel als de Schotten, bespotten de oude Keltische taal, het Gaelic, en ze vernielden doelbewust het oude clansysteem, omdat ze de macht van die uitgebreide families vreesden. Ze verboden de ruit en de doedelzak als symbolen van de Schotse natie, en als klap op de vuurpijl verdwenen de opbrengsten van de Noordzeeolie in hoofdzakelijk Engelse zakken. De regering-Thatcher deed de rest: haar economische politiek spaarde de Schotse zware staalindustrie allerminst. Het gevolg was een massale werkloosheid. De Schotten haatten haar als de pest en gingen van de weeromstuit nog dieper graven naar hun nationale identiteit.

Referendum over autonomie

“Schotten kunnen probleemloos Schot zijn binnen de Britse unie,” hielden de opeenvolgende Britse regeringen hen eeuwenlang voor. De Schotten dacht er het hunne van, en toen de kersverse Labourregering van Tony Blair hen in 1997 een referendum over autonomie beloofde, stemde 74 procent “ja”. In 2007 konden de nationalisten al hun eerste (minderheids)regering vormen, onder leiding van de bevlogen en vlijmscherpe strateeg Alex Salmond. Bij de parlementsverkiezingen van vorig jaar haalden ze zelfs een absolute meerderheid: 69 van de 129 zetels.

Het was bij die eerste overwinning van 2007 al duidelijk dat de SNP werk wou maken van een referendum over onafhankelijkheid, tenminste toch op middellange termijn. Salmond en de zijnen waren er zich ten volle van bewust dat een nationalistische meerderheid in het parlement niet per se betekent dat een meerderheid van de bevolking ook voorstander is van een onafhankelijk Schotland. De meeste opiniepeilingen wijzen er zelfs op dat dat manifest niet het geval is. Daarom dat de Britse premier Cameron er alles aan doet om het referendum zo vroeg mogelijk te houden. Daarom dat de Schotse premier Salmond er alles aan doet om het referendum uit te stellen tot hij met een grootscheepse campagne de Schotten van zijn gelijk kan overtuigen.

Eigen weg

Als Salmond daarin slaagt, en de Schotten kiezen ervoor hun eigen weg te gaan, dan zullen ongetwijfeld jarenlange onderhandelingen volgen: wat moet er gebeuren met de inkomsten van de Noordzeeolie? Hoe wordt de (torenhoge) Britse staatsschuld verdeeld? Wat gebeurt er met de Britse atoomonderzeeërs die een onderkomen hebben in de diepe Schotse lochs? Kan Schotland lid blijven van de Europese Unie, of zal het opnieuw moeten solliciteren? En stel dat het lid kan blijven, treden de Schotten dan toe tot de eurozone of niet?

Wat de uitkomst ook moge zijn, zowel de Schotse als de Britse politieke partijen zullen nu verplicht zijn, eindelijk, hun positie te bepalen. De Conservatieve en Liberaal-Democratische regeringspartijen en Labour zullen nu eens duidelijk moeten uitleggen waarom de unie Schotland ten goede komt. Tot nu toe hebben ze dat nagelaten, wat meteen een van de redenen is waarom hun gedachtegoed in het noorden nauwelijks nog aanslaat. En de SNP zal duidelijk moeten uitleggen waarom de unie niet meer werkt (waarvan veel Schotten niet in het minst overtuigd zijn) en waarom onafhankelijkheid de oplossing is.

Ivan Ollevier volgt op de buitenlandredactie van de VRT-nieuwsdienst Groot-Brittannië

@Allen reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees de gewijzigde regels - mod