deredactie.be - ANALYSE

Arbeiders en bedienden, één front?

02 / 02 / 2013

De arbeider ging – Juul Kabasgewijs - naar zijn werk in een overall, met in zijn rugzak boterhammen en een thermosfles koffie. Een bediende heeft een net pak aan met een das. Dat is zowat het stereotiepe beeld van arbeiders versus bedienden dat we nu alleen nog maar kennen van stripverhalen en cartoons. In de Angelsaksische landen kent men trouwens het onderscheid ook: men spreekt er van white collar workers en blue collar workers. Zij die met een wit hemd gaan werken, de bedienden dus, en zij die een blauwe kraag hebben of een overall.

Kunstmatig onderscheid

‘Het onderscheid arbeiders-bedienden is een relict uit het begin van vorige eeuw’ zegt prof. Marc De Vos van de denktank Itinera en van de UGent. Het beantwoordt niet meer aan de hedendaagse arbeidsverhoudingen. Bovendien is het discriminerend, stelde het Grondwettelijk Hof in een arrest twee jaar gelden: op een heel aantal punten zijn arbeiders minder goed af dan bedienden.

Meest opvallend is dat onderscheid als het gaat over de opzegtermijnen. Bij arbeiders liggen die heel wat lager dan bij bedienden. En dan is er nog eens een onderscheid tussen lagere bedienden en hogere: boven een bepaalde inkomensgrens, nu ongeveer 32.000 € per jaar, gelden langere opzegtermijnen dan bij diegenen die onder die grens zitten.

De filosofie daarachter is dat mensen in de hogere inkomenscategorieën meer moeite hebben om na ontslag in een redelijke periode een job van een gelijkaardig niveau met een gelijkaardig inkomen te vinden. Nu is die inkomensgrens van 32.000 € ook weer niet zo ontzettend hoog dat alleen zeer hooggeschoolden of mensen met bijzondere talenten daar boven zouden zitten maar dat is weer een andere discussie.

Hommeles in vakbondskringen

Vaststellen dat er discriminatie is, is één ding. Die discriminatie wegwerken is iets compleet anders. De sociale partners, vakbonden en werkgevers dus, zijn er nog niet in geslaagd om in de buurt van een akkoord te komen. En de deadline van 8 juli nadert.

De socialistische bediendenbond BBTK gaat vanaf volgende week een sensibiliseringsactie beginnen rond het probleem. Ze hebben een voorstel dat erop neerkomt het onderscheid weg te werken, zodat de arbeiders ook in het systeem vallen van de opzegtermijnen van de lagere bedienden, dus die beneden de inkomengrens.

In de praktijk komt dat erop neer dat ook arbeiders een opzegtermijn krijgen van drie maand per vijf gewerkte jaren. Nu bedraagt de maximum-opzeggingstermijn voor arbeiders 129 dagen, of een goeie vier maand. Onafhankelijk van hoelang je hebt gewerkt. Het voorstel om ze in de regeling voor de lagere bedienden onder te brengen is dus een verbetering.

Maar de metaalcentrale van het ABVV spreekt van een nieuwe discriminatie: arbeiders worden dan ‘lagere’ bedienden en dat kan niet, vindt ABVV-metaal. Ze gingen van de week protesteren bij minister van werk Monica De Coninck. Hommeles in de rode vakbond dus.

Akkoord onhaalbaar?

Dat is alvast geen goed voorteken voor de onderhandelingen. Als er in de schoot van één vakbond al zo’n onenigheid is, wat moet dit dan worden als de werkgevers mee aan tafel schuiven. Werkgevers die toch al vinden dat de gelijkschakeling van arbeiders met bedienden onbetaalbaar wordt voor de bedijven. Met het risico dat er minder zal worden aangeworven en dus een nog hogere werkloosheid, zeker bij jongeren.

Deskundigen in het arbeidsrecht vrezen dat een akkoord tegen 8 juli onhaalbaar is. En dan dreigt de chaos: ontslagen arbeiders kunnen dan naar de rechtbank stappen en eisen stellen. Ze kunnen zich dan beroepen op het Grondwettelijk Hof. Op die manier zou de discriminatie ongedaan worden gemaakt door de rechtspraak.

Wachten op regering

Vraag is wat de regering zal doen. Weldra beginnen de driepartijen-onderhandelingen met vakbonden, werkgevers en regering. Naar alle verwachting zal, bij gebrek aan akkoord, de regering de knoop doorhakken. Het worden nog spannende weken.

Guy Janssens

(De auteur is presentator en eindredacteur van De Vrije Markt.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

De Koerdisch-Turkse kwestie

01 / 02 / 2013

 

Het was weer even geleden, maar plots kwam het weer bovendrijven: rellen tussen Turken en Koerden, dit keer in Genk. Het begon met een brandbom in het lokaal van het Koerdische culturele centrum in Genk. Als reactie daarop kwam er een Koerdische betoging waar er gevochten werd tussen Turken en Koerden, een Turkse vlag werd in brand gestoken, met als gevolg enkele dagen later, een steekpartij tussen Turkse en Koerdische jongeren aan een school in Genk.

Turken en Koerden, de spanning weer lijkt toe te nemen. Bij ons, met rellen in Nederland, een driedubbele moord in Parijs en spanning met de Koerden in noord-Irak.
Wat is er aan de hand?

Achtergrond

De strijd tussen Turken en Koerden woedt al sinds 1984 . Toen begon de gewapende strijd van de Koerdische Arbeiderspartij PKK voor een onafhankelijk Koerdistan in Oost-Turkije (en Noord-Irak, een deel van Syrië en Iran). De PKK bestond toen 6 jaar, na de oprichting in 1978 door Abdullah Öcalan. Sommige Koerden hebben intussen hun doel bijgesteld: als een onafhankelijke staat (voorlopig) niet haalbaar is, zijn ze bereid genoegen te nemen met meer politieke en culturele rechten voor de Koerden en beperkte autonomie in zuidoost-Turkije. Maar wat de beste strategie is, zorgt voor onenigheid tussen de Koerden onderling. In het hele Midden-Oosten leven zo’n 25 tot 30 miljoen Koerden, ze worden wel vaker beschreven als ’s werelds grootste natie zonder staat. In Turkije maken ze een kleine 20% uit van de bevolking.

Onderhandelingen

Probleem is dat de PKK voor Turkije, de Verenigde Staten, de Europese Unie en de Navo nog altijd een terroristische organisatie is. De groep heeft duizenden strijders, vooral in het bergachtige gebied van zuidoost-Turkije en Noord-Irak en levert een strijd die al zo’n 40.000 levens heeft geëist. En toch onderhandelt Erdogan met de Koerden, zij het niet erg publiekelijk. Moeilijk is het niet om die gesprekken af te schermen, want er wordt vooral gepraat met de symbolische, maar gevangen, leider Abdullah Öcalan. Volgens sommige bronnen zou er stevig gewerkt worden aan een akkoord om een einde te maken aan het conflict dat nu al bijna 30 jaar duurt. Als er al een akkoord komt, zullen vermoedelijk duizenden politieke gevangenen vrijgelaten worden, in ruil voor meer culturele en politieke rechten voor de Koerden en beperkte autonomie.

Leider Öcalan

Abdullah Öcalan zit al sinds 1999 in een Turkse cel. Iets na zijn arrestatie werd hij in Turkije ter dood veroordeeld, maar die straf is omgezet in levenslang toen Turkije - ondermeer onder druk van de Europese Unie - de doodstraf afschafte. Vorig jaar zijn andere PKK-leden in de gevangenis - Öcalan zit in de cel in de zwaarbewaakte gevangenis op het Imrali-eiland bij Istanbul - in hongerstaking gegaan uit protest tegen de manier waarop Öcalan behandeld wordt. Hij zou vaak afgezonderd zitten en onvoldoende toegang krijgen tot advocaten. Volgens sommigen heeft die actie de Turkse regering mee overtuigd om te gaan praten met de PKK. Al lijkt me dat er meer nodig is om indruk te maken op de Turkse regering.

Strijd flakkert op

Toch is er het voorbije anderhalf jaar weer zwaar strijd geleverd tussen de PKK en het Turkse leger. Sinds de herverkiezing van de Turkse premier Tayyip Erdogan in juni 2011, zijn meer dan 800 mensen gedood. Daarmee is dat meteen de dodelijkste periode sinds de arrestatie van leider Öcalan in 1999. De PKK heeft militaire controleposten en konvooien aangevallen, beschietingen uitgevoerd en burgers ontvoerd. Het Turkse leger heeft de PKK aangevallen in het bergachtige gebied en veel verdachte aanhangers van de beweging gearresteerd. Turkije slaat en zalft. De politiek ten aanzien van de Koerden is al vaker contradictorisch geweest, mede door de regionale spanningen die spelen.

Koerden, Irak, Iran & Syrië

De PKK krijgt steun uit Iran en Syrië en dat staat lijnrecht tegenover de steun van Turkije voor Syrische rebellen die strijden tegen het regime in Damascas. Tegelijkertijd heeft Turkije een overeenkomst gesloten met de Koerden in noord-Irak want die zijn tegen de regering in Bagdad, die de steun krijgt van Iran. Maar hoe dan ook zou Turkije groot voordeel hebben bij een akkoord met de PKK. Niet alleen zou er een einde komen aan een bloedige en dure oorlog in het zuidoosten van Turkije, Turkije zou ook als ‘voorbeeld’ dienen van diplomatiek onderhandelaar in de regio, een label dat Erdogan duidelijk nastreeft: hij wil de invloedrijkste speler in de regio zijn. Invloed die ook voor de Koerden van belang kan zijn. Want Turkije zou dan regionale autonomie kunnen ondersteunen voor de Koerden in Syrië, Irak, oost-Turkije en Iran.

Export conflict

Met al die belangen allerhande, is het geen wonder dat het Turks-Koerdische probleem geëxporteerd wordt naar andere landen. Ook naar landen met belangrijke en minder belangrijke gemeenschappen Koerden en Turken. Zoals België, Nederland, Duitsland, Frankrijk… Het lijkt een overeenkomst met het Palestijnse conflict, nog een volk dat geen eigen staat heeft. Is het om die reden dat het conflict overal ter wereld wordt uitgevochten, een brandbom in Genk, een driedubbele moordpartij in Parijs, rellen in Amsterdam.

Wie gaat dan de strijd aan bij die buitenlandse conflicten? Iedereen wijst naar elkaar, en bijna nooit lukt het om de juiste dader aan te wijzen. In Genk wijzen de Koerden naar de Turken, naar extreem-rechtse Turkse met banden met de Grijze Wolven. De Turken spreken steevast over een interne Koerdische strijd.

Driedubbele moord in Parijs

Dat was ook zo bij de driedubbele moord op drie Koerdische vrouwen in Parijs vorige maand. De drie activisten werden in een gebouw van de Koerdische PKK doodgeschoten. Eén van hen was Sakine Cansiz die samen met Öcalan de PKK heeft opgericht. Ze stond altijd dicht bij hem en bleef hem altijd trouw. Volgens Turkije is ze vermoord door Koerden die tegen de onderhandelingen zijn die Erdogan voert met Öcalan en geeft de moord een duidelijke boodschap hierover. Veel Koerden zien Öcalan nog altijd als de grote, iconische leider van de Koerden. Maar er is ook een belangrijke groep die vreest dat Öcalan de eisen van de Koerden naar Turkije toe te sterk zal afzwakken – geen eigen staat of verregaande autonomie - in ruil voor verbetering van zijn eigen leefomstandigheden in de cel. Vraag is dan ook – als de onderhandelingen al lukken – of de hardliners binnen de Koerdische afscheidingsbeweging effectief de wapens zullen neerleggen.

Now is the time

Met de regimes in Irak en Syrië die niet bepaald stevig in het zadel zitten en de aanhoudende strijd tussen sji’ieten en soennieten in het Midden-Oosten, zijn er plots kansen voor de Koerden want de kaarten op alle Midden-Oosterse tafels worden stevig herschud. Turkije heeft te winnen met een snel akkoord, zeker met het oog op de lokale en presidentsverkiezingen van volgend jaar.

Maar dat vraagt ook interne eensgezindheid binnen de Koerdische gemeenschap. De komende maanden en jaren kunnen erg bepalend zijn.

Inge Vrancken

(De auteur is buitenlandverslaggever bij VRT Nieuws, gespecialiseerd in het Midden-Oosten.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Grijze Coburgs en warm Oranje

31 / 01 / 2013

Hoe zou het toch komen dat die broodnuchtere Nederlanders elk jaar weer massaal uit de bol gaan op Koninginnedag? De beelden van geheel in oranje gehulde mensen die luid zingend over de straat hossen, zijn genoegzaam bekend. Overigens, ook in andere noordelijke monarchieën, waarvan gezegd wordt dat koelheid en reserve er tot de volksaard behoren, zijn de mensen dolenthousiast als ze ook maar een glimp van hun monarch opvangen. Ik zie het bij ons nog niet meteen gebeuren.

De kracht van kleur

In het beste geval worden wat schoolkinderen gevorderd, van vlaggetjes voorzien en achter dranghekken geposteerd. Voeg daarbij enkele tientallen licht ontvlambare dames van middelbare leeftijd en een bloemenmeisje, en het decor voor de koninklijke ontvangst is gezet. Van echte spontane vreugdetaferelen is er geen sprake. Nog voor de limousines uit het zicht verdwenen zijn, heeft het gewone leven alweer zijn gewone gang hernomen.

Wat hebben die Oranjes wat onze Coburgers missen? De naam van het Huis is al meteen een begin van verklaring. Oranje is een kleur, een secundaire weliswaar, want een mengeling van rood en geel, op zich twee diepe, warme tinten. Oranje komt van naranga, in het Oud-Indisch al de benaming van de sinaasappelboom. De appels die daaraan groeien, hebben veel zon gezien en geven een stukje van die hemelse warmte af aan diegene die ze opeet.

Wil ik daarmee zeggen dat alle leden van het Huis van Oranje van nature goedgunstig en jolig zijn en hun medemensen welgezind maken? Geenszins, maar zoals we allemaal weten is perceptie tegenwoordig alles. Een oranje, daar kan je je aan warmen.

De zwakte van grijs

Er is zo niet meteen een kleur dat ik kan associëren met onze Coburgers, of het zouden 49 tinten grijs moeten zijn. Het geslacht “van België – de Belgique” is in menig opzicht kleurloos. Eén telg wil wel eens uit de band springen, maar dat werd tot op heden altijd meteen afgestraft. De dreiging om recalcitrante prinsen op droog zaad te zetten, helpt altijd.

De Nederlandse monarchie is amper ouder dan de Belgische. Ze begon in 1806 toen Napoleon Bonaparte zijn broer Lodewijk Napoleon koning van Holland maakte. In 1813 werd ze voortgezet, toen Willem Frederik uit het huis Oranje-Nassau, de titel ‘soeverein vorst der Verenigde Nederlanden’ aannam. Dat betekent dat de dynastie der Oranjes dit jaar 200 jaar oud is, wat ongetwijfeld met veel pomp gevierd zal worden.

De kracht van vrouwen

Bij ons zitten sinds 1830 alleen mannen op de troon. In Nederland is het van Willem III (bijnaam Koning Gorilla) geleden dat er nog een man de kroon droeg. Zouden matriarchen het volk welwillender stemmen? Zou het volk hen meer en sneller vergeven? Misschien. Alhoewel. Koningin-regentes Emma en de vorstinnen Wilhelmina, Juliana en Beatrix waren sterke persoonlijkheden en echt geen doetjes. En nu al voelt iedere Nederlander op zijn klompen dat Maxima haar man in de schaduw zal stellen. Neen, het is niet de vrouwelijke toets die het oranjegevoel aanwakkert.

Wat dan wel?

Om te beginnen is er de taal. De Oranjes spreken Nederlands en wie aantrouwt, beheerst het al snel zoals de anderen. Dat was trouwens het eerste advies van wijlen prins Bernhard aan Maxima : spreek zo snel en zo goed mogelijk Nederlands. Wat ze ook doet. De voertaal aan het Belgische hof is Frans en dat zal zo blijven.

Het Nederlands van de koningin laten we fatsoenshalve buiten beschouwing. Van ’s konings kinderen beheerst kroonprins Filip veruit het best onze taal; bij zijn zus en broer is het al veel minder. Mathilde doet erg haar best, maar het blijft vertaald Frans, geenszins te vergelijken met de soepele omgangstaal van Maxima. Gevoel voor nuances en gevatheid blijven ver te zoeken. Hopelijk zullen hun kinderen het beter doen, maar hun moedertaal is en blijft de taal van Molière.

De Vlamingen weten dat en halen in het beste geval de schouders op. Maar onderhuids knaagt dat, want “de taal is gans het volk”, en als de vorst de taal slecht spreekt, distantieert hij zich van zijn onderdanen.

Trapezewerk

Dan is er natuurlijk het feit dat de koning der Belgen heerst over een totaal gespleten land, met drie officiële talen, tweeënhalf gewesten, drie gemeenschappen, waar geen nationale politieke partijen meer bestaan, waar de media de wereld op een verschillende manier bekijken en uitleggen. Zelfs de wetten worden in noord en zuid verschillend geïnterpreteerd.

De vorst probeert heel die surrealistische janboel bijeen te houden, maar dat is schier onmogelijk. Hij moet er zich namelijk voor hoeden zich nooit te veel met een van de onderdelen van zijn rijk te vereenzelvigen. Dat is trapezewerk in de nok van het circus zonder vangnet. Die permanente kramp om alle partijen gunstig te stemmen is voelbaar aanwezig bij elke nationale gebeurtenis op het paleis, of in het kasteel van Laken. Scrupuleus worden de deelnemers van alle gemeenschappen en gewesten afgewogen.

Tristesse troef

Nauwlettend wordt toegezien dat toch niemand zich achtergesteld voelt. Op zich een nobel streven, maar wat krijg je dan? Een langgerekte poging tot belgitude die niemand echt bevredigt. En daartussen lopen onze gekroonde hoofden Belgisch te wezen.

Terwijl de Nederlandse royals vol overtuiging met wc-potten gooien en anderszins uit de bol gaan, nippen hun Belgische cousins profijtig aan een glaasje bubbels. Tristesse troef en niemand tevreden. Ach, ik benijd ze niet. Wat zeg ik ? Ik heb oprecht met ze te doen.

Jan Becaus

(De auteur is anchorman van het journaal en royalty-watcher.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Het Momentum

Het is me wel het weekje van de koningshuizen geweest. Er was de troonswisseling in Nederland, op een zakelijke manier aangekondigd door koningin Beatrix; en er waren de incidenten rond de Belgische koninklijke familie: de commotie rond de stichting Fons Pereos van koningin Fabiola, en de never ending story rond de dotaties van de koninklijke prinsen.

Een koningin-weduwe

De demarche van koningin Fabiola leidde tot algemene verontwaardiging in de politieke wereld. Meteen besliste de regering om één van de punten van het regeerakkoord- het verminderen van de dotatie van de koningin-weduwe tot onder het niveau van de dotatie van de kroonprins- versneld uit te voeren. Dat voorstel was het resultaat van een aantal hoorzittingen tijdens de vorige legislatuur door een senaatscommissie.

Die commissie stelde uiteindelijk een aantal richtlijnen op voor de dotaties van de leden van de koninklijke familie. Aan de civiele lijst van de koning, die in de grondwet staat, zou niets veranderen. Maar in de toekomst zouden alleen de kroonprins en de koningin-weduwe nog een dotatie krijgen. Andere leden van de koninklijke familie zouden voortaan zelf voor hun inkomen moeten zorgen, met als uitzondering prins Laurent en prinses Astrid die hun dotaties zouden behouden.

Een prins en prinses

Prinses Astrid liet deze week nog weten geen probleem te hebben met het eventuele verlies van haar dotatie. Wat meteen een schampere reactie van haar broer opleverde. ‘Als mijn zus zich dat kan permitteren, ben ik heel blij voor haar’, vertelde prins Laurent aan een journalist van de Waalse krantengroep Sudpresse. Het is duidelijk dat vooral prins Laurent rekent op zijn dotatie.

De dotaties van de twee jongste koningskinderen werden op verschillende tijdstippen in het leven geroepen. Die van Astrid kwam er eerst, nadat de Salische wet werd aangepast. De prinses werd toen de tweede in lijn voor de troonsopvolging. Het leidde tot tandengeknars bij Laurent die zich op dat moment nog moest behelpen met het geld van de stichting KINT. Uiteindelijk zou de paarse regering ervoor zorgen dat ook prins Laurent van een ‘echte’ dotatie kon genieten.

Maar zelfs met een dotatie maakt Laurent het geregeld bont: hij was ooit zijn plan de foto’s van zijn kinderen te ‘verkopen’, en probeerde tijdens reizen in het buitenland commerciële projecten op touw te zetten. Het leidde uiteindelijk tot een reprimande van premier Yves Leterme die een aantal voorwaarden koppelde aan de dotatie van de prins. Zo moet de prins vanaf dan de toestemming vragen aan de regering om buitenlandse dignitarissen te ontmoeten, en moet hij zijn reizen in het buitenland melden aan de minister van Buitenlandse Zaken.

Een kroonprins

De recente incidenten tussen de politiek en de koninklijke familie zijn dus geen uitzondering. Ze vormen eerder de regel. Ook prins Filip werd in het verleden al twee keer op de vingers getikt door de toenmalige premier, Guy Verhofstadt. Eén keer omdat hij een politieke uitspraak deed over de partij Vlaams Belang, en één keer omdat hij een manifest van de werkgeversorganisatie VBO ondertekende.

En dus klinken de woorden van de koning gisteren tijdens de toespraak voor de Gestelde Lichamen als de reprimande van een oude ‘pater familias’ die het stilaan beu is: ‘Als hoofd van de Koninklijke familie, kan ik niet verzwijgen dat de recente familiale gebeurtenissen, mij bedroefd hebben en mij een les in bescheidenheid hebben gegeven. De Koninklijke familie moet immers in alle omstandigheden een voorbeeld zijn.’

Een pater familias

Geeft de koning daarmee zelf de voorzet voor een mogelijke hervorming van de monarchie? Misschien moet de politieke wereld dan toch maar gebruik van dit momentum. Er is onder politici al lang sprake een ‘modernisering van de monarchie’.

Zij denken dan aan twee wijzigingen: door het aanpassen van de grondwet zou de koning een meer ceremoniële rol kunnen krijgen; en door het aanpassen van het gewoonterecht zou de koning geen rol meer spelen bij het vormen van een regering. Nederland is ons daarin voorgegaan: het parlement neemt er tegenwoordig het initiatief bij de regeringsvorming.

Voor alle duidelijkheid, de ideeën voor een meer ceremoniële rol van de koning zijn geen science fiction. De vorst speelt nu al geen rol meer bij het tot stand komen van de regionale regeringen, én hij ondertekent geen decreten en ordonnanties, de wetten van de verschillende deelstaten.

Een momentum

Toch aarzelen de Belgische politici elke keer om die aanpassingen door te voeren. Het klassieke argument bij de meesten onder hen –behalve bij N-VA of Vlaams Belang- is dat er onder de huidige koning nog altijd geen vuiltje aan de lucht is. Albert is een goedlachse koning die in zijn bonhommie de politiek geen strobreed in de weg zal leggen, dat is de redering. Maar, zo klinkt het steevast, er zouden wel eens spanningen kunnen ontstaan wanneer zijn troonsopvolger, prins Filip, koning zal worden. In dat geval zal de aandrang om de modernisering door te voeren groot worden.

De vraag is waarom de politici de kans niet grijpen om de hervormingen door te voeren. Wachten op een troonswisseling heeft weinig zin. Wie de emotionele golf heeft meegemaakt die het land heeft overspoeld bij het overlijden van koning Boudewijn in 1993, beseft dat zo’n moment niet geschikt is om te gaan morrelen aan de rol van het koningshuis. En ook een gepland aftreden van de koning zal geen geschikt momentum opleveren. Dat bewijst de situatie in Nederland. De toespraak van koningin Beatrix mag dan al zakelijk zijn geweest, het hele land reageerde emotioneel.

Als de politici van dit land er dan toch van overtuigd zijn dat het koningshuis moet evolueren naar een meer ceremoniële rol, dan moeten ze misschien de moed opbrengen om die wijzigingen nu aan te vatten. Om hun eigen argumenten te citeren: Albert is toch die goedlachse koning die in zijn bonhommie de politiek geen strobreed in de weg zal leggen. Misschien moeten ze nu maar gebruik maken van dit momentum. In het andere geval moeten ze de plannen voor een modernisering van de monarchie maar opbergen.

Ivan De Vadder

(De auteur is Wetstraatjournalist en medepresentator van De Zevende Dag.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Sierre en de zoektocht naar antwoorden

28 / 01 / 2013

 

Terwijl de eerste verjaardag, of hoe moet je zoiets noemen, van het busongeval in Sierre nadert, waarbij 22 kinderen en 6 volwassenen om het leven kwamen, steken ook weer de vele vragen de kop op. Tien maanden na die treurige dinsdagavond weten we nog altijd niet wat zich in die Zwitserse tunnel, om iets over negen uur ’s avonds, heeft afgespeeld. Procureur Elsig van het Zwitserse parket heeft in de zomer van vorig jaar al meegedeeld dat er geen enkel technisch mankement aan de oorzaak van het ongeval ligt. De bus is onderzocht door Zwitserse speurders, met medewerking van busbouwer Vanhool en de Aarschotse busfirma.

Menselijke factor

Verhalen over een knal die de kinderen hoorden toen de buschauffeur een DVD opzette, zijn nooit bevestigd. Zelfs het hardnekkige verhaal over de chauffeur die een dvd instak, is achteraf ontkend, wegens geen enkele aanwijzing.

Het onderzoek heeft ook uitgewezen dat de buschauffeur niet onder invloed van alcohol was.
Toch lijkt het onderzoek de richting uit te gaan van een menselijke factor aan de basis van het ongeval. Ik vermijd opzettelijk het woord ‘fout’. Tot op vandaag zijn er daar nog geen aanwijzingen voor.

Mogelijk / waarschijnlijk, de grens is dun…

Deze week geeft procureur Elsig een tussenstand inzake het onderzoek. Hij komt daarvoor niet naar Belgie. Elsig zal een mededeling sturen naar de parketten van Leuven en Hasselt, die op hun beurt de ouders inlichten en daarna krijgt de pers meer informatie. De werkwijze doet vermoeden dat er niet nieuwe informatie zal zijn..

Er is al veel gespeculeerd in dit dossier. Het is een voortdurend zoeken naar antwoorden. In de eerste plaats door de ouders die een kind hebben verloren. De onmacht en het bijhorende verdriet dat tien maanden geleden over hen viel, zal er niet minder op geworden zijn. We kunnen alleen maar raden door welke woestijn zij moeten gaan. Die lege kamer, die lege stoel aan de ontbijttafel, een rapport dat nooit is afgehaald. Intussen stil zijn en nederig het hoofd buigen voor zulk triest leed. En respect tonen voor hun zoektocht naar antwoorden op hun vele vragen.
In de hoop dat die er toch nog komen.

Resultaten van de autopsie

Het is nu wachten op de laatste resultaten van de autopsie die is gebeurd op het lichaam van de chauffeur. De speurders willen nagaan welke invloed de antidepressiva in zijn lichaam had op het rijgedrag.
En dat onderzoek neemt veel tijd in beslag. Heel veel tijd kan je je afvragen, maar tegelijkertijd moeten we begrip opbrengen voor de tijd die de Zwitsers nemen on het onderzoek te voeren in dit emotionele en gemediatiseerde dossier.
Dat -voorlopig- een minderheid van de ouders vindt dat de theorie rond de zelfdoding niet genoeg onderzocht is, is een aannemelijke theorie. Net zoals vele theorieën is de piste van de zelfdoding al eerder opgedoken.

Antidepressiva

Er zijn al veel studies gevoerd naar de relatie tussen het gebruik van antidepressiva en zelfdoding. Bijna 1 op de 10 Belgen slikt antidepressiva. Cijfers die eenvoudig op te vragen zijn bij het RIZIV.
Zijn al deze mensen potentiële zelfdoders? In het geval van Sierre is het een piste die onderzocht moet. Zoals alle pistes.

De chauffeur nam Seroxat, een antidepressivum dat volgens de Oslo University drie keer vaker tot suïcidale gedachten leidt dan andere middelen. Tegelijkertijd is het wereldwijd één van de meest verkochte antidepressiva. En het vergt, terecht, een diepgaand onderzoek. Omdat als het zo blijkt te zijn, het meteen ook de nodige vragen oproept voor de farmaceutische sector.

Maar soms bedenk ik me dat we de oorzaak van het ongeval misschien nooit gaan kennen. We moeten daar rekening mee houden en dus hoop ik oprecht dat ik me vergis. Maar het knaagt. In de eerste plaats voor de ouders, familie en vrienden van de slachtoffers.
En daar moeten we alle begrip voor hebben, en tegelijkertijd de noodzakelijke terughoudendheid aan de dag leggen.

En hopen op antwoorden.

Tim Verheyden

(De auteur is journalist bij VRT Nieuws.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Een aflopend verhaal

26 / 01 / 2013

We schrijven begin 1980. We zitten midden in de tweede oliecrisis. De Europese industrie ligt op apegapen: staal is een basissector. België heeft zijn industriële rijkdom gebouwd op steenkool en staal. De fundamenten van de Europese Unie werden gelegd met de EGKS, de Europese Gemeeschap voor kolen en staal. Steenkool had een decennium eerder al een staatsbegrafenis gekregen. Nu was het de beurt aan staal. Begin jaren tachtig zat de Europese staalsector in slechte, ja zelfs zéér slechte papieren.

Niet alleen België, ook Duitsland, Frankrijk, Luxemburg, Nederland, Spanje zaten met een geweldige overproduktie aan staal. Iedereen probeerde de massale tewerkstelling in die fabrieken overeind te houden, dus bleven ze allemaal draaien. De verliezen werden gedekt door de belastingbetaler. Sommigen, Albert Frère om maar iemand te noemen, hadden de bui zien hangen. Frère verkocht zijn staalactiviteiten begin jaren tachtig, in volle crisis dus, aan de Belgische staat. Frère-Bourgeois, vroeger de naam van zijn staalfabriek, is nu een financiële holding.

Bodemloos vat

Al die staalfabrieken moesten hun producten op één of andere manier verkocht krijgen. Vaak kon dat zelfs niet aan de straatstenen. Dus werden de prijzen gedumpt bij het leven: meer produceren dan er kon verkocht worden en dan verkopen met verlies, waarbij de staat die verliezen moest dekken, dat kon niet blijven duren.

Dus werd er ingegepen vanuit Europa. In het Berlaymontgebouw, het hoofkwartier van de Europese Commissie, troonde hoog op de dertiende verdieping een zekere Etienne ‘Steve’ Davignon, die als Europees Commissaris het industriëel beleid onder zich had. De ingreep was radicaal: de lidstaten mochten hun noodlijdende staalindustrie gedurende een beperkte periode blijven steunen. Maar dan alleen als ze hun produktiecapaciteit drastisch afbouwden. In mensentaal: er moesten fabrieken sluiten en duizenden arbeiders afvloeien. In de overgangsperiode werden er productiequota en minimumprijzen opgelegd om de markt weer gezond te maken. Dat kon krachtens het EGKS-verdrag, dat de Europese Commissie volmachten gaf om de sector te reguleren.

Nieuwe technieken

Er speelde nog iets anders: de technologische evolutie eiste andere en nieuwere staalprodukten. Met meer toegevoegde waarde ook. Staal voor auto’s moest dunner en lichter. Oude produkten als betonijzer en dergelijke waren te simpel en daarvan was de overproduktie te hoog. Tegelijk raakten ook de zeer arbeidsintensieve staalfabrieken gedateerd: nieuwe produktiemethodes eisten, zoals overal elders, steeds minder handarbeiders op de fabrieksvloer.

Met de aantrekkende conjuctuur eind jaren tachtig werd het ook in de staalsector rustiger. Maar een nieuwe recessie in het begin van de jaren negentig maakte nieuwe slachtoffers. Usines Gustave Boël, Forges de Clabecq, allemaal ronkende namen uit het verleden die werden overgenomen door grotere groepen om dan nadien soms toch nog op de fles te gaan. Dit keer gingen de grote Europese staalgroepen als Arcelor, Hoogovens, Arbed en co zoeken naar ovenames en fusies. Tot sommige van die groten de handdoek in de ring gooiden en de boel de boel lieten. De (voorlopige) redding kwam halverwege de jaren tweeduizend in de persoon van ene Lakshmi Mittal. Hij streek eerst in Frankrijk neer waar hij Arcelor overnam om de groep Arcelor-Mittal op te richten die meteen de grootste staalgroep van de wereld werd. Ook de staalfabrieken bij Luik kwamen in die groep terecht. De grootste staalgroep ter wereld schuift met fabrieken wereldwijd als pionnen op een schaakbord. De zaken zagen er al niet rooskleurig uit toen de twee Luikse hoogovens werden gesloten en er enkel de ‘koude’ lijnen overbleven. Daarvan gaat nu dus meer dan de helft dicht.

Dat er ook in de toekomst nog staal zal nodig zijn voor de produktie van auto’s, wasmachines, verwarmingsketels en ga zo maar door staat buiten kijf. Hoeveel en welk staal dat zal zijn hangt af van verdere technologische evoluties en de toestand van de economie. Die is op ’t moment niet zo rooskleurig. Wèl zeker is dat de rol van het staal als factor van economische groei in Wallonië al lang is uitgespeeld.

Nationalisatie is geen oplossing

De eis van sommigen om de met sluiting bedreigde staalfabrieken van Arcelor-Mittal dan maar door de staat, de federale of Waalse te laten overnemen is een heilloze piste. Dat een Belgische of Waalse overheid plots opnieuw ondernemer zou worden, en dan nog wel in een competitieve wereldmarkt, is uitgesloten. De tijd van Jean Gandois als door de Belgische overheid aangestelde staalmanager ligt al een tijdje achter ons. En overnemen om dan de verliesputten te dempen zou door de Europa snel worden teruggefloten, zo er al iemand binnen de regering aan zou denken om op die manier de staatsschuld nog te verhogen. Rest nog de mogeljkheid om een overnemer te vinden. Al is dit vooruitzicht, gezien de nog altijd voortdurende economische slapte, niet erg voor de hand liggend.

Guy Janssens

(De auteur is presentator en eindredacteur van De Vrije Markt.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

CD&V: is het glas halfvol of halfleeg?

25 / 01 / 2013

Het zal gezellig zijn zaterdag in de Brabanthal in Leuven tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van de CD&V. Een mooi moment om alle zorgen en twijfels te vergeten en hoopvol naar de toekomst te kijken. Vooral voor militanten die eens een glaasje kunnen klinken en een babbeltje slaan met hun kopstukken. Ze krijgen, zoals elk jaar, eerst een beloftevolle toespraak van de voorzitter over de kracht en troeven van de partij. Maar bij dat glaasje, nadien, zal toch twijfel de kop opsteken: Is het glas wel echt halfvol?

Gouden tijden

Even bladeren in de klassiekers over de Belgische politieke geschiedenis volstaat. Els Witte, ex-VUB, schrijft over de CD&V, toen nog CVP: “Haar sterkte in Vlaanderen – gemiddeld 47,5% van het electoraat tussen 1846 en 1978 – verschafte haar een centrumpositie, waarmee steeds rekening moest worden gehouden”. Witte wijst daarmee op de keuze van de CVP om, na de sterke profilering als katholieke partij tijdens de Schoolstrijd en de Koningskwestie, ideologisch naar het politieke centrum op te schuiven, wat electoraal loonde. Ook wijlen professor Theo Luykx benadrukt de sterke electorale scores van de CVP en de macht die de partij daaruit puurde. Zijn boek stopt in 1977. De CVP had toen jarenlang de leidende rol in de Belgische politiek.

Het waren dus gouden tijden, maar sindsdien kalfde die leidende positie gestaag af. Er was ‘Zwarte zondag’ in 1981 – de partij zakt onder 30% - en tijdens de Paarse coalities van Guy Verhofstadt werd de partij naar de oppositiebanken gestuurd. Het was een zware slag. Yves Leterme kon het tij keren en de partij nam terug de leiding in de federale en Vlaamse regering.

Glas is halfvol?

Maar waar staat de partij nu, na de gemeenteraadsverkiezingen, en vooral wat zal ze waard zijn na de Vlaamse, federale en Europese verkiezingen in 2014? De zenuwen staan gespannen, ook al wordt dat zelden hardop gezegd. Het blijkt wel tijdens informele gesprekken en uit kleine reacties.

Na de gemeenteraadsverkiezingen was voorzitter Wouter Beke er als de kippen bij om op de website van de partij een triomfantelijk bericht te posten: “CD&V handhaaft zich als grootste partij”. Hij zal dat pleidooi allicht herhalen tijdens zijn nieuwjaarspeech en beklemtonen dat het glas half vol is. Want, zo besloot Beke: “In tegenstelling tot vele analyses, blijft de CD&V de grootste partij in Vlaanderen”. Groter dus dan de N-VA. De N-VA is het daar niet mee eens en verkondigt ook fier dat zij de grootste is.

Die slag om de grootste partij hangt af van de keuze van de cijfers. De CD&V beklemtoont het aantal gemeenteraadsleden. Met 2379 verkozenen is ze de grootste. De N-VA kijkt naar een ander cijfer om hetzelfde aan te tonen. In de provincieraden moest de CD&V haar koprol lossen. De N-VA haalde afgetekend het hoogste aantal kiezers. Welke cijfers je ook kiest, het is duidelijk dat de CD&V de hete adem van de N-VA in de nek voelt en dat de strijd om de grootste partij te zijn ook bij de verkiezingen van volgend jaar centraal zal staan.

Of halfleeg?

Vandaar de zenuwachtigheid en de vraag of het glas toch niet halfleeg is. Er is een zinnetje uit de politieke wetenschap dat de onrust voedt. De professoren Kris Deschouwer (VUB) en Johan Ackaert (U Hasselt) poneren dat de provincieraadsverkiezingen de “beste peiling” zijn voor de kiesintenties als er op dezelfde dag verkiezingen voor het federale of Vlaams parlement zouden zijn.

En dan is het glas inderdaad halfleeg want de CD&V riskeert haar positie als partij “waarmee steeds rekening moest worden gehouden” te verliezen: De CD&V strandt op 21% terwijl de N-VA afklopt op 28%. Volgens de gebruikelijke politieke logica kan de N-VA dan de functie van Vlaams minister-president claimen en heeft niet langer de CD&V, maar de N-VA, de leidende rol bij gesprekken met Franstalige partijen over de federale coalitievorming.

Maar uiteraard, een jaar is nog lang. De receptiegangers zullen tijdens de speech van Beke ook horen dat de regering Di Rupo goed werk levert en dat het harde labeur electoraal zal lonen. Beke verklaarde in interviews al meerdere keren dat de regering een huzarenwerk afleverde door de begroting in orde te brengen, want die inspanning is vergelijkbaar met de moeilijke saneringsoperatie van ex-boegbeeld Jean-Luc Dehaene. En hij gaat er ook prat op dat deze regering een langverwachte staatshervorming op het spoor zet en de oude Vlaamse eis om BHV te splitsen uitvoert. Ook dat zal allicht beklemtoond worden tijdens zijn speech.

Loon naar werk?

Maar er is nog een ander zinnetje uit de politieke wetenschap dat blijft hangen en een zware hypotheek legt op de strategie van de CD&V. In een opmerkelijke analyse in Knack vertelt emeritus professor Luc Huysse (KUL) dat “verkiezingen niet meer dienen om goed bestuur te lonen”. Dat bleek volgens hem onder meer tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Burgemeesters die goed scoorden bij peilingen over hun bestuur, moesten toch electoraal verlies incasseren, soms zwaar, zoals Patrick Janssens in Antwerpen, Louis Tobback in Leuven en Stefaan Declercq in Kortrijk. Huyse besluit dat verkiezingen vandaag “dienen om komaf te maken met wie geregeerd heeft”.

En dat is een weinig prettige gedachte tijdens de babbeltjes, na de toespraken, voor een partij die hoopt in 2014 een beloning te krijgen voor het goede bestuur van haar ministers in de Vlaamse en federale regeringen en zo haar leidende rol te herstellen.

Toch zal deze analyse de pret niet bederven zaterdag, want op zo’n politieke nieuwjaarsfeestjes komen mensen bij elkaar die hard werken voor hun partij en hun persoonlijke inzet willen delen met gelijkgezinden. Met een glaasje in de hand, halfvol of halfleeg.

Erik Wijnen

(De auteur is journalist bij VRT Nieuws online.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Blinde moordpartijen: meer dan wapens alleen

24 / 01 / 2013

Bij de wilde schietpartij in de school van het Amerikaanse Newtown is in de Verenigde Staten de discussie over het wapenbezit weer opgelaaid. Wat het grote nieuws niet haalde, verscheen in de New York Daily News en verdween daarna snel van de radar. Volgens de krant nam de dader, Adam Lanza, het antipsychoticum Fanapt. Fanapt is niet helemaal onbesproken. Eerst werd het geweerd door de Amerikaanse geneesmiddelencommissie wegens averechtse effecten: agressie, waanbeelden, paranoia, paniekaanvallen, depressie, verwarring en hartklachten. Daarna werd het toch goedgekeurd.

Extreme nevenwerkingen

Een aantal psychiaters waarschuwen al jaren voor de extreme nevenwerkingen en ontwenningsverschijnselen van geneesmiddelen tegen depressie en psychose. De Amerikaanse psychiater Peter Breggin zegt hierover: “Depressie was voor de komst van de nieuwe generatie van antidepressiva niet bloedig en moordlustig. Nu zien we steeds meer extreem moorddadig gedrag als gevolg van de nieuwe antidepressiva.”
Een paar -letterlijke- schoolvoorbeelden:

* De 18-jarige Jason Hoffman verwondde 5 leerlingen bij een schietpartij. Hij zat aan de antidepressiva Efexor en Celexa.
* TJ Solomon (15) uit Georgia verwondde 6 leerlingen en werd overmeesterd toen hij de loop van zijn geweer in zijn mond stak. Hij zat aan een coctail van antidepressiva, waaronder Elavil.
* De meest bekende schietpartij op school is misschien die van Columbine. De daders, Eric Harris(18) en Dylan Klebolt (17) schoten hun leraar en 12 klasgenoten dood. Daarna pleegden ze zelfmoord. Zij gebruikten het antidepressivum Luvox.

De burgerbeweging Citizens Commission on Human Rights International (Cchrint) spreekt van 31 schietpartijen op school waarbij de dader, of daders, psychofarmaca namen. In twee gevallen ging het om het middel Rilatine, een amfetamine tegen ADHD. In totaal vielen er bij die schietpartijen 72 doden en 162 gewonden. Over de andere schietpartijen op school zijn geen medische gegevens bekend, omdat ze niet werden vrijgegeven of omdat er geen onderzoek is gedaan naar het gebruik van geneesmiddelen. Cchrint is opgericht door psychiater op rust Thomas Szaz en noemt zich apolitiek en areligieus.

Zelfmoord bij minderjarigen

In Groot Brittannië werd in 2003 het antidepressivum Seroxat verboden voor jongeren onder 18 jaar omdat het aantal zelfmoorden en zelfverminkingen bij die groep was gestegen nadat het middel was toegelaten. En ook voor volwassenen bleek Seroxat niet helemaal veilig. In 2006 werd in de bijsluiter opgenomen dat Seroxat tot zelfmoordneigingen kan leiden.

Geweld bij volwassenen

Dat blijkt ook uit onderzoek bij een aantal gewelddaden van volwassenen, waar het motief -als er een is- niet in verhouding staat tot de omvang van de misdaad:

* Donald Schell (50) doodde om onbekende redenen zijn vrouw, dochter en kleinkind en pleegt daarna zelfmoord. Hij nam Paxil.
* Joe wesbecker (47) doodde 8 collega’s en verwondde er 12 bij een wilde schietpartij, daarna pleegde hij zelfmoord. Hij was pas gestopt met Prozac.
* Robert Stewart (47) doodde 8 mensen in een verzorgingsinstelling. Hij kon zich niets meer van het voorval herinneren. Hij nam een combinatie van het antidepressivum Lexapro en de kalmeermiddelen Xanax en Ambien.
*Scott Dekraai (42) schoot in een kapsalon zijn ex en 8 andere klanten neer. Hij nam het antidepressivum Trazodone en het kalmeermiddel Topamax.

Ook bij vrouwen zien we een vergelijkbaar patroon. De Amerikaanse arts Ann Blake Tracey trok 32 gevallen na van moeders die zelfmoord pleegden nadat ze hun kinderen hadden gedood. In 24 gevallen ging het om gebruikers van antidepressiva.

Bezwarende informatie

Volgens de Ierse professor in de psychologische geneeskunde, David Healy, van de universiteit van Cardiff, maken antidepressiva jaarlijks duizenden slachtoffers. Uit het klinisch onderzoek blijkt dat 1 op de 100 proefpersonen zichzelf verminkte na het nemen van een antidepressivum. Een op de 1000 pleegde zelfmoord. Dat kan weinig lijken, zegt ie, maar niet als tientallen miljoenen die middelen nemen.
Zowel Healy als Breggin zeggen dat farmaceutische bedrijven bezwarende informatie over de klinische onderzoeken hebben achter gehouden en dat ze onderzoeksresultaten hebben gemanipuleerd .Zij wijzen, samen met ander wetenschappers, op de gevaren van psychofarmaca: zelfmoordneigingen, agressie, psychose, radeloosheid, waanbeelden.

Verlies van controle

Een typisch voorbeeld van een neveneffect van psychofarmaca is “acathisie“: Niet kunnen stilzitten, “rusteloze benen”, soms gaat het gepaard met een ondraaglijke woede, met zelfmoordneigingen, met ondraaglijke wanen en vervreemding.
Andere neveneffecten zijn hersenbeschadiging, stuipen, vroegtijdige dementie, moordlust..
Kortom een compleet verlies van controle zowel op fysiek als emotioneel vlak.
De Amerikaanse psychiater Grace Jackson schrijft in haar boek “Rethinking Psychiatric Drugs” dat er naast chemotherapie niets giftiger op de markt is dan antipsychotica.

Petitie

Ondertussen is Cchrint gestart met een petitie voor een federaal onderzoek naar het verband tussen zinloos geweld, schietpartijen op school en het gebruik van psychofarma. “We suggereren niet dat psychiatrische geneesmiddelen de enige of belangrijkste factor zijn bij massamoorden. Maar er zijn 22 internationale waarschuwingen over de schadelijke impact van die middelen. We geloven dat er genoeg bewijzen zijn voor een onderzoek van het medisch verleden van de dader en, indien nodig, een autopsie”.
Verder is nog te lezen op de site: “the mainstream media has failed to write about it or to investigate it.”

En bij ons?

Bij ons kan je wellicht ook die vraag stellen bij extreme gewelddaden gezien het stijgend gebruik van psychofarmaca.
Kim De Gelder, Geneviève Lhermitte (die haar 5 kinderen doodde en daarna zelfmoord poogde te plegen), zaten ze ergens aan?
De Gelder had een psychiatrisch verleden, Lhermitte kampte met een depressie.. Je kan vermoedens hebben, maar daar houdt het bij op. Maar misschien komt de eis van de Amerikaanse burgerbeweging wel overgewaaid naar onze contreien. Zoals destijds de trend van het massaal voorschrijven van psychofarmaca.

Ben Van Heukelom

(De auteur is journalist bij VRT Nieuws.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Belofte maakt schuld

 

Laten we niet rond de pot draaien. Jan Briers, de voorgedragen kandidaat voor de job van gouverneur van Oost-Vlaanderen, mag dan geen partijkaart hebben, hij geniet (binnenkort) wel van een politieke benoeming. Hoe anders kun je het resultaat van een procedure noemen waarbij één kandidaat door één partij wordt voorgedragen, waarna die kandidatuur wordt goedgekeurd door de 3 meerderheidspartijen op het Vlaamse niveau, op basis van een politiek akkoord tussen die drie partijen?
Bestaat er dan een andere naam voor dit soort benoemingen?

Ergernis

De ergernis van CD&V-parlementslid Eric Van Rompuy gisteren in het Vlaamse parlement maakt duidelijk wat er aan de hand is. Van Rompuy wierp de N-VA voor de voeten: ‘Met welke vermeende superioriteit zegt u dat Jan Briers niet partijpolitiek gebonden is?’. Hij voegde eraan toe: ‘Dat moreel superieure toontje pik ik niet meer’. De N-VA heeft duidelijk een gevoelige snaar geraakt door een partijloze kandidaat naar voren te schuiven, waardoor de traditionele partijen ( oppositiepartij Open VLD op kop) overkomen als ‘postjespakkers’.

Strategie

De strategie van de N-VA werkt perfect. De partij profileert zich als een anti-establishmentpartij. En wie de recente politieke geschiedenis van Vlaanderen kent, weet dat dit een electoraal erg lonende positie is. Het merkwaardige (en ironische) is dat de N-VA zich in die ‘maagdelijke’ positie nestelt door te doen wat alle partijen doen: een kandidaat naar voren dragen voor een benoeming, op basis van een politiek akkoord.

Het verklaart de woede van Open Vld een oppositiepartij in Vlaanderen, maar een regeringspartij op het federale niveau). Open Vld-voorzitster Gwendolyn Rutten maakte er een punt van om de N-VA-strategie ‘te ontmaskeren’. Met de moed der wanhoop, en in het besef dat de strijd op voorhand verloren is, maar de nieuwe liberale voorzitster wil strijdende ten onder gaan.

Overleg

De liberalen krijgen intussen wel de steun van de andere traditionele partijen. Al is het een moeilijk dossier voor socialisten en christendemocraten. In de Vlaamse regering gaan ze akkoord met de voordracht van Jan Briers; op het federale niveau pleiten ze –in navolging van Open Vld- voor meer overleg. In de kranten zijn er verder de anonieme reacties van socialisten, naast de mening van Louis Tobback die de houding van de N-VA veroordeelt. En naast de uitval van Eric Van Rompuy, is er CD&V-vicepremier Steven Vanackere die bevestigt dat overleg tussen de Vlaamse en de federale regering misschien handig ware geweest. ‘Als ik instemming van een ander nodig heb, ga ik daar toch even mee praten’, zei hij woensdag in De Ochtend.

Staatshervorming

Dat pleidooi voor overleg over de benoeming van gouverneurs is eigenlijk het gevolg van de staatshervorming. Die heeft asymmetrisch samengestelde regeringen mogelijk gemaakt, die op hun beurt verklaren waarom er nu wel discussie ontstaat over de procedure van de benoeming van de gouverneur. Die procedure bepaalt dat een gouverneur door de Vlaamse regering wordt aangeduid, na eensluidend advies van de federale regering. Dat eensluidende advies was lange tijd een formaliteit, maar nu krijgt een oppositiepartij op het Vlaamse niveau (uitgesloten van het politieke akkoord dat de politieke benoemingen regelde) een voet tussen de deur omdat ze deel uitmaakt van de federale regering.

Transparantie

Het hele gekissebis –helaas geen fraai schouwspel- heeft gelukkig één voordeel. Van de commotie rond de benoeming wordt nu gebruik gemaakt om te pleiten voor een nieuwe, meer transparante procedure bij politieke benoemingen. Het besef groeit dat transparantie een noodzakelijk goed is in de politieke besluitvorming en de communicatie errond.

Vandaar dat minister-president Kris Peeters –in een poging om de kwestie ‘Jan Briers’ te deblokkeren- gisteren ook een poging deed om een nieuwe procedure voor te stellen: ofwel wordt de gouverneur in de toekomst aangeduid door de meerderheid in de provincieraad, en dus benoemd voor de tijd van de legislatuur, zes jaar lang; ofwel komen er hoorzittingen, naar Europees model, om te kijken hoe zwaar een kandidaat weegt, en of hij of zij in staat is de job uit te voeren.

Hoorzitting

Als dergelijke hoorzittingen grondig worden uitgevoerd, zijn ze een stevige test. Zo gaf Europees Commissaris De Gucht ooit toe dat hij zo’n hoorzitting ‘best een zware opgave’ vond. ‘Vooral het hoge ritme, de veelheid aan talen en het grotendeels Engelse jargon maakten het een helse klus om drie uur vol te houden’, zei De Gucht destijds op Radio 1. Bovendien hebben de hoorzittingen hebben hun degelijkheid bewezen. Verschillende kandidaat-commissarissen zijn al door het parlement ‘tegengehouden’.

Ik hoop dus deze Europese ‘best practice’ ook in Vlaanderen wordt ingevoerd. Het zou betekenen dat een ‘politieke benoeming’ –want er blijft een voordracht van de Vlaamse regering noodzakelijk- door het parlement kan beoordeeld worden. De eerste keer dat het zou kunnen worden toegepast, is in 2018 als Jan Briers ( ja, hij is inderdaad de eerste gouverneur die op pensioen zal gaan) vertrekt.

Federaal

En als het voorbeeld aanslaat, mag de federale regering ook zijn eigen regeerakkoord opnieuw lezen. Daarin staat letterlijk dat ook de federale regeringsleden ‘binnen de zes weken na de eerste vergadering van de Kamer na hun benoeming door de Koning, voor de bevoegde Kamercommissie hun visie toe op de uitdagingen in hun beleidsdomein en de manier waarop ze deze uitdagingen zullen aanpakken.’

Het is de belofte uit het federale regeerakkoord die het snelst aan de kant is geschoven. Ze bleef dode letter op het moment dat de nieuwe regeringsleden aantraden. Ik hoop dat het de Vlaamse regering wel menens is.

Ivan De Vadder

(De auteur is Wetstraatjournalist en medepresentator van De Zevende Dag.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u instemt met de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod.

Het belang van Abraham Lincoln

23 / 01 / 2013

“Wat heb je aan het ware noorden als je geen rekening houdt met obstakels, moerassen en woestijnen?”, vraagt Abraham Lincoln zich af in de nieuwste film ‘Lincoln’ van Steven Spielberg. Abraham Lincoln als het prototype van de realpoliticus. Het maakte Lincoln weinig uit hoe hij zijn zin kon krijgen, àls hij maar zijn zin kreeg. De grootste president uit de geschiedenis van de VS, maar ook een mens van vlees en bloed en zwakke kanten.

Tegen de slavernij

Lincoln was de allereerste Republikeinse president. De Republikeinen werden in 1854 opgericht als partij tegen de slavernij. We zijn dat helemaal vergeten als we vandaag over Amerika spreken. De Democraten waren in die tijd vooral een partij van racisten uit het zuiden, van plantagehouders en slavendrijvers. Pas in 1964 waren de Democraten niet langer de favoriete partij in het Zuiden, omdat uitgerekend de Zuiderling L.B. Johnson 100 jaar na de slavernij de burgerrechten wetten door het Congres kreeg. Het Zuiden nam wraak en liep over naar de republikeinen.

Het was Lincoln in zijn tijd (1860-1865) niet zozeer te doen om ethiek of mensenrechten, maar om economie. Amerika, dat waren twee landen, het Noorden en het Zuiden, en de Burgeroorlog was in de eerste plaats een economische oorlog. Noordelijke ondernemers die hun arbeiders een loon uitbetalen moeten wedijveren met (goedkope) slavenarbeid in het Zuiden. Voor zuiderlingen zit de rijkdom in de grond en dus willen ze almaar meer land om katoen te kunnen telen die door de textielfabrieken in het Noorden kan worden verwerkt. En daar zijn veel slaven voor nodig. Slaven zonder identiteit, 1000 dollar per stuk. Als de Burgeroorlog uitbreekt zijn er 4 miljoen.

Geniaal en geduldig

Ja, Lincoln wilde slavernij afschaffen, maar niet te snel, om geen steun te verliezen van nog meer afvallige staten. Lincoln was een geniaal politicus en eentje met heel veel geduld. Hij was bereid nederlagen te lijden alvorens zijn ultieme doel te bereiken. Hij wist dat hij de slavernij eerst moest afschaffen voor hij de Burgeroorlog kon beëindigen. Anders zou er wel vrede komen, maar zou het probleem door etteren, met de kiemen van een volgende oorlog. En wat een oorlog. Er vielen naar schatting bijna 700.000 doden, naar vandaag omgerekend zouden dat 7 miljoen gesneuvelde Amerikanen zijn.

In het Noorden waren ze bang voor afgeschafte slavernij, want die vrijgekomen slaven zouden allemaal beter betaald werk komen zoeken in het Noorden, en daardoor de lonen naar beneden halen en geduchte concurrenten worden voor de blanke arbeiders. Daarom moest Lincoln na zijn Emancipatie Proclamatie in 1863 de dienstplicht invoeren omdat het enthousiasme voor de oorlog op slag bekoelde.

Arm omwringen

Voor Lincoln maakte het niet uit hoe hij zijn doel kon bereiken. Hij vond het geen probleem om lobbyisten in te schakelen die politieke dwarsliggers afdreigden, of hen probeerden om te kopen. Hij wrong ze een arm om, of gaf hen een postje bij de belastingdienst of bij de post. Zo lukte het hem, om met corruptie en koehandel, zijn bestemming te bereiken. Met twee stemmen op overschot sleurde hij het Dertiende Amendement van de Amerikaanse Grondwet door het Congres. Het Congres waar ’t er toen al hevig aan toe ging, waar politici mekaar uitscholden voor baardaap of reptiel, waar Abraham Lincoln de bijnaam kreeg van Abraham Africanus. Het kon Lincoln weinig schelen. Hij kreeg wat hij wou: hij hield het land samen en maakte een einde aan de Secessieoorlog.

Voorbeeld voor Obama

Obama neemt Lincoln als voorbeeld. Terecht, want Lincoln was geniaal als politicus. Hij omringde zich met vroegere rivalen en vond expertise belangrijker dan vriendschap om zijn doel te bereiken. Hij oefende onmetelijk veel geduld en had een feilloze politieke timing. Lincoln: “Politici zijn walvisvaarders, soms moet je lang wachten tot je de walvis kan vangen.” Net als Obama was Lincoln een formidabel redenaar. Van hem de onsterfelijke woorden in zijn toespraak op het slagveld van Gettysburg, dat er een regering moet zijn van en voor en door het volk, en dat we allemaal gelijk geboren zijn. Ook al wilde Lincoln eigenlijk alleen maar stemrecht toekennen aan rijke zwarten en aan zwarte militairen.

Lincoln die zijn woede bekoelde door brieven te schrijven die hij niet meteen verstuurde. Hij noemde ze zijn ‘hot letters’, het equivalent van een vlammende mail die je in je conceptenmap bewaart voor je op ‘verzenden’ drukt. Lincoln die – zelfs in extreme, gepolariseerde tijden – naar de middenweg zocht, zich uitgebreid liet adviseren, alvorens hij de knoop doorhakte. Zo ook Obama, die al enkele jaren te maken heeft met een mentale nieuwe burgeroorlog tussen Republikeinen en Democraten.

Cadeautjes uitdelen

Lincoln die soms geschenkjes uitdeelde om toch te krijgen wat hij wilde. Zo ook Obama en zijn entourage. Zo moest Obama in 2009 de stem krijgen van senator Ben Nelson om zijn ziekteverzekeringswet door het Congres te krijgen. In ruil voor zijn stem kreeg Nelson 100 miljoen dollar voor zijn staat Nebraska om de ziektekosten te betalen voor de armen in zijn staat. Wheeling en dealing, koehandel. Het kan kennelijk soms niet anders om je politieke doel te bereiken. Je kunt totaal principieel zijn en onkreukbaar en vervolgens niets bereiken. Lincoln bereikte zijn doel via duizend omwegen en bekocht het met zijn leven toen hij pas 56 was.

Dit is de les van Lincoln voor Obama: een verdeeld huis houdt geen stand. Je moet mensen verenigen, de Unie bewaren en stap voor stap perfectioneren. Spielberg leert ons met zijn film meer dan de allerbeste geschiedenisleraar. Tussendoor leer je ook nog de mens Lincoln kennen, met zijn depressies, zijn verdriet (3 van zijn 4 kinderen stierven voor ze 18 werden), zijn enorme honger naar kennis, zijn opmars van arme zoon van een keuterboer naar selfmade man en grootste Amerikaan. Geen toeval dat 100 jaar na de afschaffing van de slavernij uitgerekend Martin Luther King op de trappen van het Lincoln Monument in Washington, zijn beroemde toespraak hield: “I have a dream”. ‘Lincoln’ is een meesterwerk. Neem zeker uw kinderen mee.

Björn Soenens

(De auteur is chef buitenland en Amerikawatcher bij VRT Nieuws.)

@Allen: reageren op deze bijdrage impliceert dat u zich schikt naar de regels voor deelname aan onze discussieforums; lees dus de regels - mod